STOORNISSEN
2DE BACHELOR ORTHOPEDAGOGIE
CATO LEUS
2DE SEMESTER
, HOOFDSTUK 2: DIAGNOSTIEK EN BEGELEIDING BIJ
ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
2.1. INLEIDING
Diagnostiek in enge zin (diagnose/ label of niet?)
Diagnostiek = het hele proces
van aanmelding tot conclusie Behandeling
Begeleiding
bedoeld. Om=te w-weten
gebruikt
watom
te verwijzen naar alle Onderwijsopties
aan de hand is met een kind Aanpassingen i/d omgeving
methodieken
w- hypothesendie kunnen w-
opgesteld op
ingezet
basis vd info die al met een
om een kind
ontwikkelingsstoornis
voorhanden is. te
ondersteunen
ZIN EN ONZIN VAN DIAGNOSES
Nadelen:
- Hokjesdenken
- Gereduceerd tot stoornis (ADHD’er, autisten, …)
- Enkel aandacht beperking
- Stigmatisering
- Gedragen naar label
- Gebruiken als excuus
- Vooroordelen
Voordelen:
- Gerichtere ondersteuning/ toegang tot
ondersteuning
- Interdisciplinair samenwerken
- Opluchting vr het kind
- Begrip & erkenning omgeving
- Wegnemen schuldgevoelens bij ouders
Stellen van een diagnose doel op zich
Diagnose levert aanknopingspunten op vr
behandeling, begeleiding, aanpak
N- enkel kijken naar beperkingen, ook sterktes
2.2. SOORTEN DIAGNOSTIEK
2 verschillende indelingen:
1. Onderkennende, verklarende & handelingsgerichte diagnostiek
o Onderkennende = DSM-criteria label toepassen
‘wat is er met dit kind aan de hand?’
Diagnose is beschrijvend, n- verklarend