en leerstoornissen
Online studeren bij https://quizlet.com/_bprqb2
1. Leerproblemen 1) Leerstoornissen of primaire leerproblemen: problemen
(2) in het kennisvermogen van het kind die het leren van
specifieke vaardigheden - concreet: lezen, spellen, en/of
rekenen - hardnekkig belemmeren.
2) Leermoeilijkheden of secundaire leerproblemen:
a. Oorzaken gelegen in de omgeving van het kind: gezin,
school, cultuur en milieu. EN/OF
b. Oorzaken gelegen in een ander kindprobleem:
- intelligentietekort
- zintuiglijke handicap
- neuro-motorische stoornis
- ontwikkelingsstoornis
- gedrag- en emotionele problemen
- ...
2. Criteria voor een 1) Achterstandscriterium.
leerstoornis (3) 2) Exclusiecriterium.
3) Didactisch resistentiecriterium: gebrek aan responsive-
ness to instruction.
3. Achterstandscri- 1) Een klinische score (Pc d 10) op het gebied van één of
terium (2) meerdere instrumentele vaardigheden.
2) Tot de zwakste 10% in vergelijking met een rele-
vante normgroep (leeftijdsgenoten en opleidingsgenoten)
op betrouwbare, valide en genormeerde toetsen zoals
LVS-testen; en dit op meerdere meetmomenten.
4. Exclusiecriteri- 1) De problemen vallen niet helemaal te verklaren va-
um (2) nuit kindkenmerken of contextfactoren zoals verminderde
intelligentie, zintuiglijke problematiek, andere gedrag- of
ontwikkelingsstoornissen, slecht onderwijs, thuistaal...
2) Er is wel comorbiditeit mogelijk als de leerproblemen
hardnekkiger zijn dan verwacht in het kader van deze
andere stoornis.
5. Didactisch 1) De problemen blijven aanwezig, ondanks gedegen on-
resistentiecriteri- derwijs en taak specifieke remediëring gedurende min-
um (2) stens drie tot zes maand; dit meermaals per week
1/2
, Leren en onderwijszorgvragen - D3: Leerzorgvragen - H1: Leerproblem
en leerstoornissen
Online studeren bij https://quizlet.com/_bprqb2
gedurende vijftien minuten.
2) Er wordt een voormeting (0m) en een nameting (6m)
gedaan, waaruit blijkt dat de hulp niet tot de verwachte
vooruitgang leidt, ten opzichte van zichzelf en ten opzichte
van de referentiegroep.
6. Sociaal-emo- 1) Groter risico op het ontwikkelen van faalangst.
tionele risico's 2) Demotivatie neemt toe met als gevolg een degout,
bij afhaken of zelfs gedragsproblemen.
leerstoornissen 3) Gebrek aan zelfvertrouwen en competentiegevoel door
(3) de continue confrontatie met de eigen grenzen.
7. Sociaal-emo- 1) Vroege onderkenning.
tionele 2) Graad van kwetsbaarheid van kind in kaart brengen.
problemen 3) Goede opvang binnen thuis- en schoolcontext.
voorkomen (3)
2/2
, Leren en onderwijszorgvragen - D3: Leerzorgvragen - H2: Dyslexie
Online studeren bij https://quizlet.com/_bps11r
1. Uitgangspunten LEERSTOORNISSEN IN HET ALGEMEEN:
bij het definiëren 1) Onderkennende en indicerende diagnostiek:
van dyslexie (4) a. Onderkennende diagnostiek: nagaan of er sprake is van
een stoornis op basis van vooropgestelde criteria
b. Indicerende diagnostiek: nagaan wat er nodig en
aangewezen is qua aanpassingen en ondersteuning uw
2) Beschrijvend niveau: stoornis zoals die zich manifes-
teert op taakniveau of vaardigheidsniveau (fenotype).
3) Hardnekkig fenomeen verbonden aan individu gebon-
den factoren, dus niet door depriverende omgevingsfac-
toren (cfr. exclusiecriterium).
SPECIFIEK VOOR DYSLEXIE:
4) Stoornis in het lezen en/of spellen.
5) Problemen zijn ontstaan in de periode van het aanleren
van lezen en spellen of op latere leeftijd.
2. Definitie van Leerstoornis waarbij de automatisering van de woordiden-
'Dyslexie' tificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen) zich
niet, onvolledig of zeer moeizaam ontwikkelt (gradatie).
3. Hoofdken- 1) Hoofdkenmerken op gebied van technisch lezen:
merken van a. Eerste signaal: moeilijke foneem-grafeemkoppeling,
dyslexie (2) vooral bij m/n, u/n, ee/aa, ie/ei, eu/ui/uu/u...
b. Geen vlotte overstap naar visuele synthese: blijven
hardnekkig hakken en plakken wat leestempo vertraagt
c. Gebrekkige of monotone intonatie en houden weinig
rekening met leestekens
d. Later: radend lezen, moeilijke woordherkenning en au-
tomatiseringstekort wat een vlotte verwerking van het
lees- en schrijfproces in de weg staat.
2) Hoofdkenmerken op gebied van spellen:
a. Aanvankelijk: moeilijke foneem-grafeem-koppeling
b. Gevorderd spellen: impulsieve spellers (fonetische
fouten), problemen met inprenting van onthoud-woorden
en problemen met spellingsregels.
> ZIE OOK FLASHCARD 'DYSORTHOGRAFIE'
1/8