METHODOLOGIE
HOOFDSTUK 1: WAAROM SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK?
1.1 INLEIDING
Methodologie: verwijst nr de wijze waarop het hele proces v wetenschapsbeoefening functioneert
Doelstellingen:
- Kennismaken met fundamenten en basisprocedures v sociaalwetensch onderzoek
- Toegankelijk en duidelijk maken voor lezer
- Vocabularium beheersen
- Kritisch denken stimuleren
1.2 ENKELE VOORBEELDEN
1.2.1 DE OPWARMING VD AARDE: AN INCONVENIENT TRUTH VS THE GREAT GLOBAL WARMING
SWINDLE
- Process wordt gedreven door machtsverhoudingen, politieke inmenging, ideologische assumpties…
1.2.2 DE WAR AGAINST CRIME IN NY: WERKT HET?
Broken window theory (Wilson & Kelling):
Toename verval buurt = oorzaak v fysische en gedragsmatige achteruitgang
- Als ruiten v een gebouw n vervangen worden, is dit een trigger om vandalisme te plegen
Voorwaarden causaliteit:
1) Statistisch verband tussen gebeurtenis A en B
2) Gebeurtenis A moet voorafgaan aan gebeurtenis B
3) Het statistisch verband mag niet te wijten zijn aan een 3 e gebeurtenis
1.2.3 BOTSENDE BESCHAVINGEN
Kritiek op artikel v Hunigton ‘the clash of civilizations’:
- Gebaseerd op anekdotisch bewijsmateriaal
- De conflicten tussen 2 beschavingen krijgen steeds andere invulling
- Grondige studie v diverse studies = noodzaak
1.2.4 POLLS BIJ VERKIEZINGEN: VERTEKEN(EN)D?
In verkiezingspolls wordt de non-respons n getoond + g melding v betrouwbaarheidsintervallen
1.2.5 DE WETENSCHAPPER ALS BOKSER?
Wacquant: studie over achtergestelde ‘zwarte’ buurten in Chicago -> participerende observatie = in het
‘’natuurlijke milieu begeven
, - Kwalitatief onderzoek
1.2.6 VERBAND TUSSEN GAMEN EN AGRESSIE
Gebrek aan consensus
- Wat zijn gewelddadige games juist
- Hoe wordt agressie gemeten
Problemen (onderzoek bij 1ejaar psychologie studenten)
- Veralgemeningsfouten
- Crosssectioneel surveyonderzoek
- G rekening met intermediaire variabelen
- Effect op korte termijn
- Laboratorium onderzoek
1.3 DE WETENSCHAPPELIJKE AANPAK
1.3.1 WETENSCHAP: EEN SPECIFIEKE BENADERING
Er moeten keuzes gemaakt worden -> sturen sociaalwetenschappelijk onderzoek
Methodologie (gehele proces) <-> methoden (specifieke technieken)
1.3.2 ALTERNATIEVE BRONNEN V KENNIS OVER DE WERKELIJKHEID
- Persoonlijke ervaringen, populaire media en ideologische overtuigingen + specifieke observatie
(speciaal letten op bepaalde mensen/situaties)
Toep: berichtgeving Golfoorlog Irak door VS en Arabische zender
1.4 WAT TE VERWACHTEN V METHODOLOGIE?
Niveaus:
- Micro: (inter-)individuele niveau
- Meso: niveau v organisaties en bedrijven
- Macro: maatschappelijke en ruime sociale systemen
HOOFDSTUK 2: BOUWSTENEN EN SOORTEN SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
2.1 INLEIDING
Wetenschappelijk onderzoek: wisselwerking tussen theorie en empirie
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: productie v geldige en betrouwbare kennis over sociale realiteit door het
combineren v theorie en empirie waarbij methodologische principes rigoureus worden toegepast
- Minimum v basisaannames en uitgangspunten
2.2 BOUWSTENEN V SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
2.2.1 THEORIE EN EMPIRIE
,Theorie: geheel v samenhangende uitspraken of proposities die bepaalde fenomenen beschrijven of verklaren
-> leggen terugkerende patronen + mog. voorspellingen
Toep: job demand-control model (JDC-model) v Karasek -> stress op werk door lage autonomie en hoge
werkdruk
Sociaalwetensch theorieën:
- Concepten: algemeen idee dat als label dient om concreet waarneembare zaken te categoriseren
- Relaties tussen concepten: worden beschrijven door theorieën
Kenmerken theorie:
- Logisch consistent
- Veralgemeenbaarh beschikken
Formele theorie: gaat ervan uit dat je allerhande sociale fenomenen los vd concrete inhoud kan verklaren
vanuit enkele vormelijke basisprincipes (bv rational choice theory)
Grand theories: probeert sociale fenomenen te vatten vanuit 1 abstract conceptueel kader, waarin het
ordenen v concepten belangrijker is dan het begrijpen v sociale werkelijkh (bv structureel functionalisme) -> zo
abstract dat ze moeilijk empirisch testbaar zijn
Middle range theories (Merton): theorieën die berusten op reeks aannames over 1 bepaald sociaal fenomeen,
waaruit hypothesen kunnen worden afgeleid die op hun beurt empirisch getoetst worden
- Verifieerbaarheid: mog. om door observatie te toetsen of theoretische aannames overeenstemmen
met realiteit
- Falsifieerbaarheid: mog. om door observatie eventuele onjuistheid v kennis aan te tonen (=
weerlegbaarh)
Repliceren: herhalen v onderzoek om te kijken als je tot zelfde conclusie komt
Empirie: het ervaren v de wereld rondom ons door waarneming
- Waarnemingsvermogen = g objectieve registratiemachine (gekleurd door externe invloeden)
Toep: zie experiment Bhalla en Proffit (inschatting helling)
Betekenissen die mensen geven aan omgeving en handelen moet onderwerp vormen vh onderzoek
2.2.2 INDUCTIE EN DEDUCTIE
Deductie: gevolgtrekking vh algemene nr het bijzondere
Inductie: op basis v specifieke waarnemingen komen tot een algemene regel
2.2.3 DE EMPIRISCHE CYCLUS V WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
4 fasen: observatie, inductie, deductie en toetsing
- Observatie : doelgericht verzamelen
- Deductie : algemene kennis wordt verbijzonderd nr toetsbare hypotheses
- Toetsing: nagaan v vooropgestelde hypothes
, Toep: zie experiment Semmelweis over kraamvrouwenkoorts
2.3 EVALUATIECRITERIA VOOR WETENSCHAPPELIJKE KENNIS
2 soorten fouten: toevallig (error) en systematische (bias of vertekening)
- Vb toevalsfout: wnr mensen moeten gokken nr hun gewicht
Betrouwbaarheid: mate v consistentie ve meting, mate waarin een meetinstrument dezelfde resultaten
oplevert bij herhaalde metingen onder soortgelijke condities
Validiteit: afwezigheid v systematische fouten of vertekening (= geldigheid)
2.3.1 BETROUWBAARHEID
2.3.2 VALIDITEIT
- Meetvaliditeit: mate waarin een meetinstrument meet wat het zou moeten meten
- Interne validiteit: mate waarin waargenomen relaties in een empirische studie een correcte
weerspiegeling zijn vd werkelijkheid -> stemt wijze waarop versch concepten met elkaar verbonden
worden overeen met de sociale werkelijkheid?
Toep: Neyman schijnverband ooievaars
Doel v vele sociale onderzoeken = veralgemening
- Externe validiteit: mate waarin bevindingen uit onderzoek bij een specifieke populatie ook voor een
ruimere populatie gelden (= veralgemeenbaarheid)
Empirische veralgemening: generaliseren v bevindingen op basis v beperkte steekproef nr ganse
populatie
Theoretische veralgemening : toepassing v conclusies op andere populaties
2.3.3 VAKMANSCHAP ALS KWALITEIT
Waarheidsgehalte hangt af v vakmanschap
Peer review: het laten evalueren en controleren v wetenschappelijke resultaten door collega wetenschappers
2.4 SOORTEN SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
2.4.1 TOEPASSINGSGEBIED: THEORIEGERICHT VS PRAKTIJK GERICHT ONDERZOEK
Onderscheid v 2 types onderzoek:
- Theoriegericht: gericht op ontwikkeling v theorie, waarbij kennisproductie de primaire drijfveer is (=
fundamenteel)
- Praktijkgericht: gericht op het oplossen ve praktisch, maatschappelijk probleem
Evaluatieonderzoek: vorm v praktijkgericht onderzoek om effectiviteit v sociale interventies te onderzoeken
Actieonderzoek: vorm v praktijkgericht onderzoek dat tot doel heeft kennis te verspreiden onder de
deelnemers aan het onderzoek en zo politieke actie te stimuleren (uitgangspunt dat kennis een vorm v macht
is)
HOOFDSTUK 1: WAAROM SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK?
1.1 INLEIDING
Methodologie: verwijst nr de wijze waarop het hele proces v wetenschapsbeoefening functioneert
Doelstellingen:
- Kennismaken met fundamenten en basisprocedures v sociaalwetensch onderzoek
- Toegankelijk en duidelijk maken voor lezer
- Vocabularium beheersen
- Kritisch denken stimuleren
1.2 ENKELE VOORBEELDEN
1.2.1 DE OPWARMING VD AARDE: AN INCONVENIENT TRUTH VS THE GREAT GLOBAL WARMING
SWINDLE
- Process wordt gedreven door machtsverhoudingen, politieke inmenging, ideologische assumpties…
1.2.2 DE WAR AGAINST CRIME IN NY: WERKT HET?
Broken window theory (Wilson & Kelling):
Toename verval buurt = oorzaak v fysische en gedragsmatige achteruitgang
- Als ruiten v een gebouw n vervangen worden, is dit een trigger om vandalisme te plegen
Voorwaarden causaliteit:
1) Statistisch verband tussen gebeurtenis A en B
2) Gebeurtenis A moet voorafgaan aan gebeurtenis B
3) Het statistisch verband mag niet te wijten zijn aan een 3 e gebeurtenis
1.2.3 BOTSENDE BESCHAVINGEN
Kritiek op artikel v Hunigton ‘the clash of civilizations’:
- Gebaseerd op anekdotisch bewijsmateriaal
- De conflicten tussen 2 beschavingen krijgen steeds andere invulling
- Grondige studie v diverse studies = noodzaak
1.2.4 POLLS BIJ VERKIEZINGEN: VERTEKEN(EN)D?
In verkiezingspolls wordt de non-respons n getoond + g melding v betrouwbaarheidsintervallen
1.2.5 DE WETENSCHAPPER ALS BOKSER?
Wacquant: studie over achtergestelde ‘zwarte’ buurten in Chicago -> participerende observatie = in het
‘’natuurlijke milieu begeven
, - Kwalitatief onderzoek
1.2.6 VERBAND TUSSEN GAMEN EN AGRESSIE
Gebrek aan consensus
- Wat zijn gewelddadige games juist
- Hoe wordt agressie gemeten
Problemen (onderzoek bij 1ejaar psychologie studenten)
- Veralgemeningsfouten
- Crosssectioneel surveyonderzoek
- G rekening met intermediaire variabelen
- Effect op korte termijn
- Laboratorium onderzoek
1.3 DE WETENSCHAPPELIJKE AANPAK
1.3.1 WETENSCHAP: EEN SPECIFIEKE BENADERING
Er moeten keuzes gemaakt worden -> sturen sociaalwetenschappelijk onderzoek
Methodologie (gehele proces) <-> methoden (specifieke technieken)
1.3.2 ALTERNATIEVE BRONNEN V KENNIS OVER DE WERKELIJKHEID
- Persoonlijke ervaringen, populaire media en ideologische overtuigingen + specifieke observatie
(speciaal letten op bepaalde mensen/situaties)
Toep: berichtgeving Golfoorlog Irak door VS en Arabische zender
1.4 WAT TE VERWACHTEN V METHODOLOGIE?
Niveaus:
- Micro: (inter-)individuele niveau
- Meso: niveau v organisaties en bedrijven
- Macro: maatschappelijke en ruime sociale systemen
HOOFDSTUK 2: BOUWSTENEN EN SOORTEN SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
2.1 INLEIDING
Wetenschappelijk onderzoek: wisselwerking tussen theorie en empirie
Sociaalwetenschappelijk onderzoek: productie v geldige en betrouwbare kennis over sociale realiteit door het
combineren v theorie en empirie waarbij methodologische principes rigoureus worden toegepast
- Minimum v basisaannames en uitgangspunten
2.2 BOUWSTENEN V SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
2.2.1 THEORIE EN EMPIRIE
,Theorie: geheel v samenhangende uitspraken of proposities die bepaalde fenomenen beschrijven of verklaren
-> leggen terugkerende patronen + mog. voorspellingen
Toep: job demand-control model (JDC-model) v Karasek -> stress op werk door lage autonomie en hoge
werkdruk
Sociaalwetensch theorieën:
- Concepten: algemeen idee dat als label dient om concreet waarneembare zaken te categoriseren
- Relaties tussen concepten: worden beschrijven door theorieën
Kenmerken theorie:
- Logisch consistent
- Veralgemeenbaarh beschikken
Formele theorie: gaat ervan uit dat je allerhande sociale fenomenen los vd concrete inhoud kan verklaren
vanuit enkele vormelijke basisprincipes (bv rational choice theory)
Grand theories: probeert sociale fenomenen te vatten vanuit 1 abstract conceptueel kader, waarin het
ordenen v concepten belangrijker is dan het begrijpen v sociale werkelijkh (bv structureel functionalisme) -> zo
abstract dat ze moeilijk empirisch testbaar zijn
Middle range theories (Merton): theorieën die berusten op reeks aannames over 1 bepaald sociaal fenomeen,
waaruit hypothesen kunnen worden afgeleid die op hun beurt empirisch getoetst worden
- Verifieerbaarheid: mog. om door observatie te toetsen of theoretische aannames overeenstemmen
met realiteit
- Falsifieerbaarheid: mog. om door observatie eventuele onjuistheid v kennis aan te tonen (=
weerlegbaarh)
Repliceren: herhalen v onderzoek om te kijken als je tot zelfde conclusie komt
Empirie: het ervaren v de wereld rondom ons door waarneming
- Waarnemingsvermogen = g objectieve registratiemachine (gekleurd door externe invloeden)
Toep: zie experiment Bhalla en Proffit (inschatting helling)
Betekenissen die mensen geven aan omgeving en handelen moet onderwerp vormen vh onderzoek
2.2.2 INDUCTIE EN DEDUCTIE
Deductie: gevolgtrekking vh algemene nr het bijzondere
Inductie: op basis v specifieke waarnemingen komen tot een algemene regel
2.2.3 DE EMPIRISCHE CYCLUS V WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
4 fasen: observatie, inductie, deductie en toetsing
- Observatie : doelgericht verzamelen
- Deductie : algemene kennis wordt verbijzonderd nr toetsbare hypotheses
- Toetsing: nagaan v vooropgestelde hypothes
, Toep: zie experiment Semmelweis over kraamvrouwenkoorts
2.3 EVALUATIECRITERIA VOOR WETENSCHAPPELIJKE KENNIS
2 soorten fouten: toevallig (error) en systematische (bias of vertekening)
- Vb toevalsfout: wnr mensen moeten gokken nr hun gewicht
Betrouwbaarheid: mate v consistentie ve meting, mate waarin een meetinstrument dezelfde resultaten
oplevert bij herhaalde metingen onder soortgelijke condities
Validiteit: afwezigheid v systematische fouten of vertekening (= geldigheid)
2.3.1 BETROUWBAARHEID
2.3.2 VALIDITEIT
- Meetvaliditeit: mate waarin een meetinstrument meet wat het zou moeten meten
- Interne validiteit: mate waarin waargenomen relaties in een empirische studie een correcte
weerspiegeling zijn vd werkelijkheid -> stemt wijze waarop versch concepten met elkaar verbonden
worden overeen met de sociale werkelijkheid?
Toep: Neyman schijnverband ooievaars
Doel v vele sociale onderzoeken = veralgemening
- Externe validiteit: mate waarin bevindingen uit onderzoek bij een specifieke populatie ook voor een
ruimere populatie gelden (= veralgemeenbaarheid)
Empirische veralgemening: generaliseren v bevindingen op basis v beperkte steekproef nr ganse
populatie
Theoretische veralgemening : toepassing v conclusies op andere populaties
2.3.3 VAKMANSCHAP ALS KWALITEIT
Waarheidsgehalte hangt af v vakmanschap
Peer review: het laten evalueren en controleren v wetenschappelijke resultaten door collega wetenschappers
2.4 SOORTEN SOCIAALWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
2.4.1 TOEPASSINGSGEBIED: THEORIEGERICHT VS PRAKTIJK GERICHT ONDERZOEK
Onderscheid v 2 types onderzoek:
- Theoriegericht: gericht op ontwikkeling v theorie, waarbij kennisproductie de primaire drijfveer is (=
fundamenteel)
- Praktijkgericht: gericht op het oplossen ve praktisch, maatschappelijk probleem
Evaluatieonderzoek: vorm v praktijkgericht onderzoek om effectiviteit v sociale interventies te onderzoeken
Actieonderzoek: vorm v praktijkgericht onderzoek dat tot doel heeft kennis te verspreiden onder de
deelnemers aan het onderzoek en zo politieke actie te stimuleren (uitgangspunt dat kennis een vorm v macht
is)