Fysica: Energieomzettingen
1.1 Energie
Tegenwoordig definiëren we energie als volgt:
Energie is de mogelijkheid om een verandering teweeg te brengen.
De joule is gedefinieerd als de energie die nodig is om een lichaam te verplaatsen met een kracht van
1 newton over een afstand van 1 meter. 1 J = 1 N * m
1 eV (elektronvolt)
1 kWh (kilowattuur) = 3,6 MJ (= 3,6 * 10 6 J)
1 kcal (kilocalorie) = 4,186 kJ (= 4186 J)
Een energiebron is iets wat energie bevat. Een energievorm is de manier waarop energie voorkomt.
naam grootheid symbool grootheid naam eenheid symbool eenheid
energie E joule J
1.2.1 Zwaarte-energie
Een voorwerp dat zich op een hoogte h boven het aardoppervlak bevindt, bezit zwaarte-energie (of
gravitationele energie).
EZ = m * g * h
Waarbij:
m = massa (kg)
N
g = zwaarteveldsterkte ( )
kg
h = hoogte (m)
1.2.2 Kinetische energie
Een voorwerp met massa m en snelheid v bezit door zijn snelheid kinetische energie.
m∗v ²
EK =
2
Waarbij:
m = massa (kg)
m
v = snelheid ( )
s
1.2.3 Elastische energie
Een uitgerekte (of ingedrukte) veer bevat elastische energie. Een veer met veerconstante k, die
uitgerekt (of ingedrukt) is over een afstand Δl bevat een elastische energie.
k∗( Δl )
EV =
2
Waarbij:
Fv
k = veerconstante ¿ = ¿
Δl
Δl = uitrekking (of indrukking) (m)
1.2.4 Chemische energie
Chemische energie ECH is opgeslagen in een stof. De chemische energie komt vrij of wordt
opgenomen tijdens een chemische reactie.
1.1 Energie
Tegenwoordig definiëren we energie als volgt:
Energie is de mogelijkheid om een verandering teweeg te brengen.
De joule is gedefinieerd als de energie die nodig is om een lichaam te verplaatsen met een kracht van
1 newton over een afstand van 1 meter. 1 J = 1 N * m
1 eV (elektronvolt)
1 kWh (kilowattuur) = 3,6 MJ (= 3,6 * 10 6 J)
1 kcal (kilocalorie) = 4,186 kJ (= 4186 J)
Een energiebron is iets wat energie bevat. Een energievorm is de manier waarop energie voorkomt.
naam grootheid symbool grootheid naam eenheid symbool eenheid
energie E joule J
1.2.1 Zwaarte-energie
Een voorwerp dat zich op een hoogte h boven het aardoppervlak bevindt, bezit zwaarte-energie (of
gravitationele energie).
EZ = m * g * h
Waarbij:
m = massa (kg)
N
g = zwaarteveldsterkte ( )
kg
h = hoogte (m)
1.2.2 Kinetische energie
Een voorwerp met massa m en snelheid v bezit door zijn snelheid kinetische energie.
m∗v ²
EK =
2
Waarbij:
m = massa (kg)
m
v = snelheid ( )
s
1.2.3 Elastische energie
Een uitgerekte (of ingedrukte) veer bevat elastische energie. Een veer met veerconstante k, die
uitgerekt (of ingedrukt) is over een afstand Δl bevat een elastische energie.
k∗( Δl )
EV =
2
Waarbij:
Fv
k = veerconstante ¿ = ¿
Δl
Δl = uitrekking (of indrukking) (m)
1.2.4 Chemische energie
Chemische energie ECH is opgeslagen in een stof. De chemische energie komt vrij of wordt
opgenomen tijdens een chemische reactie.