Meeting 3: chapter 5 & 6
Chapter 5
Reliability
Psychologische testen zijn te gebruiken als ze betrouwbaar zijn. Dit houdt in dat ze
moeten meten wat ze beweren te meten.
Psychologisch meten gaat om de mogelijkheid om echte psychologische verschillen
accuraat te meten. Deze vermogen is het hart van betrouwbaarheid. Volgens de CTT
(classical test theory) laat de reliabiliteit van een test zien in hoeverre de verschillen
in de test scores de verschillen in de psychologische constructen laat zien.
Betrouwbaarheid is niet een simpele ja/nee kwestie. Je kan meten hoe erg
betrouwbaar/onbetrouwbaar een test is.
Classical test theory
De betrouwbaarheid van een test geeft aan in hoeverre de verschillen in iemands
geobserveerde score een functie zijn van hun echte psychologische verschillen en
niet van measurement error.
Geobserveerde scores: waarden die je krijgt door het meten van bepaalde
kenmerken van een persoon
Echte scores: de echte hoeveelheid van deze kenmerken die een persoon
heeft, deze is stabiel; die zou je krijgen als je dezelfde test ontelbaar vaak
maakt of als de meet error 0 is (gebeurt nooit)
Het verschil tussen de echte scores en de geobserveerde scores is de
measurement error creëren inconsistentie.
CTT maakt belangrijke assumptie over meet error: het is random. Dwz: toeval, net 1
gehad voordat je test maakt bijvoorbeeld. Error zou gelijk moeten zijn voor alle
mensen in de populatie. 2 gevolgen van deze assumptie:
Error heft zichzelf op: voor de ene valt score hoger uit, voor de ander lager
Error scores zijn ongecorreleerd met de echte scores of andere variabele
(behalve met geobserveerde scores natuurlijk)
Er zijn geen compleet betrouwbare metingen. Het is vaak ook onmogelijk om alle
bronnen van meet error te weten. Om de betrouwbaarheid te schatten moet je de
invloed van de meet error schatten.
Betrouwbaarheid: in hoeverre de test scores verschillen als een test 2 of meer keer
aan dezelfde persoon wordt gegeven onder gelijke, gestandaardiseerde condities. Is
een theoretisch gegeven, je moet dit schatten. Hangt af van:
In hoeverre verschillen in testscores kunnen worden toegeschreven aan echte
interindividuele of intra-individuele verschillen
In hoeverre de verschillen zijn ontstaan door meet error
Betrouwbaarheid hoort tenminste .70 of .80 te zijn. Ligt tussen 0 en 1.
Chapter 5
Reliability
Psychologische testen zijn te gebruiken als ze betrouwbaar zijn. Dit houdt in dat ze
moeten meten wat ze beweren te meten.
Psychologisch meten gaat om de mogelijkheid om echte psychologische verschillen
accuraat te meten. Deze vermogen is het hart van betrouwbaarheid. Volgens de CTT
(classical test theory) laat de reliabiliteit van een test zien in hoeverre de verschillen
in de test scores de verschillen in de psychologische constructen laat zien.
Betrouwbaarheid is niet een simpele ja/nee kwestie. Je kan meten hoe erg
betrouwbaar/onbetrouwbaar een test is.
Classical test theory
De betrouwbaarheid van een test geeft aan in hoeverre de verschillen in iemands
geobserveerde score een functie zijn van hun echte psychologische verschillen en
niet van measurement error.
Geobserveerde scores: waarden die je krijgt door het meten van bepaalde
kenmerken van een persoon
Echte scores: de echte hoeveelheid van deze kenmerken die een persoon
heeft, deze is stabiel; die zou je krijgen als je dezelfde test ontelbaar vaak
maakt of als de meet error 0 is (gebeurt nooit)
Het verschil tussen de echte scores en de geobserveerde scores is de
measurement error creëren inconsistentie.
CTT maakt belangrijke assumptie over meet error: het is random. Dwz: toeval, net 1
gehad voordat je test maakt bijvoorbeeld. Error zou gelijk moeten zijn voor alle
mensen in de populatie. 2 gevolgen van deze assumptie:
Error heft zichzelf op: voor de ene valt score hoger uit, voor de ander lager
Error scores zijn ongecorreleerd met de echte scores of andere variabele
(behalve met geobserveerde scores natuurlijk)
Er zijn geen compleet betrouwbare metingen. Het is vaak ook onmogelijk om alle
bronnen van meet error te weten. Om de betrouwbaarheid te schatten moet je de
invloed van de meet error schatten.
Betrouwbaarheid: in hoeverre de test scores verschillen als een test 2 of meer keer
aan dezelfde persoon wordt gegeven onder gelijke, gestandaardiseerde condities. Is
een theoretisch gegeven, je moet dit schatten. Hangt af van:
In hoeverre verschillen in testscores kunnen worden toegeschreven aan echte
interindividuele of intra-individuele verschillen
In hoeverre de verschillen zijn ontstaan door meet error
Betrouwbaarheid hoort tenminste .70 of .80 te zijn. Ligt tussen 0 en 1.