Spijsvertering (2022-23)
HISTOLOGIE SPIJSVERTERINGSSTELSEL
INLEIDING
o Spijsverteringsstelsel als doorlopende buis van mond tot anus
o Functies
→ Vertering: mechanische fragmentatie en chemische digestie door enzymen
→ Resorptie via de darmwand naar het bloed en lymfe
→ Geleiding van onverteerbare voedselresten
o Sterk ontwikkelde klieren
→ Speekselklieren monden uit in mondholte
→ Lever en pancreas monden uit in het duodenum
o Diafragma is een belangrijke scheidingslijn
→ Delen boven het diafragma is gespecialiseerd in het malen, pletten en geleiden van voedsel
(het epitheel is meerlagig plaveiselcellig)
→ Delen onder het diafragma zijn gericht op vertering en absorptie (het epitheel is éénlagig
cilindrisch)
ALGEMENE BOUW VAN HET MAAGDARMKANAAL
o De wand van het spijsverteringskanaal is opgebouwd uit 4 opeenvolgende weefsellagen (tunicae)
→ Lopen concentrisch rond het lumen
o Tunica mucosa
→ Dichtst bij het lumen
→ Opgebouwd uit 3 lagen: epitheel, lamina propria en muscularis mucosae
→ Lamina propria= losmazig bindweefsel (bevat bloed, lymfevaten en lymfoïd weefsel)
→ Muscularis mucosae is een dun laagje glad spierweefsel
o Tunica submucosa
→ Losmazig bindweefsel met grotere bloed- en lymfevaten
→ Rijk vertakte autonome zenuwplexus (plexus submucosus)
- Verdeling van de plexus submucosus
→ Plexus van Meissner (oppervlakkig, tegen muscularis mucosae)
→ Plexus van Henle (diep, tegen tunica muscularis)
o Tunica muscularis
→ 2 orthogonale lagen glad spierweefsel
→ Binnenste laag = talrijke ringvormige spierbundels die circulair rond het lumen lopen
→ Buitenste laag = vrijwel ononderbroken dunnere laag glad spierweefsel (spierbundeltjes
lopen evenwijdig met darmas=externe longitudinale spiermantel)
→ Tussen de 2 lagen bindweefsel met een autonome zenuw plexus (plexus myentericus/ plexus
van Auebach)
→ In de maag: 3de schuine interna spierlaag
o Tunica adventitia/serosa
→ Bindweefsel met eventueel vetweefsel
→ Gaat over in organen rond het spijsverteringsstelsel (bij deze overgangen noemt het de
tunica serosa)
, Spijsvertering (2022-23)
MOND EN MONDHOLTE
LIPPEN
o Langs buiten bedekt met meerlagig verhoornd plaveiselcellig epitheel
o Onderliggend bindweefsel
→ Bevat haarfollikels, sebumklieren en zweeklieren
o Binnenkant bedekt met meerlagig niet-verhoornd plaveiselcellig epitheel (het mondslijmvlies)
o Lippenrood/lippenzoom
→ overgang tussen huid en mondslijvlies
→ meerlagig verhoornd plaveiselcellig
→ gn haren, sebumklieren of zweetklieren
→ dermale papillen zijn voorzien van een rijk capillair netwerk
MONDHOLTE
o Grotendeels: meerlagig niet-verhoornd pleveiselcellig epitheel
→ Hard verhemelte, tandvlees en bovenkant van de tong zijn wel verhoornd (kneed/plet
functie)
→ Onder het epitheel: lamina propria (fibro-elastisch bindweefsel, vormt papillen in het
epitheel)
o Geen muscularis submucosa
→ Submucosa is verbonden met onderliggende weefsels
→ Bij verhemelte: ook geen submucosa (slijvlies ligt vast op onderliggend bot)
o Speekselklieren gelegen in de submucosa
TONG
o Spierig orgaan
o 2 anatomische delen
→ Voorste deel= corpus linguae (bewegelijk)
→ Achterste deel= radix linguae (ligt vast)
→ Topje van de corpus linguae= de apex
o Foramen caecum
→ Zet zich verder in de V-lingualis
→ Vormt overgang tussen corpus- en radix linguae
→ Voor de V-lingualis liggen de papillae circumvallatae
CORPUS LINGUAE
MUCOSA
o Mucosa aan de bovenkant is oneffen
→ Aanwezigheid van papillen
→ Lamina propria uit dens bindweefsel met continu interstitieel bindweefsel van de spiermassa
o Tongpapillen
→ Papillae filiformes (draadvormige papillen)
→ Papillae fungiformes (paddenstoelvormige papillen)
→ Papillae circumvallatae (omwalde papillen)
→ Papillae faliatae (bladvormige papillen)
, Spijsvertering (2022-23)
- Papillae filiformes
→ Zijn het talrijkst
→ Schikking in rijen van de middellijn naar de periferie, parallel met de armen van de V-
lingualis
→ Centrale bindweefselas (uitstulping van de lamina propria) bedekt met dikke
epitheellaag
- Papillae fungiformes
→ Vooral aan de apex en randen v d tong (ook verspreid tussen papillae filiformes)
→ Dun epidermoïde epitheel (bevat smaakknoppen)
→ Rode kleur door sterke vascularisatie v lamina propria
- Papillae circumvallatae
→ 10 tot 14 voor de V-lingualis (ook in een V-vormige schikking)
→ Vormen grens tussen corpus en radix
→ Kegelvormige papillen die tot diep in het corium liggen met een wal of groeve
→ Dun epidermoïd epitheel (met soms smaakknoppen)
→ In de bodems van de groeven monden sereuze klieren von Ebner uit
- Papillae foliatae
→ Achteraan op laterale zijden v d tong
→ Hoge secundaire papillen
→ Bevatten veel smaakknoppen
→ In plooien sereurze klieren von Ebner
o Smaakknoppen
- Heldere ovale lichaampjes
→ Nemen de volledige breedte van het epitheel in beslag
→ Ter hoogt van P. fungiformis, circumvallatae en foliatae
- Neuro-epitheliale orgaantjes
→ Smaakporus (opening) maakt verbinding met buitenwereld
→ 2 celtypes: steuncellen (perifeer) en zintuigcellen (centraal)
- Bezenuwing
→ Weinig gemyeliniseerde sensibele zenuwvezels verliezen hun myeline voor ze de
smaakknop bereiken
→ Naakte zenuwuiteinde lopen tussen de knoppen
TONGMASSA
o Spierweefsel
→ Dwarsgestreept (lopen in alle richtingen)
→ Perimysium (fibro-elastisch bindweefsel met grote vloedvaten, zenuwen, vetweefsel en
klieren)
o Klieren
→ Ter hoogte van de apex: gemengd
→ Achteraan enkel muceus
→ Bij papillae circumvallatae en foliatae sereuze klieren
RADIX LINGUAE
o Lymfoid orgaan (tonsilla lingualis)
→ Veel lymfefollikels
→ Uitzwermende lymfocyten die migreren doorheen het epitheel
, Spijsvertering (2022-23)
o Muceuze klieren
→ Wegspoelen bacteriën, lymfocyten en epitheelcellen uit cripten (infectie voorkomen)
PALATUM (VERHEMELTE)
HARD VERHEMELTE
o Voorste deel van het verhemelte is venig ondersteund
→ Meerlagig weinig verhoornd plaveiselepitheel
→ Lamina propria versmelt met het periost en bevat vooral vooraan vetweefsel (vetzone),
achteraan muceuze klieren (klierzone)
→ Centraal is de lamina propria vastgehecht aan mediane kan van het been (de raphe)
→ Uit centrale as stralen vernevenheden uit met een centrale bindweefselas: de rugae
o Hart verhemelte heeft plet en meng functie
ZACHT VERHEMELTE
o Zorgt voor de aansluiten van nasopharynx en oropharynx
→ Verhindert binnendringen van voedsel in de nasopharynx
o Fibreus bindweefsel en grote hoeveelheid dwarsgestreept spierweefsel bedekt met mucosa
→ Niet-verhoornd plaveiselcellig epitheel
o Lamina propria bevat hoge papillen en muceuze kliertjes
→ Kliertjes omringd door vetweefsel
→ Submucosa en lamina propria gescheiden door dens elastisch netwerk
→ Aan nasale kant pseudomeerlagig cilindrisch epitheel met trilhaarcellen
o Huig of uvula
AMANDELS
o Verschillende soorten amandels met min of meer gelijkaarige structuur
→ Ertussen ligt lymfoïd weefsel
→ Vormen de Ring van Waldeyer (verdediging aan de ingang van lucht- en
spijsverteringswegen)
TONSILLAE PALATINAE
o Verhemelte-amandels liggen in de fossa tonsillaris
→ Tussen arcus palatoglossus en de arcus palatopharyngeus
MUCOSA
o Mucosa bevat crypten (instulpingen) die kunnen reiken tot aan het bindweefselkapsel
→ Primaire crypten (onvertakt)
→ Secundaire crypten (vertakt)
→ Bodem van de crypten zitten lymfocyten (-> onduidelijke overgang tussen crypten en
onderliggen lymfoïd weefsel)
→ Crypten kunnen verstopt geraken met voedselbestanddelen en bacteriën -> ontsteking
o Meerlagig niet-verhoornd plaveiselcelepitheel
, Spijsvertering (2022-23)
BINDWEEFSEL
o Bindweefselkapsel
→ Scheiding tussen tonsil en omliggend weefsel
→ Uit kapsel straalt losmazig bindweefsel uit (bindweefselsepta)
→ Bindweefselsepta scheiden de crypten van elkaar
o In het losmazigbindweefsel
→ Lymfocyten, mastcellen, plasmacellen en polymorfonucleaire cellen
o Muceuze kliertjes monden uit aan de oppervlakte van crypten
→ Geen goede uitspoeling -> makkelijk ontstekingen
TONSILLA PHARYNGEA
o Achterste wand van nasopharynx (fornix pharygnis)
o Pseudomeerlagig trilhaarepitheel met veel slijmbekercellen (respiratoir epitheel)
→ Mucosa vormt plooien, maar geen crypten
→ Toppen van de plooien bevatten lymfocyten
→ Onder het epitheel dikke laag lymfoïd weefsel met lymfefollikels
→ Lymfoïd weefsel gescheiden van omliggend weefsel door bindweefselkapsel
o Muceuze klieren monden uit in de plooien
TONSILLAE TUBARIAE
o Tubulaire amandels
→ Lymfoïd weefsel rond de monding van de buis van Eustachius
TONSILLA LINGUALIS
o Zie tong
SPEEKSELKLIEREN
o Kleine kliertjes in mucosa of submucosa
→ Monden uit in de mondholte
→ Labiale, buccale, palatale en liguale speekselklieren
→ Korte afvoerkanalen
o Grote speekselklieren
→ Gepaarde organen buiten de mondholte
→ Systeem van afvoerkanalen
→ Glandulae parotes, glandulae submandibulares en glandulae sublinguales
SEREUZE SPEEKSELKLIEREN
o Klieren von Ebner
→ Gelegen bij tongwortel
o Glandulae parotes
→ Gelegen subcutaan voor het oor
→ Omgeven door fibreus bindweefselkapsel (waaruit septa vertrekken die de klier verdelen in
lobi en lobuli)
→ Septa bevatten bloed- en lymfevaten, zenuwen en grote afvoerkanalen en vetweefsel
→ Afvoerkanalen en secretoire uiteinden omringd door bloedcapillairen
, Spijsvertering (2022-23)
→ Interstitieel bindweefsel bevat macrofagen, plasmacellen, vetcellen en lymfocyten
→ Secretoire uiteinden bestaan uit sereuze cellen (secreteren vloeistof met zouten, proteïnen
en enzymen (amylase en maltase)
MUCEUZE SPEEKSELKLIEREN
o Niet veel zuivere muceuze speekselklieren (accessoire speekselklieren)
→ Gelegen in de tong, lippen en zacht verhemelte (in kleine aantallen)
o Secretoire uiteinden
→ Muceuze kliercellen
→ Afvoerkanalen zijn kort en eenvoudig gestructureerd
o Secretie van sialomucines en sulfomucines
→ (Kleurbaar met mucikarmijn)
GEMENGDE SPEEKSELKLIEREN
o De meeste kleine speekselklieren zijn gemengd
→ In de wand van mondholte en in de tong
o Grote speekselklieren
→ Glandulae submandibularis
→ Glandulae sublinguales
GROTE SPEEKSELKLIEREN
o Glandulae submandibularis
→ Gelegen tussen mandibula en bodemspieren van mondholte (m. mylohyoideus en m.
digastricus)
→ Hoofdzakelijk sereus
→ Omgeven door bindweefselkapsel (met septa die klier verdelen in lobi en lobuli)
o Glandulae sublinguales
→ Gelegen onder de tong
→ Hoofdzakelijk muceus
→ Niet duidelijk begrensd door bindweefselkapsel
→ Bindweefsel vertakt in het klierparenchym
o Eindstukken
→ Kunnen uitsluitend muceuze of sereuze cellen bevatten
→ Kunnen sereuze en muceuze cellen door elkaar bevatten
o Sikkels van Gianuzzi
→ Sereuze cellen in de vorm van donkere halve maantjes
→ Zitten vast op de eindstukken van muceuze eindstukken
AFVOERKANALEN
INTRALOBULAIRE AFVOERKANALEN
o Intercalaire segmenten
→ Bekleed met 1lagig kubisch epitheel
→ Myoëpitheelcellen tussen kubisch epitheel en basale membraan
HISTOLOGIE SPIJSVERTERINGSSTELSEL
INLEIDING
o Spijsverteringsstelsel als doorlopende buis van mond tot anus
o Functies
→ Vertering: mechanische fragmentatie en chemische digestie door enzymen
→ Resorptie via de darmwand naar het bloed en lymfe
→ Geleiding van onverteerbare voedselresten
o Sterk ontwikkelde klieren
→ Speekselklieren monden uit in mondholte
→ Lever en pancreas monden uit in het duodenum
o Diafragma is een belangrijke scheidingslijn
→ Delen boven het diafragma is gespecialiseerd in het malen, pletten en geleiden van voedsel
(het epitheel is meerlagig plaveiselcellig)
→ Delen onder het diafragma zijn gericht op vertering en absorptie (het epitheel is éénlagig
cilindrisch)
ALGEMENE BOUW VAN HET MAAGDARMKANAAL
o De wand van het spijsverteringskanaal is opgebouwd uit 4 opeenvolgende weefsellagen (tunicae)
→ Lopen concentrisch rond het lumen
o Tunica mucosa
→ Dichtst bij het lumen
→ Opgebouwd uit 3 lagen: epitheel, lamina propria en muscularis mucosae
→ Lamina propria= losmazig bindweefsel (bevat bloed, lymfevaten en lymfoïd weefsel)
→ Muscularis mucosae is een dun laagje glad spierweefsel
o Tunica submucosa
→ Losmazig bindweefsel met grotere bloed- en lymfevaten
→ Rijk vertakte autonome zenuwplexus (plexus submucosus)
- Verdeling van de plexus submucosus
→ Plexus van Meissner (oppervlakkig, tegen muscularis mucosae)
→ Plexus van Henle (diep, tegen tunica muscularis)
o Tunica muscularis
→ 2 orthogonale lagen glad spierweefsel
→ Binnenste laag = talrijke ringvormige spierbundels die circulair rond het lumen lopen
→ Buitenste laag = vrijwel ononderbroken dunnere laag glad spierweefsel (spierbundeltjes
lopen evenwijdig met darmas=externe longitudinale spiermantel)
→ Tussen de 2 lagen bindweefsel met een autonome zenuw plexus (plexus myentericus/ plexus
van Auebach)
→ In de maag: 3de schuine interna spierlaag
o Tunica adventitia/serosa
→ Bindweefsel met eventueel vetweefsel
→ Gaat over in organen rond het spijsverteringsstelsel (bij deze overgangen noemt het de
tunica serosa)
, Spijsvertering (2022-23)
MOND EN MONDHOLTE
LIPPEN
o Langs buiten bedekt met meerlagig verhoornd plaveiselcellig epitheel
o Onderliggend bindweefsel
→ Bevat haarfollikels, sebumklieren en zweeklieren
o Binnenkant bedekt met meerlagig niet-verhoornd plaveiselcellig epitheel (het mondslijmvlies)
o Lippenrood/lippenzoom
→ overgang tussen huid en mondslijvlies
→ meerlagig verhoornd plaveiselcellig
→ gn haren, sebumklieren of zweetklieren
→ dermale papillen zijn voorzien van een rijk capillair netwerk
MONDHOLTE
o Grotendeels: meerlagig niet-verhoornd pleveiselcellig epitheel
→ Hard verhemelte, tandvlees en bovenkant van de tong zijn wel verhoornd (kneed/plet
functie)
→ Onder het epitheel: lamina propria (fibro-elastisch bindweefsel, vormt papillen in het
epitheel)
o Geen muscularis submucosa
→ Submucosa is verbonden met onderliggende weefsels
→ Bij verhemelte: ook geen submucosa (slijvlies ligt vast op onderliggend bot)
o Speekselklieren gelegen in de submucosa
TONG
o Spierig orgaan
o 2 anatomische delen
→ Voorste deel= corpus linguae (bewegelijk)
→ Achterste deel= radix linguae (ligt vast)
→ Topje van de corpus linguae= de apex
o Foramen caecum
→ Zet zich verder in de V-lingualis
→ Vormt overgang tussen corpus- en radix linguae
→ Voor de V-lingualis liggen de papillae circumvallatae
CORPUS LINGUAE
MUCOSA
o Mucosa aan de bovenkant is oneffen
→ Aanwezigheid van papillen
→ Lamina propria uit dens bindweefsel met continu interstitieel bindweefsel van de spiermassa
o Tongpapillen
→ Papillae filiformes (draadvormige papillen)
→ Papillae fungiformes (paddenstoelvormige papillen)
→ Papillae circumvallatae (omwalde papillen)
→ Papillae faliatae (bladvormige papillen)
, Spijsvertering (2022-23)
- Papillae filiformes
→ Zijn het talrijkst
→ Schikking in rijen van de middellijn naar de periferie, parallel met de armen van de V-
lingualis
→ Centrale bindweefselas (uitstulping van de lamina propria) bedekt met dikke
epitheellaag
- Papillae fungiformes
→ Vooral aan de apex en randen v d tong (ook verspreid tussen papillae filiformes)
→ Dun epidermoïde epitheel (bevat smaakknoppen)
→ Rode kleur door sterke vascularisatie v lamina propria
- Papillae circumvallatae
→ 10 tot 14 voor de V-lingualis (ook in een V-vormige schikking)
→ Vormen grens tussen corpus en radix
→ Kegelvormige papillen die tot diep in het corium liggen met een wal of groeve
→ Dun epidermoïd epitheel (met soms smaakknoppen)
→ In de bodems van de groeven monden sereuze klieren von Ebner uit
- Papillae foliatae
→ Achteraan op laterale zijden v d tong
→ Hoge secundaire papillen
→ Bevatten veel smaakknoppen
→ In plooien sereurze klieren von Ebner
o Smaakknoppen
- Heldere ovale lichaampjes
→ Nemen de volledige breedte van het epitheel in beslag
→ Ter hoogt van P. fungiformis, circumvallatae en foliatae
- Neuro-epitheliale orgaantjes
→ Smaakporus (opening) maakt verbinding met buitenwereld
→ 2 celtypes: steuncellen (perifeer) en zintuigcellen (centraal)
- Bezenuwing
→ Weinig gemyeliniseerde sensibele zenuwvezels verliezen hun myeline voor ze de
smaakknop bereiken
→ Naakte zenuwuiteinde lopen tussen de knoppen
TONGMASSA
o Spierweefsel
→ Dwarsgestreept (lopen in alle richtingen)
→ Perimysium (fibro-elastisch bindweefsel met grote vloedvaten, zenuwen, vetweefsel en
klieren)
o Klieren
→ Ter hoogte van de apex: gemengd
→ Achteraan enkel muceus
→ Bij papillae circumvallatae en foliatae sereuze klieren
RADIX LINGUAE
o Lymfoid orgaan (tonsilla lingualis)
→ Veel lymfefollikels
→ Uitzwermende lymfocyten die migreren doorheen het epitheel
, Spijsvertering (2022-23)
o Muceuze klieren
→ Wegspoelen bacteriën, lymfocyten en epitheelcellen uit cripten (infectie voorkomen)
PALATUM (VERHEMELTE)
HARD VERHEMELTE
o Voorste deel van het verhemelte is venig ondersteund
→ Meerlagig weinig verhoornd plaveiselepitheel
→ Lamina propria versmelt met het periost en bevat vooral vooraan vetweefsel (vetzone),
achteraan muceuze klieren (klierzone)
→ Centraal is de lamina propria vastgehecht aan mediane kan van het been (de raphe)
→ Uit centrale as stralen vernevenheden uit met een centrale bindweefselas: de rugae
o Hart verhemelte heeft plet en meng functie
ZACHT VERHEMELTE
o Zorgt voor de aansluiten van nasopharynx en oropharynx
→ Verhindert binnendringen van voedsel in de nasopharynx
o Fibreus bindweefsel en grote hoeveelheid dwarsgestreept spierweefsel bedekt met mucosa
→ Niet-verhoornd plaveiselcellig epitheel
o Lamina propria bevat hoge papillen en muceuze kliertjes
→ Kliertjes omringd door vetweefsel
→ Submucosa en lamina propria gescheiden door dens elastisch netwerk
→ Aan nasale kant pseudomeerlagig cilindrisch epitheel met trilhaarcellen
o Huig of uvula
AMANDELS
o Verschillende soorten amandels met min of meer gelijkaarige structuur
→ Ertussen ligt lymfoïd weefsel
→ Vormen de Ring van Waldeyer (verdediging aan de ingang van lucht- en
spijsverteringswegen)
TONSILLAE PALATINAE
o Verhemelte-amandels liggen in de fossa tonsillaris
→ Tussen arcus palatoglossus en de arcus palatopharyngeus
MUCOSA
o Mucosa bevat crypten (instulpingen) die kunnen reiken tot aan het bindweefselkapsel
→ Primaire crypten (onvertakt)
→ Secundaire crypten (vertakt)
→ Bodem van de crypten zitten lymfocyten (-> onduidelijke overgang tussen crypten en
onderliggen lymfoïd weefsel)
→ Crypten kunnen verstopt geraken met voedselbestanddelen en bacteriën -> ontsteking
o Meerlagig niet-verhoornd plaveiselcelepitheel
, Spijsvertering (2022-23)
BINDWEEFSEL
o Bindweefselkapsel
→ Scheiding tussen tonsil en omliggend weefsel
→ Uit kapsel straalt losmazig bindweefsel uit (bindweefselsepta)
→ Bindweefselsepta scheiden de crypten van elkaar
o In het losmazigbindweefsel
→ Lymfocyten, mastcellen, plasmacellen en polymorfonucleaire cellen
o Muceuze kliertjes monden uit aan de oppervlakte van crypten
→ Geen goede uitspoeling -> makkelijk ontstekingen
TONSILLA PHARYNGEA
o Achterste wand van nasopharynx (fornix pharygnis)
o Pseudomeerlagig trilhaarepitheel met veel slijmbekercellen (respiratoir epitheel)
→ Mucosa vormt plooien, maar geen crypten
→ Toppen van de plooien bevatten lymfocyten
→ Onder het epitheel dikke laag lymfoïd weefsel met lymfefollikels
→ Lymfoïd weefsel gescheiden van omliggend weefsel door bindweefselkapsel
o Muceuze klieren monden uit in de plooien
TONSILLAE TUBARIAE
o Tubulaire amandels
→ Lymfoïd weefsel rond de monding van de buis van Eustachius
TONSILLA LINGUALIS
o Zie tong
SPEEKSELKLIEREN
o Kleine kliertjes in mucosa of submucosa
→ Monden uit in de mondholte
→ Labiale, buccale, palatale en liguale speekselklieren
→ Korte afvoerkanalen
o Grote speekselklieren
→ Gepaarde organen buiten de mondholte
→ Systeem van afvoerkanalen
→ Glandulae parotes, glandulae submandibulares en glandulae sublinguales
SEREUZE SPEEKSELKLIEREN
o Klieren von Ebner
→ Gelegen bij tongwortel
o Glandulae parotes
→ Gelegen subcutaan voor het oor
→ Omgeven door fibreus bindweefselkapsel (waaruit septa vertrekken die de klier verdelen in
lobi en lobuli)
→ Septa bevatten bloed- en lymfevaten, zenuwen en grote afvoerkanalen en vetweefsel
→ Afvoerkanalen en secretoire uiteinden omringd door bloedcapillairen
, Spijsvertering (2022-23)
→ Interstitieel bindweefsel bevat macrofagen, plasmacellen, vetcellen en lymfocyten
→ Secretoire uiteinden bestaan uit sereuze cellen (secreteren vloeistof met zouten, proteïnen
en enzymen (amylase en maltase)
MUCEUZE SPEEKSELKLIEREN
o Niet veel zuivere muceuze speekselklieren (accessoire speekselklieren)
→ Gelegen in de tong, lippen en zacht verhemelte (in kleine aantallen)
o Secretoire uiteinden
→ Muceuze kliercellen
→ Afvoerkanalen zijn kort en eenvoudig gestructureerd
o Secretie van sialomucines en sulfomucines
→ (Kleurbaar met mucikarmijn)
GEMENGDE SPEEKSELKLIEREN
o De meeste kleine speekselklieren zijn gemengd
→ In de wand van mondholte en in de tong
o Grote speekselklieren
→ Glandulae submandibularis
→ Glandulae sublinguales
GROTE SPEEKSELKLIEREN
o Glandulae submandibularis
→ Gelegen tussen mandibula en bodemspieren van mondholte (m. mylohyoideus en m.
digastricus)
→ Hoofdzakelijk sereus
→ Omgeven door bindweefselkapsel (met septa die klier verdelen in lobi en lobuli)
o Glandulae sublinguales
→ Gelegen onder de tong
→ Hoofdzakelijk muceus
→ Niet duidelijk begrensd door bindweefselkapsel
→ Bindweefsel vertakt in het klierparenchym
o Eindstukken
→ Kunnen uitsluitend muceuze of sereuze cellen bevatten
→ Kunnen sereuze en muceuze cellen door elkaar bevatten
o Sikkels van Gianuzzi
→ Sereuze cellen in de vorm van donkere halve maantjes
→ Zitten vast op de eindstukken van muceuze eindstukken
AFVOERKANALEN
INTRALOBULAIRE AFVOERKANALEN
o Intercalaire segmenten
→ Bekleed met 1lagig kubisch epitheel
→ Myoëpitheelcellen tussen kubisch epitheel en basale membraan