Controle van beweging
1. Enkele definities
Motorische controle vs motorisch leren:
Motorische controle Motorisch leren
Omvat de manier waarop intrinsieke en
Omvat alle processen die een rol
Definitie extrinsieke factoren inspelen op de controle
spelen om tot actie te komen
van bewegingen
Veranderingen in het proces van
Tijd Momentopname motorische controle die optreden in verloop
van tijd
Hoe komt de beweging tot stand op dit Hoe wordt een beweging(s)/patroon
Kortom
moment? beïnvloed?
Motorische ontwikkeling:
een proces waarbij veranderingen in motorisch gedrag optreden ten gevolgen van groei, maturatie
en ervaring.
2. Hoe komt beweging tot stand
Door de jaren heen zijn er verschillende visies tot stand gekomen die elk beweging vanuit een
andere invalshoek benaderen. Hierdoor zal geen enkele visie de realiteit weerspiegelen, om een
volledig inzicht te krijgen moeten verschillende visies gecombineerd worden.
2.1 Evolutie van de visies
1. 1900: reflexmatige visie, Pavlov;
2. 1920: hiërarchische visie, motorische ontwikkeling is het resultaat van de verschillende
processen die voortkomen door maturatie (=maturatietheorie);
3. 1970: proces georiënteerde aanpak, vanaf nu wordt er aandacht besteed aan omgeving en
feedback. Er worden voor het eerst leertheorieën ontwikkeld;
We gaan echter dieper in op de meest recente visies:
- Multifactorieel perspectief (Shumway-Cook & Woolacott);
- Neuromechanische visie (Nishikawa).
1
,3. Neuromechanische visie
2
,De neuromechanische visie bouwt verder op de theorie van CPG’s en focust zich op processen
die plaatsvinden binnenin het individu. Daarbovenop houdt het ook rekening met de hiërarchie
van het CZS en met het krachtenevenwicht tussen spieren en externe krachten.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 3 niveau’s:
1. Neurale controle;
2. Mechanische controle;
3. Collectieve output.
3.1 Neurale controle
Beweging vertrekt altijd vanuit een motivatie of intentie om te bewegen, dit is een proces dat
plaatsvindt op centraal niveau.
Dit proces zet een ‘cascade’ in gang op neuronaal niveau dat via afdalende banen in het
ruggenmerg de α-motorneuronen activeert.
3.2 Mechanische controle
Het genereren van de spierkracht zorgt ervoor dat de spiervezels geprikkeld worden, maar het
uiteindelijke bewegingspatroon wordt bepaald door meerdere factoren.
Beweging is een samenspel of evenwicht tussen:
- Spierkracht;
- Externe krachten;
- Interne krachten.
Dit noemen we de mechanische controle van beweging:
Het krachtenevenwicht in ons lichaam, het niveau van mechanische controle wordt beïnvloedt door
factoren zoals lichaamsbouw en groei.
3.3 Collectieve output
Dit is het uiteindelijke bewegingspatroon wat tot stand komt.
Bewegingen omvatten altijd een combinatie van:
- Posturale controle;
- Bewegingscoördinatie.
3
,3.4 Feedback
De neuromechanische visie biedt ook aandacht aan feedback.
Belang van feedback:
- Het zegt ons iets over veranderde omgevingsomstandigheden;
- Verhindert ook overbelasting of kwetsuren van het MSK-syteem;
- Bij complexe bewegingen (wandelen) moet spierkracht aangepast zijn aan een specifieke
situatie/individu om deze bewegingen efficiënt te kunnen uitvoeren.
Feedback kan er dus voor zorgen dat een beweging energetisch efficiënt en doelmatig verloopt
We onderscheiden 2 soorten feedback:
1. Neuronale feedback: informatie vanuit sensorische organen wordt teruggekoppeld naar het
CZS (zien, vestibulair apparaat);
2. Mechanische feedback: de manier waarop mechanica van ons lichaam invloed heeft op het
bewegingsresultaat, zonder terugkoppeling naar het CZS (op rek komen van een ligament).
4
,4. Multifactorieel perspectief
Deze visie gaat er vanuit dat beweging ontstaat uit de interactie tussen het individu, de uit te
voeren taak en de omgevingsomstandigheden.
4.1 Controleprocessen in het individu (“individual constraints”)
De uit te voeren taak legt beperkingen om aan de voorziene modaliteiten van
bewegingsuitvoering waarover het individu beschikt.
Vereenvoudigd gezien ontstaat beweging door interactie tussen:
Actie, perceptie en cognitie
4.1.1 Beweging en actie
Op welke manier wordt ons effectorsysteem (=spieren) bewust en onbewust gestuurd?
Ons lichaam bevat een groot aantal spieren en gewrichten die allemaal aangestuurd dienen te
worden tijdens het uitvoeren van functionele bewegingen.
Degrees-of-freedom probleem:
Hoe slaagt ons lichaam er in om al deze vrijheidsgraden doeltreffend te controleren?
5
,4.1.2 Beweging en perceptie
Perceptie is de integratie van verschillende waarnemingen tot betekenisvolle informatie:
Proprioceptieve en exteroceptieve informatie is cruciaal om acties af te stemmen op de taak- en
omgevingsvereisten.
Op welke manier gaan sensorische en motorische processen samen om beweging te veroorzaken
controleren? Er zijn 2 extreme standpunten:
Gesloten lus Open lus
Perifere benadering Centrale benadering
Bewegingen worden gecontroleerd op basis van Bewegingen zijn vooraf geprogrammeerd en
feedback uit spieren, gewrichten, vestibulaire, feedback is niet noodzakelijk voor het tot stand
visuele en auditieve informatie komen en uitvoeren van deze bewegingen
Gesloten lus: vooral bij controle van trage bewegingen, afhankelijk van omgevingsinformatie
Bestaat uit 3 delen:
1. Referentiemechanisme: wat is het doel, wat moet bereikt worden?
2. Omgevingsinformatie: informatie over de huidige status van het systeem welke kan
teruggekoppeld worden naar de referentie (= feedback). De referentie zal aanleiding geven
tot eventuele foutendetectie.
3. Uitvoerend niveau: Indien nodig zal er actie worden ondernomen
6
, Open lus: laat snelle bewegingsuitvoering toe, is niet afhankelijk van omgevingsinformatie
Open-lus systemen beschikken dus niet over een feedbackmechanisme, bewegingen worden
uitgevoerd zoals ze geprogrammeerd zijn. Een nadeel is dat bewegingen niet kunnen bijgestuurd
worden in functie van veranderde omgevingsomstandigheden.
Beide systemen treden vaak in combinatie op:
- Vooraf gestructureerde programma’s initiëren bewegingen terwijl deze bijgestuurd worden in
functie van wijzigende omgevingsomstandigheden;
- Tijdens een motorisch leerproces zal er een evolutie plaatsvinden van gesloten naar meer
open-lus controle. In het begin heb je veel feedback nodig, naarmate je beter wordt is er
sprake van opbouw van motorisch programma (=leren stappen).
Er kan ook een omgekeerde evolutie zijn, van open-lus naar gesloten-lus:
Ziekte van Parkinson, bewegingen gaan trager verlopen (bradykinesie) omdat patiënt hervalt naar
feedback-gestuurde controle.
4.1.3 Beweging en cognitie
Cognitieve processen zoals geheugen, aandacht, motivatie en emoties zullen ook onze
bewegingen beïnvloeden.
7
, 4.2 Controleprocessen gerelateerd aan taak (“task constraints”)
Op welke manier gaan taken onze bewegingen beperken of reguleren?
Functioneel bewegingsherstel heeft als doel om de patiënt bewegingspatronen aan te
leren waarmee hij/zij functionele taken kan uitvoeren, rekening houdende met
sensorische, motorische, cognitieve stoornissen (individu).
Classificaties van taken:
Functioneel Alternatief
- Transfertaken: taken die een bepaalde
vaardigheid vereisen om zich te verplaatsen - Discrete vs. continue bewegingen
vanuit een bepaalde uitgangshouding naar een
- Open vs. gesloten vaardigheden
andere
- ADL: taken die te maken hebben met dagelijkse - Stabiliteit-, mobiliteit- en manipulatietaken
handelingen
4.2.1 Discrete vs continue bewegingen
Discrete bewegingen Seriële bewegingen Continue bewegingen
Duidelijk herkenbaar begin en In de tijd geordende serie van Geen duidelijk herkenbaar begin
einde discrete bewegingen of eindpunt
uit zit tot stand komen aankleden, koken fietsen
4.2.2 Open vs. gesloten vaardigheden
De voorspelbaarheid van de omgeving staat centraal:
Open vaardigheid Gesloten vaardigheid
Uitgevoerd in constant veranderde Uitgevoerd in een voorspelbare en stabiele
omgevingsomstandigheden. omgeving.
Het motorisch antwoord is op voorhand dus niet Motorisch antwoord gaat in de meeste gevallen dus
duidelijk, voorbeelden hiervan zijn sporten met hetzelfde zijn
tegenstanders aan-en uitkleden
8
1. Enkele definities
Motorische controle vs motorisch leren:
Motorische controle Motorisch leren
Omvat de manier waarop intrinsieke en
Omvat alle processen die een rol
Definitie extrinsieke factoren inspelen op de controle
spelen om tot actie te komen
van bewegingen
Veranderingen in het proces van
Tijd Momentopname motorische controle die optreden in verloop
van tijd
Hoe komt de beweging tot stand op dit Hoe wordt een beweging(s)/patroon
Kortom
moment? beïnvloed?
Motorische ontwikkeling:
een proces waarbij veranderingen in motorisch gedrag optreden ten gevolgen van groei, maturatie
en ervaring.
2. Hoe komt beweging tot stand
Door de jaren heen zijn er verschillende visies tot stand gekomen die elk beweging vanuit een
andere invalshoek benaderen. Hierdoor zal geen enkele visie de realiteit weerspiegelen, om een
volledig inzicht te krijgen moeten verschillende visies gecombineerd worden.
2.1 Evolutie van de visies
1. 1900: reflexmatige visie, Pavlov;
2. 1920: hiërarchische visie, motorische ontwikkeling is het resultaat van de verschillende
processen die voortkomen door maturatie (=maturatietheorie);
3. 1970: proces georiënteerde aanpak, vanaf nu wordt er aandacht besteed aan omgeving en
feedback. Er worden voor het eerst leertheorieën ontwikkeld;
We gaan echter dieper in op de meest recente visies:
- Multifactorieel perspectief (Shumway-Cook & Woolacott);
- Neuromechanische visie (Nishikawa).
1
,3. Neuromechanische visie
2
,De neuromechanische visie bouwt verder op de theorie van CPG’s en focust zich op processen
die plaatsvinden binnenin het individu. Daarbovenop houdt het ook rekening met de hiërarchie
van het CZS en met het krachtenevenwicht tussen spieren en externe krachten.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 3 niveau’s:
1. Neurale controle;
2. Mechanische controle;
3. Collectieve output.
3.1 Neurale controle
Beweging vertrekt altijd vanuit een motivatie of intentie om te bewegen, dit is een proces dat
plaatsvindt op centraal niveau.
Dit proces zet een ‘cascade’ in gang op neuronaal niveau dat via afdalende banen in het
ruggenmerg de α-motorneuronen activeert.
3.2 Mechanische controle
Het genereren van de spierkracht zorgt ervoor dat de spiervezels geprikkeld worden, maar het
uiteindelijke bewegingspatroon wordt bepaald door meerdere factoren.
Beweging is een samenspel of evenwicht tussen:
- Spierkracht;
- Externe krachten;
- Interne krachten.
Dit noemen we de mechanische controle van beweging:
Het krachtenevenwicht in ons lichaam, het niveau van mechanische controle wordt beïnvloedt door
factoren zoals lichaamsbouw en groei.
3.3 Collectieve output
Dit is het uiteindelijke bewegingspatroon wat tot stand komt.
Bewegingen omvatten altijd een combinatie van:
- Posturale controle;
- Bewegingscoördinatie.
3
,3.4 Feedback
De neuromechanische visie biedt ook aandacht aan feedback.
Belang van feedback:
- Het zegt ons iets over veranderde omgevingsomstandigheden;
- Verhindert ook overbelasting of kwetsuren van het MSK-syteem;
- Bij complexe bewegingen (wandelen) moet spierkracht aangepast zijn aan een specifieke
situatie/individu om deze bewegingen efficiënt te kunnen uitvoeren.
Feedback kan er dus voor zorgen dat een beweging energetisch efficiënt en doelmatig verloopt
We onderscheiden 2 soorten feedback:
1. Neuronale feedback: informatie vanuit sensorische organen wordt teruggekoppeld naar het
CZS (zien, vestibulair apparaat);
2. Mechanische feedback: de manier waarop mechanica van ons lichaam invloed heeft op het
bewegingsresultaat, zonder terugkoppeling naar het CZS (op rek komen van een ligament).
4
,4. Multifactorieel perspectief
Deze visie gaat er vanuit dat beweging ontstaat uit de interactie tussen het individu, de uit te
voeren taak en de omgevingsomstandigheden.
4.1 Controleprocessen in het individu (“individual constraints”)
De uit te voeren taak legt beperkingen om aan de voorziene modaliteiten van
bewegingsuitvoering waarover het individu beschikt.
Vereenvoudigd gezien ontstaat beweging door interactie tussen:
Actie, perceptie en cognitie
4.1.1 Beweging en actie
Op welke manier wordt ons effectorsysteem (=spieren) bewust en onbewust gestuurd?
Ons lichaam bevat een groot aantal spieren en gewrichten die allemaal aangestuurd dienen te
worden tijdens het uitvoeren van functionele bewegingen.
Degrees-of-freedom probleem:
Hoe slaagt ons lichaam er in om al deze vrijheidsgraden doeltreffend te controleren?
5
,4.1.2 Beweging en perceptie
Perceptie is de integratie van verschillende waarnemingen tot betekenisvolle informatie:
Proprioceptieve en exteroceptieve informatie is cruciaal om acties af te stemmen op de taak- en
omgevingsvereisten.
Op welke manier gaan sensorische en motorische processen samen om beweging te veroorzaken
controleren? Er zijn 2 extreme standpunten:
Gesloten lus Open lus
Perifere benadering Centrale benadering
Bewegingen worden gecontroleerd op basis van Bewegingen zijn vooraf geprogrammeerd en
feedback uit spieren, gewrichten, vestibulaire, feedback is niet noodzakelijk voor het tot stand
visuele en auditieve informatie komen en uitvoeren van deze bewegingen
Gesloten lus: vooral bij controle van trage bewegingen, afhankelijk van omgevingsinformatie
Bestaat uit 3 delen:
1. Referentiemechanisme: wat is het doel, wat moet bereikt worden?
2. Omgevingsinformatie: informatie over de huidige status van het systeem welke kan
teruggekoppeld worden naar de referentie (= feedback). De referentie zal aanleiding geven
tot eventuele foutendetectie.
3. Uitvoerend niveau: Indien nodig zal er actie worden ondernomen
6
, Open lus: laat snelle bewegingsuitvoering toe, is niet afhankelijk van omgevingsinformatie
Open-lus systemen beschikken dus niet over een feedbackmechanisme, bewegingen worden
uitgevoerd zoals ze geprogrammeerd zijn. Een nadeel is dat bewegingen niet kunnen bijgestuurd
worden in functie van veranderde omgevingsomstandigheden.
Beide systemen treden vaak in combinatie op:
- Vooraf gestructureerde programma’s initiëren bewegingen terwijl deze bijgestuurd worden in
functie van wijzigende omgevingsomstandigheden;
- Tijdens een motorisch leerproces zal er een evolutie plaatsvinden van gesloten naar meer
open-lus controle. In het begin heb je veel feedback nodig, naarmate je beter wordt is er
sprake van opbouw van motorisch programma (=leren stappen).
Er kan ook een omgekeerde evolutie zijn, van open-lus naar gesloten-lus:
Ziekte van Parkinson, bewegingen gaan trager verlopen (bradykinesie) omdat patiënt hervalt naar
feedback-gestuurde controle.
4.1.3 Beweging en cognitie
Cognitieve processen zoals geheugen, aandacht, motivatie en emoties zullen ook onze
bewegingen beïnvloeden.
7
, 4.2 Controleprocessen gerelateerd aan taak (“task constraints”)
Op welke manier gaan taken onze bewegingen beperken of reguleren?
Functioneel bewegingsherstel heeft als doel om de patiënt bewegingspatronen aan te
leren waarmee hij/zij functionele taken kan uitvoeren, rekening houdende met
sensorische, motorische, cognitieve stoornissen (individu).
Classificaties van taken:
Functioneel Alternatief
- Transfertaken: taken die een bepaalde
vaardigheid vereisen om zich te verplaatsen - Discrete vs. continue bewegingen
vanuit een bepaalde uitgangshouding naar een
- Open vs. gesloten vaardigheden
andere
- ADL: taken die te maken hebben met dagelijkse - Stabiliteit-, mobiliteit- en manipulatietaken
handelingen
4.2.1 Discrete vs continue bewegingen
Discrete bewegingen Seriële bewegingen Continue bewegingen
Duidelijk herkenbaar begin en In de tijd geordende serie van Geen duidelijk herkenbaar begin
einde discrete bewegingen of eindpunt
uit zit tot stand komen aankleden, koken fietsen
4.2.2 Open vs. gesloten vaardigheden
De voorspelbaarheid van de omgeving staat centraal:
Open vaardigheid Gesloten vaardigheid
Uitgevoerd in constant veranderde Uitgevoerd in een voorspelbare en stabiele
omgevingsomstandigheden. omgeving.
Het motorisch antwoord is op voorhand dus niet Motorisch antwoord gaat in de meeste gevallen dus
duidelijk, voorbeelden hiervan zijn sporten met hetzelfde zijn
tegenstanders aan-en uitkleden
8