Psychologie en sociologie samenvatting
Hoofdstuk 6
Perceptie: het proces waarbij de waarnemer prikkels (stimuli) vanuit de omgeving
selecteert, organiseert en interpreteert, zodat er een zinvol en betekenisvol beeld van de
werkelijkheid ontstaat.
Sommige prikkels vallen zo sterk op. Deze zullen we dus selecteren, bijvoorbeeld een harde
knal. Nadat je zo’n knal hebt gehoord probeer je te achterhalen wat voor soort knal dit is. Je
ontdekt dat het een deur was die iemand dichtsloeg. Nu ga je je afvragen wat die knal
betekent: was er iemand boos?
De betekenis die jij geeft aan een situatie kan anders zijn dan de betekenis die een ander
daaraan geeft.
Perceptie kan heel snel gaan, soms te snel om er bewust iets van te merken. Bij subliminale
perceptie worden prikkels zo snel aangeboden dat je ze niet opmerkt. Ze blijven onder je
waarnemingsdrempel, en toch heb je ze wel waargenomen en onbewust verwerkt.
Van waarneming tot perceptie:
Stimuli Filter Perceptie
Selectie
Bewust of onbewust selecteren we uit de vele stimuli die ons bereiken de voor ons meest
belangrijke en opvallende. In eerste instantie zijn we gericht op survival. Vervolgens
selecteren we de emotionele prikkels en daarna volgt pas de rest.
Wat de waarnemer selecteert uit de binnenkomende prikkels hangt af van:
- Kenmerken van de prikkels
- Kenmerken van de waarnemer
- Kenmerken van de sociaal-culturele omgeving
Kenmerken van de prikkels:
Het kunnen waarnemen van prikkels heeft te maken met de grenzen en mogelijkheden van
onze zintuigen. Zo is het niet mogelijk om geluid van een hondenfluitje te horen of
röntgenstralen te zien.
Belangrijk aan de prikkel is:
- Grootte, zoals een groot reclamebord of kunstwerk
- Intensiteit, zoals het geluid van een sirene of stank van vuilnisbelt
- Contrast, zoals een witte vlek die meer opvalt tegen een zwarte achtergrond
- Herhaling, zoals verschillende malen toeteren
Hoofdstuk 6
Perceptie: het proces waarbij de waarnemer prikkels (stimuli) vanuit de omgeving
selecteert, organiseert en interpreteert, zodat er een zinvol en betekenisvol beeld van de
werkelijkheid ontstaat.
Sommige prikkels vallen zo sterk op. Deze zullen we dus selecteren, bijvoorbeeld een harde
knal. Nadat je zo’n knal hebt gehoord probeer je te achterhalen wat voor soort knal dit is. Je
ontdekt dat het een deur was die iemand dichtsloeg. Nu ga je je afvragen wat die knal
betekent: was er iemand boos?
De betekenis die jij geeft aan een situatie kan anders zijn dan de betekenis die een ander
daaraan geeft.
Perceptie kan heel snel gaan, soms te snel om er bewust iets van te merken. Bij subliminale
perceptie worden prikkels zo snel aangeboden dat je ze niet opmerkt. Ze blijven onder je
waarnemingsdrempel, en toch heb je ze wel waargenomen en onbewust verwerkt.
Van waarneming tot perceptie:
Stimuli Filter Perceptie
Selectie
Bewust of onbewust selecteren we uit de vele stimuli die ons bereiken de voor ons meest
belangrijke en opvallende. In eerste instantie zijn we gericht op survival. Vervolgens
selecteren we de emotionele prikkels en daarna volgt pas de rest.
Wat de waarnemer selecteert uit de binnenkomende prikkels hangt af van:
- Kenmerken van de prikkels
- Kenmerken van de waarnemer
- Kenmerken van de sociaal-culturele omgeving
Kenmerken van de prikkels:
Het kunnen waarnemen van prikkels heeft te maken met de grenzen en mogelijkheden van
onze zintuigen. Zo is het niet mogelijk om geluid van een hondenfluitje te horen of
röntgenstralen te zien.
Belangrijk aan de prikkel is:
- Grootte, zoals een groot reclamebord of kunstwerk
- Intensiteit, zoals het geluid van een sirene of stank van vuilnisbelt
- Contrast, zoals een witte vlek die meer opvalt tegen een zwarte achtergrond
- Herhaling, zoals verschillende malen toeteren