Notities hoorcollege LK4: Van Alphen tot Van Bastelaere
College 1: 15/02/2023
- Overzicht van 200 jaar poëziegesch
- Ton Anbeek
o Focust zich alleen op Nederland, niet Vlaanderen
o Dit niet in de lessen
- Seperate literatuurgeschiedenis
o Klemtoon op Nederland, niet Vlaanderen bv
o Natie valt samen met cultuur
- Gecombineerde geschiedschrijving
o Overeenkomsten en verschillen tussen Vlaanderen en Nederland
o Veel culturele verschillen tussen Nederland en Vlaanderen
o Bv. Hugo Brems
▪ “Altijd weer vogels die nesten beginnen”
▪ Vergelijking literatuur in Nederlandse literatuur => dit in lessen
▪
- Bepaalde labels (bv modernisme) zijn meervoudig. Het zijn varianten binnen literaire tendens
(stromingen)
- Lezen => Ernst van Alphen, …
o Zie Ufora!
- 7 dichtbundels
o 4 komen aan bod in werkcollege
o Tegen werkcollege: Paul van Ostajijen: het sienjaal + feesten van angst en pijn lezen
o 3 andere bundel
▪ Ook lezen
▪ Maar geen oefensessie
▪ Wel vragen op schriftelijk examen => dus kunnen analyseren
Opdracht 1: groepspresentatie
- 5 studenten
Opdracht 2: individuele schrijftaak
- 1 dichtbundel kiezen
- 1 gedicht
- In 2400 woorden
o Bevindingen presenteren
- Tegen 17 mei
1
,Examen
- Hoorcollege (50%)
o Mondeling examen
o 20 min
o 2 vragen => algemene vragen
▪ Inzicht in literaire tendensen
▪ “De romantiek in het zuiden”
▪ “modernisme in de Nederlandse poëzie”
▪ Geen detailvragen
▪ Kritisch omgaan met lesmateriaal
Puntenverdeling
- Oefeningen => 50%
- Slagen voor 2 onderdelen
Oefeningencollege
- Groepspresentatie
- Paper
- Schriftelijk examen
o 7 examenbundels worden ondervraagd
o /5 paper
o /5 presentatie
o /10 schriftelijk examen
o Hier moet je niet voor elk onderdeel slagen
2
,Hoofdstuk 1: 18e eeuw: Classicisme en
Verlichting
1.1. Inleiding: algemene karakterisering
Verlichting
- Religie wordt minder belangrijk
- God verschaft ons geen waarheid meer, wel wetenschappelijk onderzoek
- Ratio wordt belangrijker
Classicisme
- Voorgeschreven regels
- Auteurs hielden zich aan voorgeschreven regels
- Literatuur moest zich keurig houden aan regels
- Terugkeer naar klassieke oudheid
- Corneille, Molière, Racine
- Overgangsfase Renaissance (Gouden Eeuw) en Romantiek
18e eeuw
- Er ontstaat een burgerlijke cultuurbeweging (literatuur voor de burgerij)
o Hierbinnen wordt literatuur beoefend
o Literatuur van die tijd is door en voor burgerij
o Vraisemblance en bienséance
- Overgangsfase tussen renaissance en romantiek => classicisme
o Renaissance = gouden eeuw => Vondel, Huygens…
o Classicisme = pruikentijd
o Romantiek = vroege 19e eeuw
- Pruikentijd
o Saai
o Literatuur was gemaakt, onnatuurlijk
o Literatuur werd gepresenteerd in huiselijk kring
▪ Mensen kwamen samen om naar literatuur te luisteren
- Literatuur in huiselijke kring
o Literatuur wou vooral gebruikelijk zijn, vergankelijk
o Moest voor luisteraar bevattelijk zijn
3
,1.2. Enkele figuren:
Jan Luyken (1649 – 1712)
- Etser = beeldende kunstenaar
- Jan Luyken wordt gezien als overgangsfiguur naar 18e eeuw
- “Duytsche lier” 1671
o Debuut
o Bestaat uit wereldse liederen
o Emblematabundel
- Gaat na de dood van zijn vrouw, zich bekeren
o wil zijn wereldse liederen vernietigen (Duytsche lier) => zijn
levensopvatting was veranderd
- “air” gedicht uit bundel
o Vergankelijkheid
o Moraliserend over hoe de tijd voorbij gaat
▪ Over existentiële thematiek
▪ Over leven en dood
o Dood krijgt laatste woord in laatste regel
▪ Dood krijgt laatste woord, ook laatste regel
o structuur
▪ rijmschema A – A – A – B
▪ gedicht is gemaakt door klassiek patroon
• 2 x4 & 2x 5
o “Droom” => eerste woord
▪ Leven is een illusie
▪ Leven glijdt voorbij gelijk een vliet
o Titel “air”
▪ Eerste lezing: “aria”
• Liedtekst dat bedoeld is voor voordracht
• Een muzikale connotatie
▪ Tweede interpretatie
• Lucht
• Als aanduiding van leven
• “air” is bijna een genreaanduiding
• Wordt gesproken gezongen
4
, Hubert Kornelisz. Poot (1689 – 1733)
- Boer
- Dichter van natuur en liefdesgedichten
- Aandacht voor klassieke mythologie
- Bewonderaar van Huygens, Hooft en Vondel
- “ Op de doot van myn dochtertje”
o Klassiek gecomponeerd
o “Jakoba” => zijn dochtertje
o Poot sterft zelf na de dood van zijn dochter
o Autobiografisch geïnspireerd
o Structuur
▪ Chronologische lijn
• Eerste strofe: Jakoba wordt geboren
• Tweede strofe: ze overlijdt
• Derde strofe: Jakoba in de hemel (den hoogsten troon)
• => Elke strofe toont een fase uit Jakoba haar leven
▪ Klassieke procedés (classicistisch gedicht)
• Poot zijn opvatting over literatuur is heel klassiek. Dat zien we:
• Gepaard rijm = klassiek schema (AA – BB- CC)
• Strofes zijn gelijkvormend
• Jambisch metrum => afwisseling van onbeklemtoond en beklemtoond
• Enjambement
o Regelafbreking wat zorgt voor betekenisgeving.
• Gebruik van werkwoorden
o Eerste strofe
▪ Eerste scène in verleden tijd
▪ Werkwoorden zijn actieve werkwoorden, maar worden
in verleden tijd weergegeven.
▪ Verzinnen beelden van Jakoba
o Derde strofe
▪ Dode kind dat niet graag geleefd zijn
▪ “o bloem”
• Apostrof
- “Mengdichten”
- Zijn gedichten zijn zeer toegankelijk
o Zeer begrijpelijke taal
5
, Hieronymus van Alphen (1746 – 1803)
- drie bundels met kindergedichten
- burgercultuur: begrijpelijke poëzie voor de huiselijke kring
- Verlichtingsdenken en een moraliserende toon: normen en waarden
De pruimenboom
- Moraliserend
- Utilitaire functie
o Houden de lezer een spiegel voor
o Spiegel van burgerdeugd => hoe moet je lezen?
- Gaat over vaderlijk gezag
- Was ook begrijpelijke poëzie
- Was kinderpoëzie, maar ook voor volwassenen
Johannes Kinker (1764 – 1845)
- Dichter en filosoof
- “Gedichten” (3 delen)
- Kosmopolitische allures en retorische breedsprakigheid
- Ontstaan van nieuwe literaire genres
o Schelmenverhaal
o Avonturenverhalen
o Travestieverhalen
o Erotische verhalen
o Reisverhalen
o Criminele verhalen
6
College 1: 15/02/2023
- Overzicht van 200 jaar poëziegesch
- Ton Anbeek
o Focust zich alleen op Nederland, niet Vlaanderen
o Dit niet in de lessen
- Seperate literatuurgeschiedenis
o Klemtoon op Nederland, niet Vlaanderen bv
o Natie valt samen met cultuur
- Gecombineerde geschiedschrijving
o Overeenkomsten en verschillen tussen Vlaanderen en Nederland
o Veel culturele verschillen tussen Nederland en Vlaanderen
o Bv. Hugo Brems
▪ “Altijd weer vogels die nesten beginnen”
▪ Vergelijking literatuur in Nederlandse literatuur => dit in lessen
▪
- Bepaalde labels (bv modernisme) zijn meervoudig. Het zijn varianten binnen literaire tendens
(stromingen)
- Lezen => Ernst van Alphen, …
o Zie Ufora!
- 7 dichtbundels
o 4 komen aan bod in werkcollege
o Tegen werkcollege: Paul van Ostajijen: het sienjaal + feesten van angst en pijn lezen
o 3 andere bundel
▪ Ook lezen
▪ Maar geen oefensessie
▪ Wel vragen op schriftelijk examen => dus kunnen analyseren
Opdracht 1: groepspresentatie
- 5 studenten
Opdracht 2: individuele schrijftaak
- 1 dichtbundel kiezen
- 1 gedicht
- In 2400 woorden
o Bevindingen presenteren
- Tegen 17 mei
1
,Examen
- Hoorcollege (50%)
o Mondeling examen
o 20 min
o 2 vragen => algemene vragen
▪ Inzicht in literaire tendensen
▪ “De romantiek in het zuiden”
▪ “modernisme in de Nederlandse poëzie”
▪ Geen detailvragen
▪ Kritisch omgaan met lesmateriaal
Puntenverdeling
- Oefeningen => 50%
- Slagen voor 2 onderdelen
Oefeningencollege
- Groepspresentatie
- Paper
- Schriftelijk examen
o 7 examenbundels worden ondervraagd
o /5 paper
o /5 presentatie
o /10 schriftelijk examen
o Hier moet je niet voor elk onderdeel slagen
2
,Hoofdstuk 1: 18e eeuw: Classicisme en
Verlichting
1.1. Inleiding: algemene karakterisering
Verlichting
- Religie wordt minder belangrijk
- God verschaft ons geen waarheid meer, wel wetenschappelijk onderzoek
- Ratio wordt belangrijker
Classicisme
- Voorgeschreven regels
- Auteurs hielden zich aan voorgeschreven regels
- Literatuur moest zich keurig houden aan regels
- Terugkeer naar klassieke oudheid
- Corneille, Molière, Racine
- Overgangsfase Renaissance (Gouden Eeuw) en Romantiek
18e eeuw
- Er ontstaat een burgerlijke cultuurbeweging (literatuur voor de burgerij)
o Hierbinnen wordt literatuur beoefend
o Literatuur van die tijd is door en voor burgerij
o Vraisemblance en bienséance
- Overgangsfase tussen renaissance en romantiek => classicisme
o Renaissance = gouden eeuw => Vondel, Huygens…
o Classicisme = pruikentijd
o Romantiek = vroege 19e eeuw
- Pruikentijd
o Saai
o Literatuur was gemaakt, onnatuurlijk
o Literatuur werd gepresenteerd in huiselijk kring
▪ Mensen kwamen samen om naar literatuur te luisteren
- Literatuur in huiselijke kring
o Literatuur wou vooral gebruikelijk zijn, vergankelijk
o Moest voor luisteraar bevattelijk zijn
3
,1.2. Enkele figuren:
Jan Luyken (1649 – 1712)
- Etser = beeldende kunstenaar
- Jan Luyken wordt gezien als overgangsfiguur naar 18e eeuw
- “Duytsche lier” 1671
o Debuut
o Bestaat uit wereldse liederen
o Emblematabundel
- Gaat na de dood van zijn vrouw, zich bekeren
o wil zijn wereldse liederen vernietigen (Duytsche lier) => zijn
levensopvatting was veranderd
- “air” gedicht uit bundel
o Vergankelijkheid
o Moraliserend over hoe de tijd voorbij gaat
▪ Over existentiële thematiek
▪ Over leven en dood
o Dood krijgt laatste woord in laatste regel
▪ Dood krijgt laatste woord, ook laatste regel
o structuur
▪ rijmschema A – A – A – B
▪ gedicht is gemaakt door klassiek patroon
• 2 x4 & 2x 5
o “Droom” => eerste woord
▪ Leven is een illusie
▪ Leven glijdt voorbij gelijk een vliet
o Titel “air”
▪ Eerste lezing: “aria”
• Liedtekst dat bedoeld is voor voordracht
• Een muzikale connotatie
▪ Tweede interpretatie
• Lucht
• Als aanduiding van leven
• “air” is bijna een genreaanduiding
• Wordt gesproken gezongen
4
, Hubert Kornelisz. Poot (1689 – 1733)
- Boer
- Dichter van natuur en liefdesgedichten
- Aandacht voor klassieke mythologie
- Bewonderaar van Huygens, Hooft en Vondel
- “ Op de doot van myn dochtertje”
o Klassiek gecomponeerd
o “Jakoba” => zijn dochtertje
o Poot sterft zelf na de dood van zijn dochter
o Autobiografisch geïnspireerd
o Structuur
▪ Chronologische lijn
• Eerste strofe: Jakoba wordt geboren
• Tweede strofe: ze overlijdt
• Derde strofe: Jakoba in de hemel (den hoogsten troon)
• => Elke strofe toont een fase uit Jakoba haar leven
▪ Klassieke procedés (classicistisch gedicht)
• Poot zijn opvatting over literatuur is heel klassiek. Dat zien we:
• Gepaard rijm = klassiek schema (AA – BB- CC)
• Strofes zijn gelijkvormend
• Jambisch metrum => afwisseling van onbeklemtoond en beklemtoond
• Enjambement
o Regelafbreking wat zorgt voor betekenisgeving.
• Gebruik van werkwoorden
o Eerste strofe
▪ Eerste scène in verleden tijd
▪ Werkwoorden zijn actieve werkwoorden, maar worden
in verleden tijd weergegeven.
▪ Verzinnen beelden van Jakoba
o Derde strofe
▪ Dode kind dat niet graag geleefd zijn
▪ “o bloem”
• Apostrof
- “Mengdichten”
- Zijn gedichten zijn zeer toegankelijk
o Zeer begrijpelijke taal
5
, Hieronymus van Alphen (1746 – 1803)
- drie bundels met kindergedichten
- burgercultuur: begrijpelijke poëzie voor de huiselijke kring
- Verlichtingsdenken en een moraliserende toon: normen en waarden
De pruimenboom
- Moraliserend
- Utilitaire functie
o Houden de lezer een spiegel voor
o Spiegel van burgerdeugd => hoe moet je lezen?
- Gaat over vaderlijk gezag
- Was ook begrijpelijke poëzie
- Was kinderpoëzie, maar ook voor volwassenen
Johannes Kinker (1764 – 1845)
- Dichter en filosoof
- “Gedichten” (3 delen)
- Kosmopolitische allures en retorische breedsprakigheid
- Ontstaan van nieuwe literaire genres
o Schelmenverhaal
o Avonturenverhalen
o Travestieverhalen
o Erotische verhalen
o Reisverhalen
o Criminele verhalen
6