Weken Hoofdstuk Jurisprudentie Datum
Week 1 H1, H2.1, H2.2 Portacabin 12-1-2017 X
Depex/Curatoren
Week 2 H3, H5.1 Teixeira de Mattos H3 12-1-2017 X
H5.1 13-1-2017 X
Week 3 H4 (H4.3 niet) Gielkens/ Gielkens 13-1-2017 X
Week 4 H5, H6.1 t/m H6.3 Uitslag/ Wolterink 16-1-2017 X
Centraal Beheer/ Gritter
Week 5 H2.3 t/m H2.6, H7, H8 H2.3 t/m 2.6 16-1-2017 X
H7, H8 18-1-2017
Week 6 H9 Winters/ Kantoor van de 19-1-2017
Toekomst
Hoofdstuk 1. Basisbegrippen van het goederenrecht
Het goederenrecht is het rechtsgebied dat gaat over de rechtsrelatie tussen een persoon en een
goed. Naast goederenrecht is er het verbintenissenrecht. Dat is het rechtsgebied dat de rechtsrelatie
tussen personen bestrijkt. Samen vormen zij het vermogensrecht. Het vermogensrecht is 1 van de 2
hoofdonderdelen van het privaatrecht en regelt de verhoudingen tussen burgers onderling die op
geld waardeerbaar zijn.
Goederen, zaken en vermogensrechten
Goederen
In art 3:1 BW staat de definitie van goederen. Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten. Er
zijn 2 soorten goederen; zaken en vermogensrechten. De definitie van die begrippen staan in art 3:2
BW en art 3:6 BW.
Zaken
De definitie van het begrip ‘zaken’ staat opgenomen in art 3:2 BW. Zaken zijn de voor menselijke
beheersing vatbare stoffelijke objecten. Er moet dus aan 2 criteria worden voldaan;
1. Voor menselijke beheersing vatbaar
Hiervan is sprake wanneer we het kunnen vastpakken en er macht over kunnen uitoefenen.
2. Een stoffelijk object
Wil zeggen dat het gaat om een voorwerp uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof.
Vermogensrechten
De definitie van vermogensrechten staat opgenomen in art 3:6 BW. Het gaat om een recht met
vermogenswaarde, oftwel een recht met een bepaalde waarde die in geld is uit te drukken. Er zijn 3
categoriën vermogensrechten:
1. Rechten die overdraagbaar worden
2. Rechten die erop gericht zijn de rechthebbende stoffelijk voordeel te verstrekken
3. Rechten die zijn verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel of in ruil voor toegezegd stoffeelijk
voordeel
Week 1 H1, H2.1, H2.2 Portacabin 12-1-2017 X
Depex/Curatoren
Week 2 H3, H5.1 Teixeira de Mattos H3 12-1-2017 X
H5.1 13-1-2017 X
Week 3 H4 (H4.3 niet) Gielkens/ Gielkens 13-1-2017 X
Week 4 H5, H6.1 t/m H6.3 Uitslag/ Wolterink 16-1-2017 X
Centraal Beheer/ Gritter
Week 5 H2.3 t/m H2.6, H7, H8 H2.3 t/m 2.6 16-1-2017 X
H7, H8 18-1-2017
Week 6 H9 Winters/ Kantoor van de 19-1-2017
Toekomst
Hoofdstuk 1. Basisbegrippen van het goederenrecht
Het goederenrecht is het rechtsgebied dat gaat over de rechtsrelatie tussen een persoon en een
goed. Naast goederenrecht is er het verbintenissenrecht. Dat is het rechtsgebied dat de rechtsrelatie
tussen personen bestrijkt. Samen vormen zij het vermogensrecht. Het vermogensrecht is 1 van de 2
hoofdonderdelen van het privaatrecht en regelt de verhoudingen tussen burgers onderling die op
geld waardeerbaar zijn.
Goederen, zaken en vermogensrechten
Goederen
In art 3:1 BW staat de definitie van goederen. Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten. Er
zijn 2 soorten goederen; zaken en vermogensrechten. De definitie van die begrippen staan in art 3:2
BW en art 3:6 BW.
Zaken
De definitie van het begrip ‘zaken’ staat opgenomen in art 3:2 BW. Zaken zijn de voor menselijke
beheersing vatbare stoffelijke objecten. Er moet dus aan 2 criteria worden voldaan;
1. Voor menselijke beheersing vatbaar
Hiervan is sprake wanneer we het kunnen vastpakken en er macht over kunnen uitoefenen.
2. Een stoffelijk object
Wil zeggen dat het gaat om een voorwerp uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof.
Vermogensrechten
De definitie van vermogensrechten staat opgenomen in art 3:6 BW. Het gaat om een recht met
vermogenswaarde, oftwel een recht met een bepaalde waarde die in geld is uit te drukken. Er zijn 3
categoriën vermogensrechten:
1. Rechten die overdraagbaar worden
2. Rechten die erop gericht zijn de rechthebbende stoffelijk voordeel te verstrekken
3. Rechten die zijn verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel of in ruil voor toegezegd stoffeelijk
voordeel