Notities sociologie
Les 1
Sociologie = Ik ben door wat jij doet het gaat over het sociale
Het sociale is altijd aanwezig (bv. Afspraken nakomen, de lector staat vooraan leerlingen
gaan zitten)
Het werkt aan de hand van posities (aantal partijen bv lector en student)
De sociale context (systeem) is bepalend over hoe we met elkaar omgaan (bv. waar het zich
afspeelt)
Zegt je nooit wat je moet doen maar leert je kijken wat er is
! Grondlegger van de sociologie: Durkheim
Pagina 17-18 BELANGRIJK
Schema bord: Wetenschap Prof
Theorie
Abstracte begrippen
Wat is een professional?
- Iemand die de situatie verbeterd
- Weet waarom hij iets doet en wat hij doet wordt bepaald door de cliënten
- Je kan iets wat de cliënt niet kan
- Kan zich verantwoorden
- Heeft macht
Essentie professionaliteit:
= Weten waarvoor je dient
- Je eigen standaarden ontwikkelen (hoe je wat doet)
- Vertrouwen krijgen
- Bevoegdheid krijgen in de maatschappij
Hoe kan je verantwoorden wat je doet? Omdat je de theorieën kent, ze helpen je, het is de kern
van je werk
De situatie in kaart brengen abstract laten denken
Hoe kom je aan je gedrag + hoe je je voelt het is bepaald door de context van het sociaal werk (=
ingrijpen in de sociale content
DEEL 1
,Begrip
- Parentificatie: als ouder je kind op gelijke relatie plaatsen, wetenschap stelt je in staat om je
hoofd in je hart te stellen
- Sociale: niet beschuldigen maar kijken naar de context (bv. Pesten niet de pester aanspreken
maar de hele groep + leerkrachten
Je mag NOOIT met 1 individu maar altijd de context in kaart brengen waarbinnen dit gebeurt
- Intergenerasionele solidariteit: de solidariteit komt van de gemeenschap, tussen de verschillende
generaties solidariteit
Bv. Onderwijs: jongeren moet ingewijd worden
Bij problemen in de sociale context moet je:
- Structuur veranderen
- Systeem veranderen HOE?
- Context veranderen Door iets te doen
De belangrijkste rol om te slagen is herkomst
Les 2
Examenvraag: wat is sociologie
= Blik van integrationele integriteit (= onwaarschijnlijk onzelfsprekende), wetenschap van sociale als
feitelijk is
Deel 1 hoofdstuk 1
Wat bestudeert de sociologie het gaat over het sociale, speelt zich niet af binnen in mensen maar
over interpersoonlijk, wat zich nu ons afspeelt
Interpersoonlijk: beïnvloeden van elkaar = actor (sociale handeling)
Sociale geeft
- Morele intentie
- Feitelijkheid (je ziet het niet)
Sociale geeft FEITELIJKHEID
2 Dimensies
- Horizontale dimensie: actorperspectief (= sociaal handelen) = SOCIUS
2 posities (bv. Lector en student)
- Verticale dimensie: systeemperspectief (= sociale context) = SOCIETAS
Bepaalt wat er in het systeem gebeurt = organisatie (OCMW, VDAB)
1 Microniveau
2 Mesoniveau
2 Actoren
3 Macroniveau
DEEL 1
, Verschil Bepaald en Gedetermineerd
Bepaald: invloed vanuit (gedrag aanpassen systeem aanpassen)
Gedetermineerd: je hebt geen keuze
Wetenschap van mens en maatschappij
Mens = actoren Maatschappij = systeem
Mensen en groepen bv opleiding sociaal werk
bv. Verhouding tussen opleidingsonderdelen
bv. College sociologie
= onderdeel van een groter geheel
DE RELATIE
Sociale bepaaldheid
Actorperspectief Systeemperspectief
Sociale constructie
= Systeem realiseren door het sociaal handelen
circulaire causuliteit: oorzaak-gevolg constant beïnvloeden
Actor is oorzaak van systeem, systeem is gevolg van actor
VOORBEELD
Maatschappelijk assistent – relatie cliënt microniveau
OCMW (bokaal errond) mesoniveau
Wereldbevolking macroniveau
Er is interactie tussen de drie niveau’s
PAGINA 26 boek
Sociale als MORELE KWALITEIT
= heeft waarde, bestaat niet op zichzelf normen (dingen doen/gedrag)
2 dimensies
- Horizontale dimensie: hoe we met elkaar omgaan empathie, medelijden (goede doelen)
- Verticale dimensie: hoe gemeenschap zich verhoudt tot opzichte van onderhandelen structurele
oplossing
Moreel: krijgt voeding van moraal, wat beslist wordt op betrekking van waarden en normen
Moraal: element van cultuur, gaat over samenhangend geheel van waarden en normen (opvatting
van wat goed is)
DEEL 1
Les 1
Sociologie = Ik ben door wat jij doet het gaat over het sociale
Het sociale is altijd aanwezig (bv. Afspraken nakomen, de lector staat vooraan leerlingen
gaan zitten)
Het werkt aan de hand van posities (aantal partijen bv lector en student)
De sociale context (systeem) is bepalend over hoe we met elkaar omgaan (bv. waar het zich
afspeelt)
Zegt je nooit wat je moet doen maar leert je kijken wat er is
! Grondlegger van de sociologie: Durkheim
Pagina 17-18 BELANGRIJK
Schema bord: Wetenschap Prof
Theorie
Abstracte begrippen
Wat is een professional?
- Iemand die de situatie verbeterd
- Weet waarom hij iets doet en wat hij doet wordt bepaald door de cliënten
- Je kan iets wat de cliënt niet kan
- Kan zich verantwoorden
- Heeft macht
Essentie professionaliteit:
= Weten waarvoor je dient
- Je eigen standaarden ontwikkelen (hoe je wat doet)
- Vertrouwen krijgen
- Bevoegdheid krijgen in de maatschappij
Hoe kan je verantwoorden wat je doet? Omdat je de theorieën kent, ze helpen je, het is de kern
van je werk
De situatie in kaart brengen abstract laten denken
Hoe kom je aan je gedrag + hoe je je voelt het is bepaald door de context van het sociaal werk (=
ingrijpen in de sociale content
DEEL 1
,Begrip
- Parentificatie: als ouder je kind op gelijke relatie plaatsen, wetenschap stelt je in staat om je
hoofd in je hart te stellen
- Sociale: niet beschuldigen maar kijken naar de context (bv. Pesten niet de pester aanspreken
maar de hele groep + leerkrachten
Je mag NOOIT met 1 individu maar altijd de context in kaart brengen waarbinnen dit gebeurt
- Intergenerasionele solidariteit: de solidariteit komt van de gemeenschap, tussen de verschillende
generaties solidariteit
Bv. Onderwijs: jongeren moet ingewijd worden
Bij problemen in de sociale context moet je:
- Structuur veranderen
- Systeem veranderen HOE?
- Context veranderen Door iets te doen
De belangrijkste rol om te slagen is herkomst
Les 2
Examenvraag: wat is sociologie
= Blik van integrationele integriteit (= onwaarschijnlijk onzelfsprekende), wetenschap van sociale als
feitelijk is
Deel 1 hoofdstuk 1
Wat bestudeert de sociologie het gaat over het sociale, speelt zich niet af binnen in mensen maar
over interpersoonlijk, wat zich nu ons afspeelt
Interpersoonlijk: beïnvloeden van elkaar = actor (sociale handeling)
Sociale geeft
- Morele intentie
- Feitelijkheid (je ziet het niet)
Sociale geeft FEITELIJKHEID
2 Dimensies
- Horizontale dimensie: actorperspectief (= sociaal handelen) = SOCIUS
2 posities (bv. Lector en student)
- Verticale dimensie: systeemperspectief (= sociale context) = SOCIETAS
Bepaalt wat er in het systeem gebeurt = organisatie (OCMW, VDAB)
1 Microniveau
2 Mesoniveau
2 Actoren
3 Macroniveau
DEEL 1
, Verschil Bepaald en Gedetermineerd
Bepaald: invloed vanuit (gedrag aanpassen systeem aanpassen)
Gedetermineerd: je hebt geen keuze
Wetenschap van mens en maatschappij
Mens = actoren Maatschappij = systeem
Mensen en groepen bv opleiding sociaal werk
bv. Verhouding tussen opleidingsonderdelen
bv. College sociologie
= onderdeel van een groter geheel
DE RELATIE
Sociale bepaaldheid
Actorperspectief Systeemperspectief
Sociale constructie
= Systeem realiseren door het sociaal handelen
circulaire causuliteit: oorzaak-gevolg constant beïnvloeden
Actor is oorzaak van systeem, systeem is gevolg van actor
VOORBEELD
Maatschappelijk assistent – relatie cliënt microniveau
OCMW (bokaal errond) mesoniveau
Wereldbevolking macroniveau
Er is interactie tussen de drie niveau’s
PAGINA 26 boek
Sociale als MORELE KWALITEIT
= heeft waarde, bestaat niet op zichzelf normen (dingen doen/gedrag)
2 dimensies
- Horizontale dimensie: hoe we met elkaar omgaan empathie, medelijden (goede doelen)
- Verticale dimensie: hoe gemeenschap zich verhoudt tot opzichte van onderhandelen structurele
oplossing
Moreel: krijgt voeding van moraal, wat beslist wordt op betrekking van waarden en normen
Moraal: element van cultuur, gaat over samenhangend geheel van waarden en normen (opvatting
van wat goed is)
DEEL 1