Ogen afwenden, minder knipperen, minder glimlachen
o Behalve bij getrainde leugenaars!
Paul Ekman: vb. visuele leugendetectie op basis van gezichtsuitdrukking
De controversiële polygraaf (leugendetector)
Registratie van meerdere fysiologische reacties tegelijk
o Hart: -ritme
o Bloed: -druk en –volume
o Huid: -geleiding en -temperatuur,
o Ademhaling: -snelheid en -volume
Gekoppeld aan cognitie: antwoorden op vragen met ‘ja’ of ‘neen’ kijken naar fysiologische
respons
Kritiek in boek is ongegrond bij correct gebruik!
o ‘weten dat je verdacht wordt veroorzaakt versterkte reactie’
o controle trials
Juridisch gebruik in België: In uitzonderlijke gevallen en nooit als enige vorm van bewijs!
Hoofdstuk 6 deel 2: Motivatie
Motivatie: het ‘waarom’ van gedrag
Er bestaan heel veel vormen van motivatie die allemaal te maken hebben met mentale
processen die een bepaald gedrag selecteren en aansturen
Motivatie is niet observeerbaar
Het belang van motivatie
Wat is de verklarende kracht van motivatie in ons gedrag?
Connectie uitwendig gedrag en interne toestanden
Variatie in gedrag
o Intensiteit: stuwende kracht van de motivatie (geen alles of niet; intensiteit =
gradiënt)
Continuïteit van gedrag ondanks hindernissen
Connectie met biologische kant van gedrag
o Zelfbehoud en soortbehoud
Soorten motivatie
Drijfveren versus motieven
Drijfveer: biologisch aangestuurde vormen van motivatie (honger, dorst, seksuele drift,
warmte)
Motief: aangeleerde behoeften met een minder uitgesproken biologische basis
(prestatiedrang, affiliatiebehoefte, behoefte aan macht, spelen).
Vb.: kat neemt muis
o Drijfveer → honger
o Motief → spelen
Intrinsieke versus Extrinsieke motivatie
Intrinsieke motivatie: Activiteiten/handelingen vormen een doel op zich (plezier beleven aan
de handeling)
o Behalve bij getrainde leugenaars!
Paul Ekman: vb. visuele leugendetectie op basis van gezichtsuitdrukking
De controversiële polygraaf (leugendetector)
Registratie van meerdere fysiologische reacties tegelijk
o Hart: -ritme
o Bloed: -druk en –volume
o Huid: -geleiding en -temperatuur,
o Ademhaling: -snelheid en -volume
Gekoppeld aan cognitie: antwoorden op vragen met ‘ja’ of ‘neen’ kijken naar fysiologische
respons
Kritiek in boek is ongegrond bij correct gebruik!
o ‘weten dat je verdacht wordt veroorzaakt versterkte reactie’
o controle trials
Juridisch gebruik in België: In uitzonderlijke gevallen en nooit als enige vorm van bewijs!
Hoofdstuk 6 deel 2: Motivatie
Motivatie: het ‘waarom’ van gedrag
Er bestaan heel veel vormen van motivatie die allemaal te maken hebben met mentale
processen die een bepaald gedrag selecteren en aansturen
Motivatie is niet observeerbaar
Het belang van motivatie
Wat is de verklarende kracht van motivatie in ons gedrag?
Connectie uitwendig gedrag en interne toestanden
Variatie in gedrag
o Intensiteit: stuwende kracht van de motivatie (geen alles of niet; intensiteit =
gradiënt)
Continuïteit van gedrag ondanks hindernissen
Connectie met biologische kant van gedrag
o Zelfbehoud en soortbehoud
Soorten motivatie
Drijfveren versus motieven
Drijfveer: biologisch aangestuurde vormen van motivatie (honger, dorst, seksuele drift,
warmte)
Motief: aangeleerde behoeften met een minder uitgesproken biologische basis
(prestatiedrang, affiliatiebehoefte, behoefte aan macht, spelen).
Vb.: kat neemt muis
o Drijfveer → honger
o Motief → spelen
Intrinsieke versus Extrinsieke motivatie
Intrinsieke motivatie: Activiteiten/handelingen vormen een doel op zich (plezier beleven aan
de handeling)