Hoofdstuk 1 – Tijd van de jagers en de boeren
Inleiding
Duurde van … - 3000 v.C.
Neanderthalers mensensoort die 125.000 jaar geleden in Europa, Azië en Afrika leefde en wordt
gezien als voorloper van moderne mens. Stierf rond 30.000 v.C. uit. Kenmerken:
- Leefden van jagen en verzamelen
- Trokken rond, bouwden tijdelijke kampen om in te wonen (daardoor weinig bezit)
- Gebruikten geen schrift
Deel van prehistorie is Steentijd / Paleolithicum = deel van tijdvak waarin de mensen van jagen en
verzamelen leefden en rondtrokken.
Daarna is nieuwe Steentijd / Neolithicum = landbouw en veeteelt werden uitgevonden en de eerste
boeren konden blijven wonen op één plek in plaats van rondtrekken. Zo ontstonden dorpen en
steden.
3000 v.C. wordt gezien als het einde omdat toen mensen in het Midden-Oosten schrift gingen
gebruiken.
1.1 – Van jagers-verzamelaars naar boeren
Welke gevolgen had de Neolithische revolutie voor de leefwijze van de mensen in de Tijd van de
jagers en de boeren?
Landbouw werd uitgevonden rond 11.000 v.C. in het Midden-Oosten. Ook veeteelt kwam er voor het
eerst voor. De overgang naar landbouwsamenleving wordt ook wel gezien als de landbouwrevolutie /
Neolithische revolutie.
Er wordt ervan uitgegaan dat de eerste mensachtigen 3 miljoen jaar geleden in Afrika leefden. Dit is
een opvatting vanuit de evolutietheorie, de mens zou vanuit daar naar het Midden-Oosten zijn
getrokken en zich vanuit daar hebben verspreid. Naast de evolutietheorie zijn er de creationisten,
volgens hen zou de wereld ontstaan zijn door een gecreëerde schepping door 1 of meerdere goden.
We weten van de jagers-verzamelaars weinig, vooral van de immateriële kenmerken van de cultuur
(gevoelens, gebruiken, ideeën) weten we weinig.
In 1989 vonden archeologen sporen van een kamp aan het Meer van Tiberias. Ze noemden het de
Ohalo-cultuur. Zij hadden daar meer dan een jaar geleefd, en trokken dus niet rond. Blijkbaar was
dus rond 20.000 v.C. het klimaat gunstig genoeg om op 1 plek te leven en zelf producten te voorzien.
Rond 12.000 v.C. leefden er de Natufiërs, zij kenden ook al een permanente woonplaats. Rond deze
woonplaats was er voldoende voedsel te vinden door het klimaat.
Rond 11.000 v.C. veranderde dat en gingen de Natufiërs experimenteren met landbouw.
Landbouw is uitgevonden in vruchtbare Halvemaan. Vanuit daar verspreidde het zich. In 5000 v.C.
bereikte het West-Europa.
Overgang naar agrarische samenleving had gevolgen:
- Snelle bevolkingsgroei
- Boeren werden sedentair
- Andere werktuigen werden gebruikt
- Eerste aardewerk gemaakt
- Ontstaan sociale verschillen
1.2 – Oude beschavingen, steden en staten
Welke kenmerken hadden de stedelijke gemeenschappen in Mesopotamië?
De eerste steden ontstonden in Mesopotamië, nadat de bevolking had kunnen groeien door de
Neolithische revolutie. Mesopotamië lag tussen 2 rivieren, de Tigris en Eufraat. Rond 3000 v.C.
leefden er in bepaalde delen van het zuiden al tienduizenden mensen. Hetzelfde gebeurde ook in
andere delen van de wereld. Hierdoor ontstond het schrift en als dat ontstond, eindigde voor hun de
prehistorie.
Inleiding
Duurde van … - 3000 v.C.
Neanderthalers mensensoort die 125.000 jaar geleden in Europa, Azië en Afrika leefde en wordt
gezien als voorloper van moderne mens. Stierf rond 30.000 v.C. uit. Kenmerken:
- Leefden van jagen en verzamelen
- Trokken rond, bouwden tijdelijke kampen om in te wonen (daardoor weinig bezit)
- Gebruikten geen schrift
Deel van prehistorie is Steentijd / Paleolithicum = deel van tijdvak waarin de mensen van jagen en
verzamelen leefden en rondtrokken.
Daarna is nieuwe Steentijd / Neolithicum = landbouw en veeteelt werden uitgevonden en de eerste
boeren konden blijven wonen op één plek in plaats van rondtrekken. Zo ontstonden dorpen en
steden.
3000 v.C. wordt gezien als het einde omdat toen mensen in het Midden-Oosten schrift gingen
gebruiken.
1.1 – Van jagers-verzamelaars naar boeren
Welke gevolgen had de Neolithische revolutie voor de leefwijze van de mensen in de Tijd van de
jagers en de boeren?
Landbouw werd uitgevonden rond 11.000 v.C. in het Midden-Oosten. Ook veeteelt kwam er voor het
eerst voor. De overgang naar landbouwsamenleving wordt ook wel gezien als de landbouwrevolutie /
Neolithische revolutie.
Er wordt ervan uitgegaan dat de eerste mensachtigen 3 miljoen jaar geleden in Afrika leefden. Dit is
een opvatting vanuit de evolutietheorie, de mens zou vanuit daar naar het Midden-Oosten zijn
getrokken en zich vanuit daar hebben verspreid. Naast de evolutietheorie zijn er de creationisten,
volgens hen zou de wereld ontstaan zijn door een gecreëerde schepping door 1 of meerdere goden.
We weten van de jagers-verzamelaars weinig, vooral van de immateriële kenmerken van de cultuur
(gevoelens, gebruiken, ideeën) weten we weinig.
In 1989 vonden archeologen sporen van een kamp aan het Meer van Tiberias. Ze noemden het de
Ohalo-cultuur. Zij hadden daar meer dan een jaar geleefd, en trokken dus niet rond. Blijkbaar was
dus rond 20.000 v.C. het klimaat gunstig genoeg om op 1 plek te leven en zelf producten te voorzien.
Rond 12.000 v.C. leefden er de Natufiërs, zij kenden ook al een permanente woonplaats. Rond deze
woonplaats was er voldoende voedsel te vinden door het klimaat.
Rond 11.000 v.C. veranderde dat en gingen de Natufiërs experimenteren met landbouw.
Landbouw is uitgevonden in vruchtbare Halvemaan. Vanuit daar verspreidde het zich. In 5000 v.C.
bereikte het West-Europa.
Overgang naar agrarische samenleving had gevolgen:
- Snelle bevolkingsgroei
- Boeren werden sedentair
- Andere werktuigen werden gebruikt
- Eerste aardewerk gemaakt
- Ontstaan sociale verschillen
1.2 – Oude beschavingen, steden en staten
Welke kenmerken hadden de stedelijke gemeenschappen in Mesopotamië?
De eerste steden ontstonden in Mesopotamië, nadat de bevolking had kunnen groeien door de
Neolithische revolutie. Mesopotamië lag tussen 2 rivieren, de Tigris en Eufraat. Rond 3000 v.C.
leefden er in bepaalde delen van het zuiden al tienduizenden mensen. Hetzelfde gebeurde ook in
andere delen van de wereld. Hierdoor ontstond het schrift en als dat ontstond, eindigde voor hun de
prehistorie.