Anatomie van de wervelkolom
De wervelkolom bestaat uit:
- 7 cervicale wervels
- 12 thoracale wervels
- 5 lumbale wervels
- Sacrum (5 vergroeide wervels)
- Os coccygis (3-4 vergroeide staartwervels
1. Segment of functionele eenheid
Een segment of functionele eenheid bestaat uit:
- Bovenliggende wervel
- Tussenliggende discus intervertebralis
- Onderliggende wervel
- Omliggende ligamenten
2. Bewegingsregio’s
Segmenten vormen bewegingsregio’s die worden onderverdeeld volgens osteologische bouw,
oriëntatie facetgewrichten, verhouding van de discus, ligamenten, musculatuur, …
Bewegingsregio Onderverdeling Niveau
Hoog C0-C2
Cervicaal Mid C2-C5
Laag C5-C7
Cervicaal-thorcale overgang C6-T2
Hoog T1-T4
Thoracaal Mid T4-T8
Laag T8-T12
Thoraco-lumbale overgang T11-L2
Lumbaal L1-L5
Lumbo-sacrale overgang L5-S1
Overgangregio’s zijn regio’s waar de wervels van vorm veranderen.
1
,3. Krommingen van de wervelkolom
De natuurlijke krommingen zijn niet aanwezig bij de geboorte,
gedurende ontwikkeling krijgt de wervelkolom zijn definitieve vorm.
3.1 Frontale vlak
In het frontale vlak is de wervelkolom rechtlijnig, anders is er
sprake van scoliose.
3.2 Sagitale vlak
Typische S-vorm gevormd door:
- Cervicale lordose
- Thoracale kyfose
- Lumbale lordose
- Sacrale kyfose
Functie van deze krommingen?
De wervelkolom is beter belast tegen axiale krachten, volgende formule toont dit aan “R = n2 + 1”,
waarbij n het aantal krommingen zijn.
4. Functie van de wervelkolom
We onderscheiden 3 functies voor de wervelkolom:
1. Stabiliteit en draagvermogen;
2. Mobiliteit van de romp;
3. Bescherming van het ruggenmerg en zenuwen.
Deze functies worden verwezenlijkt door een paar systemen (PAN):
- Passief MSK systeem
- Actief MSK systeem
- Neuronale controle systeem (vb. receptoren voor houdingszin)
2
,Cervicale wervelkolom
1. Beenderige structuren
1.1 Atlas
1.2 Axis
1.3 Overige cervicale wervels
3
,2. Gewrichten
2.1 Facetgewrichten
Synoviale gewrichten gevormd door:
- Facies articularis superior (craniaal en dorsaal gericht)
- Facies articularis inferior (caudaal en ventraal gericht)
In het sagitale vlak maken ze een hoek van 45° met het transversale vlak, in het transversale vlak
maken ze een hoek van 0° met het frontale vlak.
Ze kunnen variëren van vorm (vlak, C-vormig of J-vormig), hun belangrijkste functie is het
toestaan en begeleiden van bewegingen en zorgen voor stabilisatie.
Het gewrichtskapsel van de facetgewrichten:
- Los superieur en inferieur deel
- Stevig anterieur en posterieur deel dat overwegend vertegenwoordigd wordt door lig. flava
- Er is synoviaal vocht, vetweefsel en meniscoide plooien terug te vinden. Het vetweefsel kan
met extracapsulair vetweefsel interferen via een klein gaatje in het subcapsular pocket.
4
,2.2 Uncovertebrale gewrichten
Gevormd door de processi uncinati van de onderliggende wervel en laterale
gewrichtsvlakjes op de bovenliggende wervel.
- Processi uncinati primair niet aanwezig maar ontstaan vanaf 5-10jaar
- Begeleiden mee de bewegingen CWK
2.3 Art. atlanto-occipitalis
Gewricht tussen het os occipitale en de atlas:
De convexe condylen van het occipitale passen op de concave massae laterales van de atlas
2.4 Art. atlanto-axialis mediana en lateralis
Het mediale gewricht bestaat uit:
- Dens van de axis
- Fovea dentis van de atlas
- Lig. transversum atlantis wat beide structuren tegen elkaar houdt.
Het laterale gewricht wordt gevormd door:
- Onderzijde van de massae laterales
- Processus articularis superior van de axis
5
,3. Discus intervertebralis
Het is een fibrocartilagineuze verbinding (=symphyse) tussen 2 wervels, en meer bepaald de
corpora ervan. De discus wordt steeds vernoemd naar de bovenliggende wervel.
3.1 Structuur
De discus wordt caudaal en craniaal begrensd door de vertebrale eindplaat
Element Opbouw
- Gelatineuze substantie
Nucleus pulposus - 70-90% water, proteoglycanen, collageen type II, kraakbeencellen,
bindweefselcellen
- Vezelige ring opgebouwd uit concentrische lamellen
- Een lamel maakt een hoek van 60°-70° met de verticale
Annulus fibrosus - Tegenover de volgende lamel maakt het een hoek van 120°
- 60-70% water, proteoglycanen, collageen type I, bindweefselcellen,
chondrocyten en fibroblasten
Vertebrale eindplaat Bestaat uit water, proteoglycanen, collageen en hyalien kraakbeen
6
,3.2 Functie van de discus
De discus wordt op een complexe manier belast en moet voldoende stabiliteit, maar ook mobiliteit
mogelijk maken tussen wervels.
1. De discus brengt gewicht over naar de wervels
De nucleus pulposus kan omwille van zijn hydrofiel karakter de druk gelijkmatig verdelen over
de annulus fibrosus en VEP.
2. De discus absorbeert belastingen en dempt schokken
Opnieuw zal de nucleus pulposus de druk gelijkmatig verdelen, de type 1 collageenvezels van
de annulus fibrosus hebben voldoende elastische kracht om weerstand te bieden tegen extra
belasting of schokken
3. De discus begeleidt de bewegingen tussen de wervels
- Axiale druk: druk in NP stijgt en wordt doorgegeven aan AF
- Axiale tractie: druk in NP daalt, AF komt op rek
- Buiging: aan de convexe zijde neemt de druk in de NP af en de rek in de AF toe
- Rotatie: druk in NP neemt lichtjes toe, vezels van de AF die in dezelfde richting lopen als de
rotatiebeweging komen op rek
De kans op schade bij een enkele beweging is klein, het gevaar zit in de gecombineerde
bewegingen
Wat bepaald de bewegelijkheid in een segment?
- Niet de dikte van de discus;
- Wel de verhouding van van de discus t.a.v. het corpus vertebralis.
7
, 3.3 Kenmerken van de discus t.h.v. CWK
De verhouding tussen discus en corpus is het grootst cervicaal (2/5), dit wil zeggen dat deze
regio het meest mobiel is.
De discus wordt langs weerszijden ingesloten door de processi uncinati.
4. Capsuloligamentair systeem
4.1 Structuur van ligamenten
Ligamenten zijn samengesteld uit:
- Water
- Collageenvezels type I (=grote rekbaarheid tegen trekkrachten)
- Elastine
- Proteoglycanen
- Fibroblasten
De ligamenten vormen een bundel van collageenvezels die in één richting verlopen, de
lengterichting van het ligament.
4.2 Functie van ligamenten
1. Laten bewegingen toe en bieden stabiliteit
2. Proprioceptieve functie omdat ze strechgevoelige mechanoreceptoren bevatten
3. Bieden bescherming door het beperken van bewegingen en absorberen van energie
8
De wervelkolom bestaat uit:
- 7 cervicale wervels
- 12 thoracale wervels
- 5 lumbale wervels
- Sacrum (5 vergroeide wervels)
- Os coccygis (3-4 vergroeide staartwervels
1. Segment of functionele eenheid
Een segment of functionele eenheid bestaat uit:
- Bovenliggende wervel
- Tussenliggende discus intervertebralis
- Onderliggende wervel
- Omliggende ligamenten
2. Bewegingsregio’s
Segmenten vormen bewegingsregio’s die worden onderverdeeld volgens osteologische bouw,
oriëntatie facetgewrichten, verhouding van de discus, ligamenten, musculatuur, …
Bewegingsregio Onderverdeling Niveau
Hoog C0-C2
Cervicaal Mid C2-C5
Laag C5-C7
Cervicaal-thorcale overgang C6-T2
Hoog T1-T4
Thoracaal Mid T4-T8
Laag T8-T12
Thoraco-lumbale overgang T11-L2
Lumbaal L1-L5
Lumbo-sacrale overgang L5-S1
Overgangregio’s zijn regio’s waar de wervels van vorm veranderen.
1
,3. Krommingen van de wervelkolom
De natuurlijke krommingen zijn niet aanwezig bij de geboorte,
gedurende ontwikkeling krijgt de wervelkolom zijn definitieve vorm.
3.1 Frontale vlak
In het frontale vlak is de wervelkolom rechtlijnig, anders is er
sprake van scoliose.
3.2 Sagitale vlak
Typische S-vorm gevormd door:
- Cervicale lordose
- Thoracale kyfose
- Lumbale lordose
- Sacrale kyfose
Functie van deze krommingen?
De wervelkolom is beter belast tegen axiale krachten, volgende formule toont dit aan “R = n2 + 1”,
waarbij n het aantal krommingen zijn.
4. Functie van de wervelkolom
We onderscheiden 3 functies voor de wervelkolom:
1. Stabiliteit en draagvermogen;
2. Mobiliteit van de romp;
3. Bescherming van het ruggenmerg en zenuwen.
Deze functies worden verwezenlijkt door een paar systemen (PAN):
- Passief MSK systeem
- Actief MSK systeem
- Neuronale controle systeem (vb. receptoren voor houdingszin)
2
,Cervicale wervelkolom
1. Beenderige structuren
1.1 Atlas
1.2 Axis
1.3 Overige cervicale wervels
3
,2. Gewrichten
2.1 Facetgewrichten
Synoviale gewrichten gevormd door:
- Facies articularis superior (craniaal en dorsaal gericht)
- Facies articularis inferior (caudaal en ventraal gericht)
In het sagitale vlak maken ze een hoek van 45° met het transversale vlak, in het transversale vlak
maken ze een hoek van 0° met het frontale vlak.
Ze kunnen variëren van vorm (vlak, C-vormig of J-vormig), hun belangrijkste functie is het
toestaan en begeleiden van bewegingen en zorgen voor stabilisatie.
Het gewrichtskapsel van de facetgewrichten:
- Los superieur en inferieur deel
- Stevig anterieur en posterieur deel dat overwegend vertegenwoordigd wordt door lig. flava
- Er is synoviaal vocht, vetweefsel en meniscoide plooien terug te vinden. Het vetweefsel kan
met extracapsulair vetweefsel interferen via een klein gaatje in het subcapsular pocket.
4
,2.2 Uncovertebrale gewrichten
Gevormd door de processi uncinati van de onderliggende wervel en laterale
gewrichtsvlakjes op de bovenliggende wervel.
- Processi uncinati primair niet aanwezig maar ontstaan vanaf 5-10jaar
- Begeleiden mee de bewegingen CWK
2.3 Art. atlanto-occipitalis
Gewricht tussen het os occipitale en de atlas:
De convexe condylen van het occipitale passen op de concave massae laterales van de atlas
2.4 Art. atlanto-axialis mediana en lateralis
Het mediale gewricht bestaat uit:
- Dens van de axis
- Fovea dentis van de atlas
- Lig. transversum atlantis wat beide structuren tegen elkaar houdt.
Het laterale gewricht wordt gevormd door:
- Onderzijde van de massae laterales
- Processus articularis superior van de axis
5
,3. Discus intervertebralis
Het is een fibrocartilagineuze verbinding (=symphyse) tussen 2 wervels, en meer bepaald de
corpora ervan. De discus wordt steeds vernoemd naar de bovenliggende wervel.
3.1 Structuur
De discus wordt caudaal en craniaal begrensd door de vertebrale eindplaat
Element Opbouw
- Gelatineuze substantie
Nucleus pulposus - 70-90% water, proteoglycanen, collageen type II, kraakbeencellen,
bindweefselcellen
- Vezelige ring opgebouwd uit concentrische lamellen
- Een lamel maakt een hoek van 60°-70° met de verticale
Annulus fibrosus - Tegenover de volgende lamel maakt het een hoek van 120°
- 60-70% water, proteoglycanen, collageen type I, bindweefselcellen,
chondrocyten en fibroblasten
Vertebrale eindplaat Bestaat uit water, proteoglycanen, collageen en hyalien kraakbeen
6
,3.2 Functie van de discus
De discus wordt op een complexe manier belast en moet voldoende stabiliteit, maar ook mobiliteit
mogelijk maken tussen wervels.
1. De discus brengt gewicht over naar de wervels
De nucleus pulposus kan omwille van zijn hydrofiel karakter de druk gelijkmatig verdelen over
de annulus fibrosus en VEP.
2. De discus absorbeert belastingen en dempt schokken
Opnieuw zal de nucleus pulposus de druk gelijkmatig verdelen, de type 1 collageenvezels van
de annulus fibrosus hebben voldoende elastische kracht om weerstand te bieden tegen extra
belasting of schokken
3. De discus begeleidt de bewegingen tussen de wervels
- Axiale druk: druk in NP stijgt en wordt doorgegeven aan AF
- Axiale tractie: druk in NP daalt, AF komt op rek
- Buiging: aan de convexe zijde neemt de druk in de NP af en de rek in de AF toe
- Rotatie: druk in NP neemt lichtjes toe, vezels van de AF die in dezelfde richting lopen als de
rotatiebeweging komen op rek
De kans op schade bij een enkele beweging is klein, het gevaar zit in de gecombineerde
bewegingen
Wat bepaald de bewegelijkheid in een segment?
- Niet de dikte van de discus;
- Wel de verhouding van van de discus t.a.v. het corpus vertebralis.
7
, 3.3 Kenmerken van de discus t.h.v. CWK
De verhouding tussen discus en corpus is het grootst cervicaal (2/5), dit wil zeggen dat deze
regio het meest mobiel is.
De discus wordt langs weerszijden ingesloten door de processi uncinati.
4. Capsuloligamentair systeem
4.1 Structuur van ligamenten
Ligamenten zijn samengesteld uit:
- Water
- Collageenvezels type I (=grote rekbaarheid tegen trekkrachten)
- Elastine
- Proteoglycanen
- Fibroblasten
De ligamenten vormen een bundel van collageenvezels die in één richting verlopen, de
lengterichting van het ligament.
4.2 Functie van ligamenten
1. Laten bewegingen toe en bieden stabiliteit
2. Proprioceptieve functie omdat ze strechgevoelige mechanoreceptoren bevatten
3. Bieden bescherming door het beperken van bewegingen en absorberen van energie
8