Blok 2.5. Psychometrie: een introductie.
Online college hoofdstuk 10: Response Biases.
Response bias
Respons bias gaat over de manier waarop mensen geneigd zijn zich te gedragen bij het
beantwoorden van testvragen wat invloed heeft op hetgeen we meten. Om deze reden kunnen
dit soort responsen niet valide geïnterpreteerd worden in termen van het psychologische
construct dat we proberen te meten. Response bias is meestal (maat dus niet altijd) onderdeel
van systematische variantie en daardoor onderdeel van S2Xt en niet van de onsystematische
variantie S2Xe. Daarom is het zo dat de betrouwbaarheid toeneemt als gevolg van
(systematische) respons bias wat bijvoorbeeld kan leiden tot een verhoogde correlatie etc.
Alhoewel ze de betrouwbaarheid verhogen, wordt de validiteit verlaagt.
Soorten respons bias
1. Acquiescence bias (Yes-Saying en Nay-Saying). Mensen hebben de neiging om het
óf helemaal eens te zijn óf helemaal oneens te zijn. Ze geven dus altijd hoge of altijd lage
scores op items. Bijv. op alle items moeten scores gegeven worden met behulp van een 5-
punts Likertschaal. Een persoon geeft op alle items 4 of 5 punten waarbij er niet gekeken of
gelet wordt op het daadwerkelijke level van het construct dat gemeten wordt. Wanneer alle
items in eenzelfde richting worden gescoord (dit betekend dat hoe hoger de score van een
persoon, hoe meer aanwezigheid van hetgeen gemeten wordt of juist andersom, hoe lager de
score, hoe minder aanwezig het gemeten construct is) leidt deze bias tot een overschatting van
betrouwbaarheid. Doordat mensen op twee testen de neiging hebben altijd hoog of altijd laag
te scoren, zorgt dit voor een verhoogd correlatie tussen twee metingen terwijl deze correlatie
in werkelijkheid erg verdraaid kan zijn. (Later toegevoegd nadat een vraag vanuit publiek: “Je
kijkt niet naar de inhoud van vragen. Met hetgeen je al weet vul je zo alle vragen in”).
2. Extreme en moderate responding. Extreme responding is de neiging van mensen
om extreme antwoorden te vermijden of juist constant te gebruiken. Moderate responding is
de neiging van mensen om steeds in het midden te gaan zitten met hun antwoorden. Deze
biases zijn problematisch omdat mensen kunnen verschillen in deze neiging waardoor je niet
goed kunt interpreteren wat iemand zijn score nu precies inhoud. Als iets gemeten wordt op
een 5-puntse schaal, kan het zo zijn dat de hoogste (helemaal meer eens) en laagste waarde
(totaal niet mee eens) juist niet vaak of juist wel vaak gebruikt worden. Het probleem dat
mensen verschillen in het gebruik van extreme waarden is dat (1) mensen met eenzelfde level
van een bepaalde eigenschap een verschillende score kunnen krijgen en (2) dat mensen met
een verschillend level van een bepaalde eigenschap eenzelfde score kunnen krijgen die
ontstaat. Oplossingen voor deze bias is door minder opties te geven (oplossing voor moderate
responding) of door juist meer antwoordmogelijkheden te geven en daarbij de mensen met de
twee meest extreme waarden samen te voegen (oplossing voor extreme responding).
1
Online college hoofdstuk 10: Response Biases.
Response bias
Respons bias gaat over de manier waarop mensen geneigd zijn zich te gedragen bij het
beantwoorden van testvragen wat invloed heeft op hetgeen we meten. Om deze reden kunnen
dit soort responsen niet valide geïnterpreteerd worden in termen van het psychologische
construct dat we proberen te meten. Response bias is meestal (maat dus niet altijd) onderdeel
van systematische variantie en daardoor onderdeel van S2Xt en niet van de onsystematische
variantie S2Xe. Daarom is het zo dat de betrouwbaarheid toeneemt als gevolg van
(systematische) respons bias wat bijvoorbeeld kan leiden tot een verhoogde correlatie etc.
Alhoewel ze de betrouwbaarheid verhogen, wordt de validiteit verlaagt.
Soorten respons bias
1. Acquiescence bias (Yes-Saying en Nay-Saying). Mensen hebben de neiging om het
óf helemaal eens te zijn óf helemaal oneens te zijn. Ze geven dus altijd hoge of altijd lage
scores op items. Bijv. op alle items moeten scores gegeven worden met behulp van een 5-
punts Likertschaal. Een persoon geeft op alle items 4 of 5 punten waarbij er niet gekeken of
gelet wordt op het daadwerkelijke level van het construct dat gemeten wordt. Wanneer alle
items in eenzelfde richting worden gescoord (dit betekend dat hoe hoger de score van een
persoon, hoe meer aanwezigheid van hetgeen gemeten wordt of juist andersom, hoe lager de
score, hoe minder aanwezig het gemeten construct is) leidt deze bias tot een overschatting van
betrouwbaarheid. Doordat mensen op twee testen de neiging hebben altijd hoog of altijd laag
te scoren, zorgt dit voor een verhoogd correlatie tussen twee metingen terwijl deze correlatie
in werkelijkheid erg verdraaid kan zijn. (Later toegevoegd nadat een vraag vanuit publiek: “Je
kijkt niet naar de inhoud van vragen. Met hetgeen je al weet vul je zo alle vragen in”).
2. Extreme en moderate responding. Extreme responding is de neiging van mensen
om extreme antwoorden te vermijden of juist constant te gebruiken. Moderate responding is
de neiging van mensen om steeds in het midden te gaan zitten met hun antwoorden. Deze
biases zijn problematisch omdat mensen kunnen verschillen in deze neiging waardoor je niet
goed kunt interpreteren wat iemand zijn score nu precies inhoud. Als iets gemeten wordt op
een 5-puntse schaal, kan het zo zijn dat de hoogste (helemaal meer eens) en laagste waarde
(totaal niet mee eens) juist niet vaak of juist wel vaak gebruikt worden. Het probleem dat
mensen verschillen in het gebruik van extreme waarden is dat (1) mensen met eenzelfde level
van een bepaalde eigenschap een verschillende score kunnen krijgen en (2) dat mensen met
een verschillend level van een bepaalde eigenschap eenzelfde score kunnen krijgen die
ontstaat. Oplossingen voor deze bias is door minder opties te geven (oplossing voor moderate
responding) of door juist meer antwoordmogelijkheden te geven en daarbij de mensen met de
twee meest extreme waarden samen te voegen (oplossing voor extreme responding).
1