Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 8 sur 113 pages
Resume

Samenvatting Neurokinesitherapie 2 - Klinisch Neurologisch Onderzoek (L. Vereeck)

Document preview thumbnail
Aperçu 8 sur 113 pages

Volledige samenvatting (zowel praktijk als theorie) van het Klinisch Neurologisch Onderzoek uit Neurokinesitherapie 2, gegeven door L. Vereeck.

Aperçu du contenu

Komen tot zinvolle revalidatie
1. Rehabilitation, what is it?
Rehabilitation is a problem solving and educational process aimed at reducing the disability
and handicap experienced by someone as a result of a disease, always within the limitations
imposed both by available resources and by the underlying disease (D. Wade).




2. Noodzaak klinisch neurologisch onderzoek
2.1 Voorbeeld a.d.h.v. een typische triade
De triade bestaat uit:

1. Vertigo
2. Nekpijn, patiënten proberen hun hoofd stil te houden omdat ze zich anders duizelig voelen

3. Hoofdpijn.

Deze triade van klachten hoort typisch bij volgende aandoeningen:

1. Benigne Paroxysmale Positionele Vertigo (BPPV)

2. Vertebro-Basilaire Insufficiëntie (VBI)
3. Cervicogene Proprioceptieve Vertigo (CPV)

Het is dus belangrijk een juiste diagnose te kunnen stellen om de precieze aandoening en de
daarbij horende behandeling te bepalen.




1

,2.1.1 BPPV
Benigne Paroxysmale Positionele Vertigo is een indicatie voor kinesitherapie.

De aandoening bestaat eruit dat kristallen (=octonia) bv. na een slag of trauma los kunnen komen.
Tijdens het bewegen van het hoofd kunnen deze kristallen dan in de semicirculaire kanalen van
het labyrint terecht komen.

Evalutie:
Als therapeut moet je eerst evalueren welke zijde en welk specifiek kanaal is aangedaan.

Behandeling:
- Vervolgens kan je bepaalde bewegingen van het hoofd uitvoeren om de kristallen terug te
repositioneren.
- Habituatietraining




2

,2.1.2 VBI
Vertebro-basilaire insufficiëntie is een contra-indicatie voor kinesitherapie, dit omdat je
d.m.v. therapie het VBI systeem verder kan beschadigen.

Dit is een aandoening die vaak te zien is bij patiënten met een ‘versleten’ wervelzuil of congenitale
afwijking. Hierdoor kan het VBI systeem ingeklemd geraken, dit gebeurd typisch tijdens een rotatie
en extensie van de CWK.

Deze patiënten klagen typisch eerst over nekklachten en occipitale hoofdpijn, op langere termijn
zullen zij ook te maken krijgen met vertigo.




Als therapeut kan je eventueel wel de nekspieren verlengen welke meestal zeer gespannen zullen
staan.




2.1.3 Cervicogene proprioceptieve vertigo
Ook CPV is een indicatie voor kinesitherapie waarbij de nek los/vrij proberen te maken.

Er is een mismatch tussen proprioceptieve, visuele en vestibulaire informatie, de oorsprong
van de vertigo ligt in de nek:
- Het start eerst met nekijkpijn
- Via spierspoelen in de nek wordt o.a. informatie gegeven aan het hele evenwichtsstelsel
- Als verkeerde, onzuivere of nog niet bekende signalen uit de nek naar de grote hersenen
worden gestuurd dan ontstaat het gevoel van duizeligheid.




3

,2.2 Voorbeeld 2
Casus:
CVA patiënt (zonder sensomotorische problemen) loopt in de gang van de revalidatieafdeling
steeds tegen een karretje aan

Mogelijke diagnose’s:

1. Homonieme hemianopsie
2. Blikparese

3. Hemispatieel visuel neglect




4

,3. Model van Mulder
Motorisch gedrag is het resultaat van een flexibel functioneel systeem (CZS), dat zich vlot kan
aanpassen aan veranderende omstandigheden en waarbij de integratie van cognitieve, motorische
en perceptuele mechanismen van groot belang zijn.

De observeerbare output van het zenuwstelsel wordt vaak als zuiver motorisch gezien,
echter is iedere beweging een interactie tussen:
- Cognitieve aspecten
- Perceptuele aspecten
- Motorische aspecten

Motoriek op zich bestaat dus niet!




5

,3.1 Activatieniveau en aandacht
Om een actie te kunnen uitvoeren is een optimaal activatieniveau noodakelijk. Daarnaast is
aandacht tevens een belangrijk aspect om adequaat te reageren op stimuli.



3.1.1 Activatieniveau (arousal level)
Een zekere zintuigele en motorische alertheid is een voorwaarde voor iedere vaardigheid, het
wordt beschouwd als een non-specifieke fysiologische toestand van de hersenen.

De graad van bewustzijn (wakker zijn) kan beïnvloedt worden door:

1. Extreme vermoeidheid
2. Coma, suf, somnolent

3. Medicatie (sedatie, slaapmiddel, pijndaling)

4. Sensorische deprivatie




3.1.2 Aandacht
Een cognitief hersenmechanisme dat ons in staat stelt om gedachten en acties selectief te
verwerken.


Passieve aandacht Actieve aandacht

“Bottom-up”, aandacht wordt getrokken door “Top-down”, vrijwillig, bewust en van binnenuit
gebeurtenissen, geluiden of beelden. gerichte aandacht.

Vb: baby’s reageren op geluiden Vb: rekentaak




Externe aandacht Interne aandacht


Gericht op interne gebeurtenissen zoals een beeld
Gericht op aspecten of objecten in de omgeving
in het geheugen waarbij geheugenprocessen
waarbij zintuigelijke processen overheersen
overheersen




Coverte aandacht Overte aandacht


Het mentaal richten van de aandacht, er zijn geen
Het richten van de ogen naar de stimulusbron
oogbewegingen naar het target.



6

,Intensiteitsdimensie houdt verband met kwantitatieve aspecten van aandachtsprocessen:
- “Sustained attention” en alertheid spelen hier een belangrijke rol.
• Alertheid: zowel passieve als actieve aandacht gaan gepaard met fysiologische
veranderingen wat tot uiting komt in autonome en centrale processen (hartslag,
huidgeleiding, EEG). Deze ‘activatieverhoging’ kan gezien worden als een soort
energieleverancier voor het aandachtsproces
• Sustained attention: aandacht die gedurende lange tijd gericht is op één of meerdere
gebeurtenissen
- Divided attention: vooral bij actieve aandacht waarbij we we gelijktijdig aandacht kunnen
besteden aan meerdere stimuli of taken, ook time-sharing genoemd. (autorijden en praten
tegelijk)
- Aandachtscapaciteit: hoeveel aandacht kan onafgebroken aan een taak worden besteed, dit
is afhankelijk van de hoeveelheid informatie ons brein kan verwerken

- Aandachtssturing: tijdens een leerproces of pathologie wordt de aandacht gericht op één
aspect van de taak. Na verloop van tijd treed automatisatie op en kunnen er meerdere
aspecten van de taak op hetzelfde moment worden uitgevoerd.


Selectiviteitsdimensie heeft betrekking op de wijze waarop de informatiestromen worden
verwerkt:
- Passieve aandacht: cue’s spelen een belangrijke rol, iets wat makkelijk/automatisch de
aandacht trekt (gele bloem in rood bloemenveld, horen van onze eigen naam)
- Actieve aandacht: het vermogen om aandacht vrijwillig te richten op relevante gebeurtenissen
(focussed attenion, gerichte aandacht) en tegelijk irrelevante prikkels te onderdrukken
(concentreren op een bepaald geluid of vorm)




3.2 Intentie
Iedere beweging heeft intentionele aspecten, om een probleem op te lossen of een bepaald doel
te bereiken.

Motivationele aspecten:
1. Concreet: opnemen van een tas koffie omdat ik dorst heb

2. Abstract: notities maken tijdens de les om goed voorbereid te zijn op de examens om later
een goede kiné te worden




7

, 3.3 Sensorische input selectie
We worden gebombardeerd met multimodale input:
Sensorisch, auditief, vestibulair, proprioceptief, …

Echter, niet al deze informatie is relevant en verdient onze aandacht:
- CZS heeft het vermogen de relevante informatie te selecteren
- Wanneer dit input-selectiemechanisme niet werkt zal alle informatie dezelfde waarde hebben
en dus een reactie uitlokken, dit is het geval bij hypersensitieve patiënten.
- Het selectieproces zal ons uiteindelijk toegang faciliteren tot het geheugen



3.4 Stimulusherkenning
Dit is natuurlijk direct gerelateerd aan de sensorische input selectie en kunnen we beide fasen
eigenlijk niet onderscheiden.

Stimulus krijgt vorm, wel een belangrijk onderscheid tussen:
1. Gnosis: waarneming

2. Perceptie: de betekenis die er wordt aan gegeven, niet iedereen geeft dezelfde betekenis!

Er wordt dus een subjectieve betekenis gegeven aan objectieve sensorische prikkels
Zo zal een kelner een glas met geproneerde arm opheffen om vervolgens drank in te schenken.




Illusie vs. hallucinatie:
- Illusie: foute/andere interpretatie van zintuigelijke waarnemingen (bv. het zicht)
- Hallucinatie: waarneming zonder dat een externe prikkel/zintuigelijke waarneming aan de
basis ligt


8

Infos sur le Document

Cours
Publié le
27 décembre 2016
Nombre de pages
113
Écrit en
2015/2016
Type
Resume
Gratuit
Téléchargez
Acheté par 93 étudiants

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
nickhellemans
4.1
(143)
Vendu
5286
Abonnés
693
Éléments
61
Dernière vente
7 mois de cela

Avis d'acheteurs vérifiés




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions