2 Bewijs
2.1 De bewijslast
wie moet het bewijs leveren?
De rechter blijft passief bij het zoeken naar de juiste toedracht, de partijen moeten zelf
initiatief nemen.
Wie iets beweert moet dit bewijzen (moet niet perse de eiser zijn)
De bewijslast beperkt zich tot het bewijs van feiten en van rechtshandelingen
2.2 Bewijsmiddelen
Schriftelijk bewijs, getuigenbewijs, buitengerechtelijke bekentenis en de vermoedens
Bewijs = onsplitsbaar: elke geleverd bewijs moet in zijn geheel genomen worden en men
mag niet naar eigen goeddunken bepaalde elementen ervan aanvaarden en andere
verwerpen.
2.2.1 Algemene bewijsmiddelen
A.1 Het schriftelijk bewijs bij rechtshandelingen
- Schriftelijk bewijs is vereist bij rechtshandelingen, met uitzondering van ‘morele
onmogelijkheid’ waarbij het geschreven bewijsstuk door overmacht is verloren
gegaan.
- Niet-ondertekende documenten: bv. Boekhouding, facturen, kasregisters,…
- Onderhandse akten: geschriften die zijn ondertekend
- Authentieke akten: akten die in een door de wet voorziene vorm zijn opgemaakt
door daartoe speciaal bevoegde ambtenaren (notaris,…)
A.1.1 Bewijskracht tussen de partijen
- Authentieke akte tussen de contracterende partijen = overeenkomst
- Bewijs van feiten en handelingen die de openbare ambtenaar heeft
verricht, vastgesteld of kunnen vaststellen is absoluut bewijs
- Bewijs van feiten en handelingen waarvan de openbare ambtenaar de
echtheid niet heeft kunnen vaststellen zijn vatbaar voor tegenbewijs.
- Betwistingen voorkomen: handtekeningen laten legaliseren en/of
registeren.
- #partijen in overeenkomst = #originele onderhandse akten
- voldoet een document niet aan alle regelen om als schriftelijk bewijs te
worden aanvaard, kan het gelden als ‘begin van een schriftelijk bewijs’.
A.1.2 Bewijskracht ten aanzien van derden
- de tegenstelbaarheid aan derden: derden erkennen overeenkomsten
tussen partijen als een feit.
- Authentieke akten kunnen door derden slechts betwist worden via een
valsheidsprocedure met alle mogelijke bewijsmiddelen.
- Tegenbrieven zijn nooit tegenstelbaar aan derden.
- Antidateren: datum stellen die ouder is dan de werkelijke datum ->
bedrog tegenover derden
- Vaste datum: registratie, overlijden van 1 van de partijen, de opname van
de inhoud van de akte in een authentieke akte of de publiciteit ervan in de
registers van de hypotheekbewaarder.
A.2 Het schriftelijk bewijs bij feiten
- Voor het bewijs van feiten zijn dus in de regel alle bewijsmiddelen toegelaten.
B. Het getuigenbewijs
- Wordt toegelaten of bevolen door een rechter
2.1 De bewijslast
wie moet het bewijs leveren?
De rechter blijft passief bij het zoeken naar de juiste toedracht, de partijen moeten zelf
initiatief nemen.
Wie iets beweert moet dit bewijzen (moet niet perse de eiser zijn)
De bewijslast beperkt zich tot het bewijs van feiten en van rechtshandelingen
2.2 Bewijsmiddelen
Schriftelijk bewijs, getuigenbewijs, buitengerechtelijke bekentenis en de vermoedens
Bewijs = onsplitsbaar: elke geleverd bewijs moet in zijn geheel genomen worden en men
mag niet naar eigen goeddunken bepaalde elementen ervan aanvaarden en andere
verwerpen.
2.2.1 Algemene bewijsmiddelen
A.1 Het schriftelijk bewijs bij rechtshandelingen
- Schriftelijk bewijs is vereist bij rechtshandelingen, met uitzondering van ‘morele
onmogelijkheid’ waarbij het geschreven bewijsstuk door overmacht is verloren
gegaan.
- Niet-ondertekende documenten: bv. Boekhouding, facturen, kasregisters,…
- Onderhandse akten: geschriften die zijn ondertekend
- Authentieke akten: akten die in een door de wet voorziene vorm zijn opgemaakt
door daartoe speciaal bevoegde ambtenaren (notaris,…)
A.1.1 Bewijskracht tussen de partijen
- Authentieke akte tussen de contracterende partijen = overeenkomst
- Bewijs van feiten en handelingen die de openbare ambtenaar heeft
verricht, vastgesteld of kunnen vaststellen is absoluut bewijs
- Bewijs van feiten en handelingen waarvan de openbare ambtenaar de
echtheid niet heeft kunnen vaststellen zijn vatbaar voor tegenbewijs.
- Betwistingen voorkomen: handtekeningen laten legaliseren en/of
registeren.
- #partijen in overeenkomst = #originele onderhandse akten
- voldoet een document niet aan alle regelen om als schriftelijk bewijs te
worden aanvaard, kan het gelden als ‘begin van een schriftelijk bewijs’.
A.1.2 Bewijskracht ten aanzien van derden
- de tegenstelbaarheid aan derden: derden erkennen overeenkomsten
tussen partijen als een feit.
- Authentieke akten kunnen door derden slechts betwist worden via een
valsheidsprocedure met alle mogelijke bewijsmiddelen.
- Tegenbrieven zijn nooit tegenstelbaar aan derden.
- Antidateren: datum stellen die ouder is dan de werkelijke datum ->
bedrog tegenover derden
- Vaste datum: registratie, overlijden van 1 van de partijen, de opname van
de inhoud van de akte in een authentieke akte of de publiciteit ervan in de
registers van de hypotheekbewaarder.
A.2 Het schriftelijk bewijs bij feiten
- Voor het bewijs van feiten zijn dus in de regel alle bewijsmiddelen toegelaten.
B. Het getuigenbewijs
- Wordt toegelaten of bevolen door een rechter