College chapter 10
Response bias
De manier waarop mensen zich gewend zijn te gedragen bij testvragen, heeft
invloed op wat we aan het meten zijn.
Response bias = foute manier van antwoorden. Mensen geven antwoorden op
een test die niet veel te maken hebben met wat we aan het meten zijn.
Hierdoor zijn de antwoorden niet valide.
De response bias zorgt voor systematische variantie (deel van de variantie in
de true scores verhoogt betrouwbaarheid).
Response bias verhoogt betrouwbaarheid, verlaagt validiteit.
Soorten response bias
Acquiescence bias
Mensen hebben de neiging om op alles ja te zeggen. Of overal eens, of
oneens. Overal hetzelfde antwoord geven.
Acquiescence bias leidt tot een overschatting van de betrouwbaarheid, omdat
bias zorgt voor een toename in systematische variantie.
Correlatie gaat omhoog, omdat de proefpersoon met de bias consequent hoog
scoort, dus betrouwbaarheid ook.
Extreme and moderate responding
De neiging om extreme antwoorden te vermijden of juist te kiezen.
Dat is problematisch omdat mensen kunnen verschillen in deze neiging. De
ene persoon heeft hier meer te neiging toe dan de ander. Als dat zo is, dan
kun je eigenlijk niet meer goed interpreteren wat nou iemand zijn score
betekent. Voorbeeld:
o Mensen met een identiek construct level verschillen door deze neiging.
o Mensen met een verschillend construct level verschillen niet door deze
neiging.
Social desirability
De neiging om een antwoord te geven waarvan je denkt dat dat sociaal
wenselijk is.
Beinvloed de validiteit je bent het echte construct niet meer aan het meten.
Je bent vooral aan het meten wat de mensen denken dat ze moeten
antwoorden validiteit lager.
Furr&Bacherach: negatieve invloed op de betrouwbaarheid.
o Kan je het niet mee eens zijn, uitleg: leidt tot systematische variantie.
Overlap zit in alle items, zoekt voor verhoging betrouwbaarheid.
Sociaal wenselijkheid wordt beïnvloed door:
o Inhoud van een test: een aantal psychologische concepten hebben een
grotere implicaties voor sociaal wenselijkheid dan anderen.
o Context: in welke omstandigheden wordt een test afgenomen?
Anonimiteit en de gevolgen voor de participanten hebben invloed.
o Persoonlijkheidskenmerken.
Response bias
De manier waarop mensen zich gewend zijn te gedragen bij testvragen, heeft
invloed op wat we aan het meten zijn.
Response bias = foute manier van antwoorden. Mensen geven antwoorden op
een test die niet veel te maken hebben met wat we aan het meten zijn.
Hierdoor zijn de antwoorden niet valide.
De response bias zorgt voor systematische variantie (deel van de variantie in
de true scores verhoogt betrouwbaarheid).
Response bias verhoogt betrouwbaarheid, verlaagt validiteit.
Soorten response bias
Acquiescence bias
Mensen hebben de neiging om op alles ja te zeggen. Of overal eens, of
oneens. Overal hetzelfde antwoord geven.
Acquiescence bias leidt tot een overschatting van de betrouwbaarheid, omdat
bias zorgt voor een toename in systematische variantie.
Correlatie gaat omhoog, omdat de proefpersoon met de bias consequent hoog
scoort, dus betrouwbaarheid ook.
Extreme and moderate responding
De neiging om extreme antwoorden te vermijden of juist te kiezen.
Dat is problematisch omdat mensen kunnen verschillen in deze neiging. De
ene persoon heeft hier meer te neiging toe dan de ander. Als dat zo is, dan
kun je eigenlijk niet meer goed interpreteren wat nou iemand zijn score
betekent. Voorbeeld:
o Mensen met een identiek construct level verschillen door deze neiging.
o Mensen met een verschillend construct level verschillen niet door deze
neiging.
Social desirability
De neiging om een antwoord te geven waarvan je denkt dat dat sociaal
wenselijk is.
Beinvloed de validiteit je bent het echte construct niet meer aan het meten.
Je bent vooral aan het meten wat de mensen denken dat ze moeten
antwoorden validiteit lager.
Furr&Bacherach: negatieve invloed op de betrouwbaarheid.
o Kan je het niet mee eens zijn, uitleg: leidt tot systematische variantie.
Overlap zit in alle items, zoekt voor verhoging betrouwbaarheid.
Sociaal wenselijkheid wordt beïnvloed door:
o Inhoud van een test: een aantal psychologische concepten hebben een
grotere implicaties voor sociaal wenselijkheid dan anderen.
o Context: in welke omstandigheden wordt een test afgenomen?
Anonimiteit en de gevolgen voor de participanten hebben invloed.
o Persoonlijkheidskenmerken.