Deel 4: Inleidende begrippen levende natuur
1. Levende wezens worden gekenmerkt door een reeks "levensprocessen"
1.1. Stofwisseling (metabolisme)
Dit omvat: de voeding, assimilatie (opbouw) en dissimilatie (afbraak)
Voeding betekent voor de planten: opname van H2O, CO2 en O2 en mineralen.
voor de dieren en voor sommige planten: opname van organisch materiaal.
Opbouw:
Voor planten: fotosynthese
Voor dieren: opbouwstofwisseling
Afbraak:
Afbraak van de assimilatiestoffen zodat de voor het leven noodzakelijke energie vrijkomt.
1.2. Groei
Meetbare gevolgen van het groeiproces zijn:
Toename van het aantal cellen
Volumetoename van de cellen
Toename van de massa
1.3. Ontwikkeling
Het te doorlopen levensproces.
Voorbeelden:
Van kind tot volwassen
Van kikkerdril tot kikker
Van ei tot vlinder
1.4. Voortplanting
Planten:
geslachtelijke voortplanting: versmelting van geslachtscellen.
ongeslachtelijke voortplanting: stekken, uitlopers, knopvorming..
Dieren: geslachtelijke voortplanting.
1.5. Veroudering
Er treden onregelmatigheden op bij de stofwisseling.
De cellen sterven af.
1.6. Prikkelbaarheid
Ieder levend organisme is in staat op prikkels uit de omgeving te reageren.
Voorbeelden:
Stijging van de temperatuur: zweten
Invallende lichtstralen: stand van de bladeren
Chemische prikkels: beweging
1. Levende wezens worden gekenmerkt door een reeks "levensprocessen"
1.1. Stofwisseling (metabolisme)
Dit omvat: de voeding, assimilatie (opbouw) en dissimilatie (afbraak)
Voeding betekent voor de planten: opname van H2O, CO2 en O2 en mineralen.
voor de dieren en voor sommige planten: opname van organisch materiaal.
Opbouw:
Voor planten: fotosynthese
Voor dieren: opbouwstofwisseling
Afbraak:
Afbraak van de assimilatiestoffen zodat de voor het leven noodzakelijke energie vrijkomt.
1.2. Groei
Meetbare gevolgen van het groeiproces zijn:
Toename van het aantal cellen
Volumetoename van de cellen
Toename van de massa
1.3. Ontwikkeling
Het te doorlopen levensproces.
Voorbeelden:
Van kind tot volwassen
Van kikkerdril tot kikker
Van ei tot vlinder
1.4. Voortplanting
Planten:
geslachtelijke voortplanting: versmelting van geslachtscellen.
ongeslachtelijke voortplanting: stekken, uitlopers, knopvorming..
Dieren: geslachtelijke voortplanting.
1.5. Veroudering
Er treden onregelmatigheden op bij de stofwisseling.
De cellen sterven af.
1.6. Prikkelbaarheid
Ieder levend organisme is in staat op prikkels uit de omgeving te reageren.
Voorbeelden:
Stijging van de temperatuur: zweten
Invallende lichtstralen: stand van de bladeren
Chemische prikkels: beweging