Intermediate accounting
Management accounting
HC 1 (4)
1000 euro verlies is minder erg dan 1000 euro kastekort. Verlies trek je namelijk af van je EV
aan het begin van de periode. Als er een kastekort is ben je niet in staat om je rekeningen te
betalen en als dit voor een lange tijd doorgaat zal de onderneming failliet worden verklaard.
Kostensoorten
Managers baseren keuzes obv informatie van kosten.
1. Cost accumulation: alle kosten worden gegroepeerd in een categorie.
2. Cost assignment: de kosten worden aan het object toegerekend.
Onderscheid directe en indirecte kosten (overhead kosten) is van belang als je meerdere
producten maakt. Directe kosten maak je voor 1 product. Indirecte kosten worden voor
meerdere producten gemaakt, omdat je daar een economisch voordeel van verwacht.
Bij de classificatie moet er goed op het cost object worden gelet.
Onderscheid vaste en variabele kosten. Variabele kosten zijn kosten die veranderen als de
hoeveelheid productie verandert. Vaste kosten blijven gelijk als de productie verandert.
Relevant range is vooral toepasbaar voor vaste kosten, want binnen de categorieën (ranges)
zullen de vaste kosten hetzelfde blijven.
Cost driver is een factor die de kosten veroorzaakt, dus elke factor die invloed heeft op de
totale kosten van het product.
Onderscheid periodekosten en productkosten. Periodekosten horen bij een bepaalde
periode en zijn onafhankelijk van de productie. Productkosten horen bij de producten.
Onderscheid tussen het verschil in capitalized costs en revenue costs. Kosten mogen
gekapitaliseerd worden als je verwacht dat het object toekomstige voordelen zal opleveren,
dit zijn capitalized costs (bijv. Afschrijving machine). Er is hierbij wel verschil tussen uitgaven
en kosten.
Als je niet kunt bepalen of het object wel of geen toekomstige voordelen oplevert mag je de
kosten niet kapitaliseren en moeten deze geboekt worden op de W en V -> er wordt dan
gesproken van een revenue cost. Het gaat dan om kosten die je niet op voorraad kunt leggen
(bijv. Personeelskosten). Bij revenue costs zijn de uitgaven en kosten gelijk aan elkaar.
Onderscheid tussen sectoren
3 verschillende soorten ondernemingen:
1. Dienstverlenende bedrijven -> verlenen services/diensten, make geen tastbare
producten. Grootste kosten zijn arbeidskosten.
Management accounting
HC 1 (4)
1000 euro verlies is minder erg dan 1000 euro kastekort. Verlies trek je namelijk af van je EV
aan het begin van de periode. Als er een kastekort is ben je niet in staat om je rekeningen te
betalen en als dit voor een lange tijd doorgaat zal de onderneming failliet worden verklaard.
Kostensoorten
Managers baseren keuzes obv informatie van kosten.
1. Cost accumulation: alle kosten worden gegroepeerd in een categorie.
2. Cost assignment: de kosten worden aan het object toegerekend.
Onderscheid directe en indirecte kosten (overhead kosten) is van belang als je meerdere
producten maakt. Directe kosten maak je voor 1 product. Indirecte kosten worden voor
meerdere producten gemaakt, omdat je daar een economisch voordeel van verwacht.
Bij de classificatie moet er goed op het cost object worden gelet.
Onderscheid vaste en variabele kosten. Variabele kosten zijn kosten die veranderen als de
hoeveelheid productie verandert. Vaste kosten blijven gelijk als de productie verandert.
Relevant range is vooral toepasbaar voor vaste kosten, want binnen de categorieën (ranges)
zullen de vaste kosten hetzelfde blijven.
Cost driver is een factor die de kosten veroorzaakt, dus elke factor die invloed heeft op de
totale kosten van het product.
Onderscheid periodekosten en productkosten. Periodekosten horen bij een bepaalde
periode en zijn onafhankelijk van de productie. Productkosten horen bij de producten.
Onderscheid tussen het verschil in capitalized costs en revenue costs. Kosten mogen
gekapitaliseerd worden als je verwacht dat het object toekomstige voordelen zal opleveren,
dit zijn capitalized costs (bijv. Afschrijving machine). Er is hierbij wel verschil tussen uitgaven
en kosten.
Als je niet kunt bepalen of het object wel of geen toekomstige voordelen oplevert mag je de
kosten niet kapitaliseren en moeten deze geboekt worden op de W en V -> er wordt dan
gesproken van een revenue cost. Het gaat dan om kosten die je niet op voorraad kunt leggen
(bijv. Personeelskosten). Bij revenue costs zijn de uitgaven en kosten gelijk aan elkaar.
Onderscheid tussen sectoren
3 verschillende soorten ondernemingen:
1. Dienstverlenende bedrijven -> verlenen services/diensten, make geen tastbare
producten. Grootste kosten zijn arbeidskosten.