Graduaat orthopedagogie
H1: MENSEN MET EEN FYSIEKE BEPERKING
1.1 Begripsomschrijving
Zeer heterogene groep (diverse groep)
Beperking aangeboren of verworven
Met of zonder hersenletsel
Uitingsvormen: amputatie, spierziekte, halfzijdige verlamming, …
Fysieke beperking:
Moeilijkheden op lichamelijk vlak (objectief)
Waarneembaar letsel (objectief) – vb. iemand is twee benen kwijt, dit zie
je
Beperkte bewegingsmogelijkheden
Belemmeren ontwikkeling/ leven op diverse vlakken (subjectief)
Onderscheid
AANTAL LEDEMATEN ERNST VAN LETSEL
Mono (één ledemaat – arm of been)
Para (twee benen of twee armen) Parese gedeeltelijke verlamming
Hemi (één lichaamshelft – arm en
been) Plegie volledige verlamming
Tri (drie ledematen)
Tetra/ quadri (vier ledematen)
1.2 Uitingsvormen
1.2.1 bewegingsstoornissen
SPASTICITEIT:
Kenmerken/ gevolgen
Overmatig sterke spanning van de spieren = kramptoestand
Gericht bewegen onmogelijk + abnormale reflexen
Spieren van tong, mond, hals en oog = gestoord
Eten en spreken verloopt moeilijk
Aanleiding tot misvormingen en spierverkortingen
Andere uitingsvormen
Athetose = ongecontroleerde bewegingen = kronkelende
bewegingen van je armen en benen
Ataxie = coördinatiestoornis =problemen me je evenwicht
Dezelfde bewegingsstoornissen vaak bij mensen met cerebrale parese =
hersenverlamming
Beschadiging van de hersencentra
Stoornissen in de intelligentie, spraak, gehoor en
gezichtsvermogen
1.2.2 stoornissen in het ruggenmerg
SPINA BIFIDA (= open rug)
Aangeboren afwijking van het ruggenmerg en
wervelkolom
Opening in de wervels van de ruggengraat
, Graduaat orthopedagogie
Hoe hoger het letsel ligt op de ruggengraat, hoe omvattender de
gevolgen
Gevolgen afhankelijk van de ernst:
Verlamming van de onderste ledematen
* niet stappen
Verlamming van de gevoelszenuw
* kans op verwonding - geen gevoel van pijn, en warmte
Hydrocefalie (waterhoofd)
* kan leiden tot ernstige hersenletsel
Dwangstanden van gewrichten
* ter hoogte van de heupen, knieën en voeten
Incontinentie
* geen blaascontrole
Seksuele stoornis
DWARSLAESIE
Ruggenmerg op bepaald niveau onderbroken
Verworven beperking (gevolg van een ongeval of ziekte)
Gevolgen afhankelijk van de ernst:
Verlamming van onderste/ bovenst ledematen
Verlamming van de gevoelszenuw
Incontinentie
Seksuele problemen
Geen gevolgen op intelligentie, gezichts- en gehoorvermogen
1.2.3 stoornissen in het centraal zenuwstelsel
POLIOMYELITIS (= kinderverlamming)
Oorzaak: virusinfectie in hersenstam en ruggenmerg
Gevolg: verlammingsverschijnselen onderste ledematen
Komt niet meer voor in België door verplichte vaccinatie
MS (multiple sclerose)
Langdurige, langzaam verergerde aandoening centrale
zenuwstelsel
Stoornissen – hersenen, zenuwen en ruggenmerg
Oorzaak: ontstaat door infecties die het myelineweefsel
(isolatielaag) van de zenuwvezels aantasten
Chronische en progressieve ziekte, wisselvallig verloop
Meest voorkomende symptomen
Gezichtsstoornissen (wazig en dubbelzien, gezichtsverlies)
Evenwichts- en coördinatiestoornissen
Motorische verschijnselen (krachtsvermindering, spasticiteit en
verlamming)
Gevoelsstoornissen (verlies warmte, koude of pijngevoel)
Seksuele stoornissen
Mentale stoornissen (euforie, depressie, prikkelbaarheid,
geheugenverlies)
-
1.2.4 stoornissen van de spieren
Spierziekten zijn verschillend naar ontstaanswijze
Progressieve ziekte
Kenmerkend: spierkracht vermindert en spieren takelen af
Spierdystrofie type Duchenne
Progressieve ziekte
H1: MENSEN MET EEN FYSIEKE BEPERKING
1.1 Begripsomschrijving
Zeer heterogene groep (diverse groep)
Beperking aangeboren of verworven
Met of zonder hersenletsel
Uitingsvormen: amputatie, spierziekte, halfzijdige verlamming, …
Fysieke beperking:
Moeilijkheden op lichamelijk vlak (objectief)
Waarneembaar letsel (objectief) – vb. iemand is twee benen kwijt, dit zie
je
Beperkte bewegingsmogelijkheden
Belemmeren ontwikkeling/ leven op diverse vlakken (subjectief)
Onderscheid
AANTAL LEDEMATEN ERNST VAN LETSEL
Mono (één ledemaat – arm of been)
Para (twee benen of twee armen) Parese gedeeltelijke verlamming
Hemi (één lichaamshelft – arm en
been) Plegie volledige verlamming
Tri (drie ledematen)
Tetra/ quadri (vier ledematen)
1.2 Uitingsvormen
1.2.1 bewegingsstoornissen
SPASTICITEIT:
Kenmerken/ gevolgen
Overmatig sterke spanning van de spieren = kramptoestand
Gericht bewegen onmogelijk + abnormale reflexen
Spieren van tong, mond, hals en oog = gestoord
Eten en spreken verloopt moeilijk
Aanleiding tot misvormingen en spierverkortingen
Andere uitingsvormen
Athetose = ongecontroleerde bewegingen = kronkelende
bewegingen van je armen en benen
Ataxie = coördinatiestoornis =problemen me je evenwicht
Dezelfde bewegingsstoornissen vaak bij mensen met cerebrale parese =
hersenverlamming
Beschadiging van de hersencentra
Stoornissen in de intelligentie, spraak, gehoor en
gezichtsvermogen
1.2.2 stoornissen in het ruggenmerg
SPINA BIFIDA (= open rug)
Aangeboren afwijking van het ruggenmerg en
wervelkolom
Opening in de wervels van de ruggengraat
, Graduaat orthopedagogie
Hoe hoger het letsel ligt op de ruggengraat, hoe omvattender de
gevolgen
Gevolgen afhankelijk van de ernst:
Verlamming van de onderste ledematen
* niet stappen
Verlamming van de gevoelszenuw
* kans op verwonding - geen gevoel van pijn, en warmte
Hydrocefalie (waterhoofd)
* kan leiden tot ernstige hersenletsel
Dwangstanden van gewrichten
* ter hoogte van de heupen, knieën en voeten
Incontinentie
* geen blaascontrole
Seksuele stoornis
DWARSLAESIE
Ruggenmerg op bepaald niveau onderbroken
Verworven beperking (gevolg van een ongeval of ziekte)
Gevolgen afhankelijk van de ernst:
Verlamming van onderste/ bovenst ledematen
Verlamming van de gevoelszenuw
Incontinentie
Seksuele problemen
Geen gevolgen op intelligentie, gezichts- en gehoorvermogen
1.2.3 stoornissen in het centraal zenuwstelsel
POLIOMYELITIS (= kinderverlamming)
Oorzaak: virusinfectie in hersenstam en ruggenmerg
Gevolg: verlammingsverschijnselen onderste ledematen
Komt niet meer voor in België door verplichte vaccinatie
MS (multiple sclerose)
Langdurige, langzaam verergerde aandoening centrale
zenuwstelsel
Stoornissen – hersenen, zenuwen en ruggenmerg
Oorzaak: ontstaat door infecties die het myelineweefsel
(isolatielaag) van de zenuwvezels aantasten
Chronische en progressieve ziekte, wisselvallig verloop
Meest voorkomende symptomen
Gezichtsstoornissen (wazig en dubbelzien, gezichtsverlies)
Evenwichts- en coördinatiestoornissen
Motorische verschijnselen (krachtsvermindering, spasticiteit en
verlamming)
Gevoelsstoornissen (verlies warmte, koude of pijngevoel)
Seksuele stoornissen
Mentale stoornissen (euforie, depressie, prikkelbaarheid,
geheugenverlies)
-
1.2.4 stoornissen van de spieren
Spierziekten zijn verschillend naar ontstaanswijze
Progressieve ziekte
Kenmerkend: spierkracht vermindert en spieren takelen af
Spierdystrofie type Duchenne
Progressieve ziekte