BLOK 3.4 FORMEEL STRAFRECHT NABESPREKING 1-8
NABESPREKING PB 1 – DWANGMIDDELEN (ALGEMEEN)
1) WELKE DWANGMIDDELEN ZIJN ER?
Dwangmiddelen – middelen die bij een strafrechtelijk onderzoek kunnen worden gebruikt tegen de wil van de
verdachte, denk hierbij aan fouilleren, afluisteren en aanhouden van verdachte.
Het zijn bevoegdheden ter opsporing
Toepassen van klassieke dwangmiddelen:
1. Je moet een bevoegdheid hebben
2. In beginsel moet het gaan om een verdachte waartegen je die dwangmiddelen toepast of hij moet er
iets mee te maken hebben
Bevoegdheden
Steunbevoegdheid – dient om een bevoegdheid mogelijk te maken/ te ondersteunen
Connexe bevoegdheid – bevoegdheden gekoppeld zijn aan uitvoer andere bevoegdheid
Vb. aangehouden verdachte fouilleren aan kleding, mag niet bij staandegehouden persoon
Voortgezette toepassing – je mag overstappen naar een andere wet, maar dit moet wel een
toevalligheid zijn
[arrest: Geweer]
Bij alcohol controle werd een geweer gevonden.
Vr: Is er nu sprake van voortgezette toepassing van bevoegdheden?
HR:
een opspambt die in rechtmatige uitoefening van zijn taak een bevoegdheid toepast,
daarbij alle andere bevoegdheden behoudt die hij op grond van andere taken heeft
Er is wel een verbod op detournement de pouvoir, maar indien opsamb het tijdens het
uitoefenen van controle bevoegdheid stuit op strafbaar feit is er geen sprake van
detournement de pouvoir
De wettelijke begrenzing van dwangmiddelen, wordt gedaan aan de hand van vier punten:
a) Bij welke delicten kan een bevoegdheid worden gebruik gevallen
b) Welk doel duidt de wet aan gronden
c) Tegen wie kan de bevoegdheid worden toegepast
d) Wie bevoegd
Drie soorten dwangmiddelen:
1. Dwangmiddelen tot het in beslag nemen van voorwerpen
2. Dwangmiddelen tot het vorderen van gegevens
3. Vrijheidsbenemende dwangmiddelen die tegen de verdachte kan worden ingezet
[1] Inbeslagname van voorwerpen – art. 134 Sv
In beslag nemen van voorwerpen – de gronden en voorwerpen [art. 94 en 94a Sv]
Wettelijke begrenzing
Geval : in beslag nemen voorwerpen – [art. 94 lid 5 Sv en 134 Sv]
Grond : strafvordering – [art. 94 lid 2 jo. 94a Sv]
Autoriteit : opsporingsambtenaar indien heterdaad – [art. 96 Sv]
Geen heterdaad, dan toestemming RC, hij geeft toestemming aan OvJ - [art. 104 Sv]
Verschillen in bevoegdheden
Art. 95 Sv ‘plaat zelf’ waar verdachte zich bevindt
Wettelijke begrenzing
Geval : staande houden en/of aanhouden
Grond : strafvordering – [art. 94 en 94a Sv]
Tegen wie: verdachte
Autoriteit : iedereen
NABESPREKING PB 1 – DWANGMIDDELEN (ALGEMEEN)
1) WELKE DWANGMIDDELEN ZIJN ER?
Dwangmiddelen – middelen die bij een strafrechtelijk onderzoek kunnen worden gebruikt tegen de wil van de
verdachte, denk hierbij aan fouilleren, afluisteren en aanhouden van verdachte.
Het zijn bevoegdheden ter opsporing
Toepassen van klassieke dwangmiddelen:
1. Je moet een bevoegdheid hebben
2. In beginsel moet het gaan om een verdachte waartegen je die dwangmiddelen toepast of hij moet er
iets mee te maken hebben
Bevoegdheden
Steunbevoegdheid – dient om een bevoegdheid mogelijk te maken/ te ondersteunen
Connexe bevoegdheid – bevoegdheden gekoppeld zijn aan uitvoer andere bevoegdheid
Vb. aangehouden verdachte fouilleren aan kleding, mag niet bij staandegehouden persoon
Voortgezette toepassing – je mag overstappen naar een andere wet, maar dit moet wel een
toevalligheid zijn
[arrest: Geweer]
Bij alcohol controle werd een geweer gevonden.
Vr: Is er nu sprake van voortgezette toepassing van bevoegdheden?
HR:
een opspambt die in rechtmatige uitoefening van zijn taak een bevoegdheid toepast,
daarbij alle andere bevoegdheden behoudt die hij op grond van andere taken heeft
Er is wel een verbod op detournement de pouvoir, maar indien opsamb het tijdens het
uitoefenen van controle bevoegdheid stuit op strafbaar feit is er geen sprake van
detournement de pouvoir
De wettelijke begrenzing van dwangmiddelen, wordt gedaan aan de hand van vier punten:
a) Bij welke delicten kan een bevoegdheid worden gebruik gevallen
b) Welk doel duidt de wet aan gronden
c) Tegen wie kan de bevoegdheid worden toegepast
d) Wie bevoegd
Drie soorten dwangmiddelen:
1. Dwangmiddelen tot het in beslag nemen van voorwerpen
2. Dwangmiddelen tot het vorderen van gegevens
3. Vrijheidsbenemende dwangmiddelen die tegen de verdachte kan worden ingezet
[1] Inbeslagname van voorwerpen – art. 134 Sv
In beslag nemen van voorwerpen – de gronden en voorwerpen [art. 94 en 94a Sv]
Wettelijke begrenzing
Geval : in beslag nemen voorwerpen – [art. 94 lid 5 Sv en 134 Sv]
Grond : strafvordering – [art. 94 lid 2 jo. 94a Sv]
Autoriteit : opsporingsambtenaar indien heterdaad – [art. 96 Sv]
Geen heterdaad, dan toestemming RC, hij geeft toestemming aan OvJ - [art. 104 Sv]
Verschillen in bevoegdheden
Art. 95 Sv ‘plaat zelf’ waar verdachte zich bevindt
Wettelijke begrenzing
Geval : staande houden en/of aanhouden
Grond : strafvordering – [art. 94 en 94a Sv]
Tegen wie: verdachte
Autoriteit : iedereen