Inhoud
Inleiding.............................................................................................................................................. 3
a. Definitie Persoonlijkheid............................................................................................................. 3
b. Persoonlijkheidspsychologie ...................................................................................................... 3
1. Persoonlijkheidstheorieën .............................................................................................................. 5
1.1 Dispositionele theorieën: Costa & McCrae (FFT) ...................................................................... 5
1.2 Biologische theorieën: Eysenck, Gray, Cloninger, ... ............................................................... 10
1.3 Psychodynamische theorieën: Freud, Horney, Erikson, Ainsworth, ... ................................... 13
1.4 Humanistische theorieën: Maslow, Rogers, ... ....................................................................... 19
1.5 Sociaal-cognitivistische theorieën: Skinner, Bandura, Mischel, Kelly, .................................... 20
2. Hedendaagse thema’s binnen persoonlijkheidspsychologie ........................................................ 24
2.1 Assessment van Persoonlijkheid............................................................................................. 24
2.1.1 Informatiebronnen met betrekking tot persoonlijkheid ...................................................... 24
2.1.2 Evaluatie van meetinstrumenten ........................................................................................ 25
2.1.3 Ontwikkeling van meetinstrumenten .................................................................................. 26
2.1.4 Onderzoeksdesign in persoonlijkheidspsychologie ............................................................. 26
2.1.5 Methodologische kwesties .................................................................................................. 27
2.2 Cross-situationele consistentie en temporele stabiliteit van persoonlijkheid ........................ 27
2.2.1 Cross-situationele consistentie ............................................................................................ 28
2.2.2 Temporele stabiliteit ........................................................................................................... 28
2.3 Gedragsgenetica en PH (Dit deel v/d samenvatting is goed) .................................................. 32
2.3.1 Het menselijk genoom ......................................................................................................... 33
2.3.2 Controverse over genen en persoonlijkheid ........................................................................ 33
2.3.3 Doelstellingen van gedragsgenetica .................................................................................... 33
2.3.4 Wat is erfelijkheid? .............................................................................................................. 33
2.3.5 Gedragsgenetisch onderzoek .............................................................................................. 34
2.3.6 Onderzoeksbevindingen ...................................................................................................... 35
2.3.7 Gedeelde VS. Niet-gedeelde omgevingsinvloeden .............................................................. 36
2.3.8 Genen en omgeving ............................................................................................................. 36
2.4 Het Zelf ................................................................................................................................... 37
2.5 Coping .................................................................................................................................... 40
3. Persoonlijkheid in het dagelijkse leven......................................................................................... 43
3.1 Persoonlijkheid en school ....................................................................................................... 43
3.2 Persoonlijkheid en werk ......................................................................................................... 46
3.3 Persoonlijkheid en relaties ..................................................................................................... 50
, 3.4 Persoonlijkheid en mentaal welbevinden ............................................................................... 56
3.5 Persoonlijkheid en lichamelijke gezondheid ........................................................................... 63
4. Persoonlijkheidsstoornissen ......................................................................................................... 69
4.1 Persoonlijkheidsstoornissen in DSM-5 ................................................................................... 69
4.2 Prevalentie ............................................................................................................................. 73
4.3 Etiologie.................................................................................................................................. 73
4.4 Dimensionale benadering van persoonlijkheidspathologie .................................................... 74
,Inleiding
a. Definitie Persoonlijkheid
o Persoonlijkheid is de verzameling van psychologische trekken en mechanismen binnen
een individu, die georganiseerd en relatief stabiel zijn, en die de interacties met en de
aanpassingen aan de intrapsychische, fysieke en sociale omgeving beïnvloeden.
➢ Traits => Eigenschappen die verschillen en gelijkenissen tussen mensen beschrijven
➢ Gemiddelde neigingen => Average tendencies
➢ Beschrijven, verklaren en voorspellen van (toekomstig) gedrag
➢ Persoonlijkheid = intern
➢ Georganiseerd => Geen willekeurige verzameling elementen, maar een coherent,
samenhangend geheel
➢ Relatief stabiel doorheen de tijd en consistent overheen situaties
➢ Interactie tussen persoon en omgeving = complex
➢ Adaptief functioneren => Flexibel omgaan met stress, uitdagingen en problemen
➢ Onze omgeving stelt ons voortdurend voor uitdagingen
-> Fysieke & sociale & intrapsychische omgeving
b. Persoonlijkheidspsychologie
o De tak van de psychologie die zich bezighoudt met het bestuderen van de persoonlijkheid
o Het begrijpen van individuele verschillen tussen mensen
o Verschillende theorieën
➢ Impliciete persoonlijkheidstheorieën (~ stereotypen)
-> Intuïtief
-> Selectieve waarneming
-> Vaak evaluatief
➢ Wetenschappelijke persoonlijkheidstheorieën
-> Beschrijven van menselijke kenmerken
-> Persoonlijkheid als psychologisch construct
b1. Drie analyseniveaus
Iedereen is op een bepaalde manier ...;
o ... zoals alle anderen
➢ Analyseniveau => Human Nature
➢ Behoefte om ergens bij te horen
o ... zoals sommige anderen
➢ Analyseniveau => Individuele en groepsverschillen
➢ Variaties in de behoefte ergens bij te horen, variaties in extravert-introvert, geslacht
o ... zoals niemand anders
➢ Analyseniveau => Individuele uniciteit
➢ Iemands unieke, typerende manier van doen
*Nomothetisch versus Idiografisch onderzoek;
o Nomothetisch;
➢ Bestuderen van groepen/steekproeven
➢ Focus => Gelijkenissen tussen groepen
➢ Doel => Universele wetmatigheden ontdekken over de mens
➢ Methode => Zelfrapportage, statistische analyses => Kwantitatief
➢ Nadeel => Weinig kennis over complexiteit en dynamiek binnen individu
, o Idiografisch;
➢ Bestuderen van 1 enkel individu
➢ Focus => Uniciteit van het individu
➢ Doel => Diepgaan begrip van het individu
➢ Methode => Case study, psychobiografie, dagboek, interview => Kwalitatief
➢ nadeel => Moeilijk generaliseerbaar
b2. Theorie versus onderzoek
*Een goede theorie;
o Voorziet richtlijnen voor verder onderzoek
o Verklaart en organiseert reeds bestaande bevindingen
o Maakt voorspellingen over gedrag en psychologische fenomenen
*Theorie vs. overtuiging;
o Bv. astrologie
*Wetenschappelijke evaluatiecriteria;
o Volledigheid
o Heuristische waarde
o Toetsbaarheid
o Spaarzaamheid
o Compatibiliteit en integratie overheen verschillende kennisdomeinen en analyseniveau
*Grote verscheidenheid aan persoonlijkheidstheorieën;
o Psychodynamische
o Sociaal-cognivistische
o Humanistische
o Biologische
o Dispositionele
Inleiding.............................................................................................................................................. 3
a. Definitie Persoonlijkheid............................................................................................................. 3
b. Persoonlijkheidspsychologie ...................................................................................................... 3
1. Persoonlijkheidstheorieën .............................................................................................................. 5
1.1 Dispositionele theorieën: Costa & McCrae (FFT) ...................................................................... 5
1.2 Biologische theorieën: Eysenck, Gray, Cloninger, ... ............................................................... 10
1.3 Psychodynamische theorieën: Freud, Horney, Erikson, Ainsworth, ... ................................... 13
1.4 Humanistische theorieën: Maslow, Rogers, ... ....................................................................... 19
1.5 Sociaal-cognitivistische theorieën: Skinner, Bandura, Mischel, Kelly, .................................... 20
2. Hedendaagse thema’s binnen persoonlijkheidspsychologie ........................................................ 24
2.1 Assessment van Persoonlijkheid............................................................................................. 24
2.1.1 Informatiebronnen met betrekking tot persoonlijkheid ...................................................... 24
2.1.2 Evaluatie van meetinstrumenten ........................................................................................ 25
2.1.3 Ontwikkeling van meetinstrumenten .................................................................................. 26
2.1.4 Onderzoeksdesign in persoonlijkheidspsychologie ............................................................. 26
2.1.5 Methodologische kwesties .................................................................................................. 27
2.2 Cross-situationele consistentie en temporele stabiliteit van persoonlijkheid ........................ 27
2.2.1 Cross-situationele consistentie ............................................................................................ 28
2.2.2 Temporele stabiliteit ........................................................................................................... 28
2.3 Gedragsgenetica en PH (Dit deel v/d samenvatting is goed) .................................................. 32
2.3.1 Het menselijk genoom ......................................................................................................... 33
2.3.2 Controverse over genen en persoonlijkheid ........................................................................ 33
2.3.3 Doelstellingen van gedragsgenetica .................................................................................... 33
2.3.4 Wat is erfelijkheid? .............................................................................................................. 33
2.3.5 Gedragsgenetisch onderzoek .............................................................................................. 34
2.3.6 Onderzoeksbevindingen ...................................................................................................... 35
2.3.7 Gedeelde VS. Niet-gedeelde omgevingsinvloeden .............................................................. 36
2.3.8 Genen en omgeving ............................................................................................................. 36
2.4 Het Zelf ................................................................................................................................... 37
2.5 Coping .................................................................................................................................... 40
3. Persoonlijkheid in het dagelijkse leven......................................................................................... 43
3.1 Persoonlijkheid en school ....................................................................................................... 43
3.2 Persoonlijkheid en werk ......................................................................................................... 46
3.3 Persoonlijkheid en relaties ..................................................................................................... 50
, 3.4 Persoonlijkheid en mentaal welbevinden ............................................................................... 56
3.5 Persoonlijkheid en lichamelijke gezondheid ........................................................................... 63
4. Persoonlijkheidsstoornissen ......................................................................................................... 69
4.1 Persoonlijkheidsstoornissen in DSM-5 ................................................................................... 69
4.2 Prevalentie ............................................................................................................................. 73
4.3 Etiologie.................................................................................................................................. 73
4.4 Dimensionale benadering van persoonlijkheidspathologie .................................................... 74
,Inleiding
a. Definitie Persoonlijkheid
o Persoonlijkheid is de verzameling van psychologische trekken en mechanismen binnen
een individu, die georganiseerd en relatief stabiel zijn, en die de interacties met en de
aanpassingen aan de intrapsychische, fysieke en sociale omgeving beïnvloeden.
➢ Traits => Eigenschappen die verschillen en gelijkenissen tussen mensen beschrijven
➢ Gemiddelde neigingen => Average tendencies
➢ Beschrijven, verklaren en voorspellen van (toekomstig) gedrag
➢ Persoonlijkheid = intern
➢ Georganiseerd => Geen willekeurige verzameling elementen, maar een coherent,
samenhangend geheel
➢ Relatief stabiel doorheen de tijd en consistent overheen situaties
➢ Interactie tussen persoon en omgeving = complex
➢ Adaptief functioneren => Flexibel omgaan met stress, uitdagingen en problemen
➢ Onze omgeving stelt ons voortdurend voor uitdagingen
-> Fysieke & sociale & intrapsychische omgeving
b. Persoonlijkheidspsychologie
o De tak van de psychologie die zich bezighoudt met het bestuderen van de persoonlijkheid
o Het begrijpen van individuele verschillen tussen mensen
o Verschillende theorieën
➢ Impliciete persoonlijkheidstheorieën (~ stereotypen)
-> Intuïtief
-> Selectieve waarneming
-> Vaak evaluatief
➢ Wetenschappelijke persoonlijkheidstheorieën
-> Beschrijven van menselijke kenmerken
-> Persoonlijkheid als psychologisch construct
b1. Drie analyseniveaus
Iedereen is op een bepaalde manier ...;
o ... zoals alle anderen
➢ Analyseniveau => Human Nature
➢ Behoefte om ergens bij te horen
o ... zoals sommige anderen
➢ Analyseniveau => Individuele en groepsverschillen
➢ Variaties in de behoefte ergens bij te horen, variaties in extravert-introvert, geslacht
o ... zoals niemand anders
➢ Analyseniveau => Individuele uniciteit
➢ Iemands unieke, typerende manier van doen
*Nomothetisch versus Idiografisch onderzoek;
o Nomothetisch;
➢ Bestuderen van groepen/steekproeven
➢ Focus => Gelijkenissen tussen groepen
➢ Doel => Universele wetmatigheden ontdekken over de mens
➢ Methode => Zelfrapportage, statistische analyses => Kwantitatief
➢ Nadeel => Weinig kennis over complexiteit en dynamiek binnen individu
, o Idiografisch;
➢ Bestuderen van 1 enkel individu
➢ Focus => Uniciteit van het individu
➢ Doel => Diepgaan begrip van het individu
➢ Methode => Case study, psychobiografie, dagboek, interview => Kwalitatief
➢ nadeel => Moeilijk generaliseerbaar
b2. Theorie versus onderzoek
*Een goede theorie;
o Voorziet richtlijnen voor verder onderzoek
o Verklaart en organiseert reeds bestaande bevindingen
o Maakt voorspellingen over gedrag en psychologische fenomenen
*Theorie vs. overtuiging;
o Bv. astrologie
*Wetenschappelijke evaluatiecriteria;
o Volledigheid
o Heuristische waarde
o Toetsbaarheid
o Spaarzaamheid
o Compatibiliteit en integratie overheen verschillende kennisdomeinen en analyseniveau
*Grote verscheidenheid aan persoonlijkheidstheorieën;
o Psychodynamische
o Sociaal-cognivistische
o Humanistische
o Biologische
o Dispositionele