Hoofdstuk 2 – Tijd van de Grieken en Romeinen
Inleiding
Duurde van 3000 v.C. – 5000 v.C.
De Grieken geloofden is heel veel goden, maar ook vereerden ze halfgoden. Zij waren de oorzaak van
natuurverschijnselen, ziekte en dood. Te vriend houden deed je door naar ze te bidden en ze offers
te geven.
Vanaf 6e eeuw gingen Grieken anders denken over mythen. Ze zochten naar een natuurlijke oorzaak,
hiermee begon wetenschappelijk denken. Het Griekse bestuurssysteem was in Athene zeer duidelijk,
het volk had de macht. De gave voor het goede argumentatie was een grote inspiratiebron voor het
Romeinse rechtssysteem.
2.1 – De Griekse wereld
In 480 v.C. werd Athene, de toen grootste polis van Griekenland, in een oorlog met Perzen verwoest,
maar door een bouwplan werd de macht en welvaart duidelijk gemaakt. Ook stimuleerde het de
economie omdat er veel werk kwam. Er ontstond een democratie, maar dit was alleen voor vrije
mannen. Slaven, niet-Atheners en vrouwen waren uitgesloten van deze privilege. Athene was ook
het begin van het wetenschappelijk denken, goden speelden geen rol meer.
Rond 2000 v.C. waren op Kreta steden, havens en grote paleizen: de Minoïsche cultuur. Op het vaste
land heerste de Myceense cultuur. Rond 1200 v.C. waren de meeste stedelijke centra verdwenen
door volksverhuizingen, en de bevolking leefde verder in kleine boerengemeenschappen onder
leiding van edelen die hen ook beschermden. Ze werden wel steeds meer een eenheid:
- Zelfde goden
- Zelfde gewoontes
- Zelfde taal
Vanaf 850 v.C. ontstond weer een stedelijke cultuur: met stadstaten (polis, poleis). Het was vaak niet
meer dan een stad met omringend platteland. Door de sterke bevolkingsgroei was er al snel een
voedseltekort. Tussen 750 v.C. en 550 v.C. ging een deel van de bevolking weg uit hun een polis om
een kolonie te stichten, maar hierdoor werd het wel heel druk om de kusten van de middellandse
zee. De vruchtbare koloniën bij de zwarte zee waren al snel rijker, doordat ze veel graan konden
leveren. Rond 550 v.C. was het politieke systeem veranderd, machtige rijken (Perzen, Etrusken en
Carthago) maakten het stichten van koloniën moeilijk.
Het idee dat de onderling vaak vechtende poleis van Griekenland goed konden samenwerken werd
bevestigd toen in 490 v.C. en 480-479 v.C. Griekenland won van de Perzen, die nog niet eerder
verslagen waren.
De toen gebruikte bouwmanier was kunst die klassiek heette, de tijd waarin het gebouwd is klassieke
oudheid. De kunst bleef nog lang nadat Athene haar macht verloor bestaan. Athene werd het
middelpunt voor filosofie en wetenschap, maar ook het culturele middelpunt.
Er werd niet achter alles meer een oorzaak met goden gezocht, maar er werd gezocht naar
natuurlijke oorzaken. Ook op het gebied van gezondheid werd er zo over gedacht: er werden artsen
opgeleid in plaats van priesters die dan in opdracht van god jou zouden genezen. Ook aan de
vanzelfsprekende taken van de mensen in de samenleving werd getwijfeld. Ieder volk had andere
gewoontes hadden ze al opgemerkt, dus hield dan voor iedereen hetzelfde begrip iets anders in?
Daar dacht een filosoof over na. Volgens Plato kon een polis door een filosoof bestuurd worden
omdat alleen getrainde filosofen begrippen helemaal begrijpen.
In Athene ontwikkelde zich een democratie, vrijheid (mogelijkheid politieke activiteit) en gelijkheid
(iedereen gelijk voor de wet) waren daarin het belangrijkste. Bijna alle politieke functies waren
toegankelijk voor mensen met burgerschap. Dat betekende dat je politiek actief moest zijn. Er was
sprake van directe democratie, aanwezigheid in volksvergadering was verplicht als je iets te zeggen
wilde hebben. Doordat de mensen met veel geld en sofisten indirect heel machtig waren trokken
veel gewone burgers zich terug en zagen ze aristocratie als het grote ideaal.
Inleiding
Duurde van 3000 v.C. – 5000 v.C.
De Grieken geloofden is heel veel goden, maar ook vereerden ze halfgoden. Zij waren de oorzaak van
natuurverschijnselen, ziekte en dood. Te vriend houden deed je door naar ze te bidden en ze offers
te geven.
Vanaf 6e eeuw gingen Grieken anders denken over mythen. Ze zochten naar een natuurlijke oorzaak,
hiermee begon wetenschappelijk denken. Het Griekse bestuurssysteem was in Athene zeer duidelijk,
het volk had de macht. De gave voor het goede argumentatie was een grote inspiratiebron voor het
Romeinse rechtssysteem.
2.1 – De Griekse wereld
In 480 v.C. werd Athene, de toen grootste polis van Griekenland, in een oorlog met Perzen verwoest,
maar door een bouwplan werd de macht en welvaart duidelijk gemaakt. Ook stimuleerde het de
economie omdat er veel werk kwam. Er ontstond een democratie, maar dit was alleen voor vrije
mannen. Slaven, niet-Atheners en vrouwen waren uitgesloten van deze privilege. Athene was ook
het begin van het wetenschappelijk denken, goden speelden geen rol meer.
Rond 2000 v.C. waren op Kreta steden, havens en grote paleizen: de Minoïsche cultuur. Op het vaste
land heerste de Myceense cultuur. Rond 1200 v.C. waren de meeste stedelijke centra verdwenen
door volksverhuizingen, en de bevolking leefde verder in kleine boerengemeenschappen onder
leiding van edelen die hen ook beschermden. Ze werden wel steeds meer een eenheid:
- Zelfde goden
- Zelfde gewoontes
- Zelfde taal
Vanaf 850 v.C. ontstond weer een stedelijke cultuur: met stadstaten (polis, poleis). Het was vaak niet
meer dan een stad met omringend platteland. Door de sterke bevolkingsgroei was er al snel een
voedseltekort. Tussen 750 v.C. en 550 v.C. ging een deel van de bevolking weg uit hun een polis om
een kolonie te stichten, maar hierdoor werd het wel heel druk om de kusten van de middellandse
zee. De vruchtbare koloniën bij de zwarte zee waren al snel rijker, doordat ze veel graan konden
leveren. Rond 550 v.C. was het politieke systeem veranderd, machtige rijken (Perzen, Etrusken en
Carthago) maakten het stichten van koloniën moeilijk.
Het idee dat de onderling vaak vechtende poleis van Griekenland goed konden samenwerken werd
bevestigd toen in 490 v.C. en 480-479 v.C. Griekenland won van de Perzen, die nog niet eerder
verslagen waren.
De toen gebruikte bouwmanier was kunst die klassiek heette, de tijd waarin het gebouwd is klassieke
oudheid. De kunst bleef nog lang nadat Athene haar macht verloor bestaan. Athene werd het
middelpunt voor filosofie en wetenschap, maar ook het culturele middelpunt.
Er werd niet achter alles meer een oorzaak met goden gezocht, maar er werd gezocht naar
natuurlijke oorzaken. Ook op het gebied van gezondheid werd er zo over gedacht: er werden artsen
opgeleid in plaats van priesters die dan in opdracht van god jou zouden genezen. Ook aan de
vanzelfsprekende taken van de mensen in de samenleving werd getwijfeld. Ieder volk had andere
gewoontes hadden ze al opgemerkt, dus hield dan voor iedereen hetzelfde begrip iets anders in?
Daar dacht een filosoof over na. Volgens Plato kon een polis door een filosoof bestuurd worden
omdat alleen getrainde filosofen begrippen helemaal begrijpen.
In Athene ontwikkelde zich een democratie, vrijheid (mogelijkheid politieke activiteit) en gelijkheid
(iedereen gelijk voor de wet) waren daarin het belangrijkste. Bijna alle politieke functies waren
toegankelijk voor mensen met burgerschap. Dat betekende dat je politiek actief moest zijn. Er was
sprake van directe democratie, aanwezigheid in volksvergadering was verplicht als je iets te zeggen
wilde hebben. Doordat de mensen met veel geld en sofisten indirect heel machtig waren trokken
veel gewone burgers zich terug en zagen ze aristocratie als het grote ideaal.