18.12.2015 Les 10 Socialezekerheidsrecht Prof. dr. F. Louckx
Socialezekerheidsrecht
Administratiefrechtelijke aspecten: Handvest van de sociaal verzekerde
Handvest van de sociaal verzekerde zeker gebruiken bij het examen, want de leerstof kan min of meer
letterlijk worden teruggevonden!
Situering (Wat is de nood van het Handvest?)
De rechtsverhouding tussen de sociaal verzekerde en de instellingen van de sociale
zekerheidsinstelingen zijn van publiek recht. De sociaal verzekerde sluit geen contractuele
verhouding met de instellingen. Meerdere van deze instellingen zijn openbare instellingen met
rechtspersoonlijkheid.
De private instellingen wordt aangenomen dat het particuliere instellingen zijn, betrokken bij
regelingen inzake sociale zekerheid. Deze instellingen zijn private rechtspersonen die participeren
aan uitvoering van functionele openbare diensten. Zij hebben een activiteit van algemeen belang.
Dit betekent dat zij onderhevig zijn aan een bijzonder juridisch regime van de beginselen van
openbare diensten: Continuïteit, veranderlijkheid en benuttigingsgelijkheid. Vandaag dat de
rechtsverhouding ook altijd van publiekrechtelijke aard is.
Het gevolg is dat in de rechtsverhouding een heel aantal regels meespelen die in het algemeen
bestuursrecht voorkomen, zoals de wet van 29 juli 1991 betreffende motivering van
bestuurshandelingen en de beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB) (Bv. Hoorplicht,
zorgvuldigheidsplicht…)
In de specifieke wetten die voorzien in de regeling van een bepaalde sociale zekerheidsprestatie
zijn altijd regels bepaald met betrekking tot de aanvraag van de prestaties (administratieve en
financiële organisatie van de desbetreffende regeling). Deze voorschriften moeten ook worden
nageleefd.
Dit is een redelijk chaotisch geheel, indien er geen uniformiteit bestaat. Net daarom is de wet 11
april 1995 tot invoering van het „handvest” van de sociaal verzekerde in het leven geroepen. Het
doel hiervan was eenvormigheid in administratieve betrekkingen.
De Koning is evenwel gemachtigd geweest tot het preciseren van toepassingsmodaliteiten. Deze
KB’s zijn opgesteld rekening houdende met de bepaalde omstandigheden van verschillende
sectoren, waardoor het doel van uniformiteit voorbij gestreefd wordt.
Men moet dus rekening houden met zowel de wet tot invoering van het handvest van de sociaal
verzekerde alsook de eventuele reglementaire uitvoeringsbesluiten.
Toepassingsgebied (Welke betrekkingen regelt het Handvest?)
Artikel 1 zegt dat het handvest van toepassing is op iedere persoon en op iedere instelling van
sociale zekerheid.
Onder het begrip „persoon” vallen alle natuurlijke personen, verenigingen en alle instellingen en
openbare besturen. (Art. 2, 3°). Er wordt een specifieke definitie gegeven van de sociaal
verzekerde: Natuurlijke persoon die recht heeft op sociale prestaties, alsook degene die er
aanspraak op kan maken of maakt (Art. 2, 7°).
Het begrip „instellingen van sociale zekerheid” wordt niet gedefinieerd. Het begrip sociale
zekerheid wordt wel gedefinieerd in art. 2, 1°: Alle verzekeringsregelingen voor werknemers,
zelfstandigen en ambtenaren alsook alle regelingen inzake sociale bijstand.
Onder het begrip instellingen van sociale zekerheid verstaan we elke overheid, rechtspersoon van
publiekrecht of een instelling die prestaties van sociale zekerheid toekent. Daarnaast zijn ook alle
Pagina 1 van 6
Socialezekerheidsrecht
Administratiefrechtelijke aspecten: Handvest van de sociaal verzekerde
Handvest van de sociaal verzekerde zeker gebruiken bij het examen, want de leerstof kan min of meer
letterlijk worden teruggevonden!
Situering (Wat is de nood van het Handvest?)
De rechtsverhouding tussen de sociaal verzekerde en de instellingen van de sociale
zekerheidsinstelingen zijn van publiek recht. De sociaal verzekerde sluit geen contractuele
verhouding met de instellingen. Meerdere van deze instellingen zijn openbare instellingen met
rechtspersoonlijkheid.
De private instellingen wordt aangenomen dat het particuliere instellingen zijn, betrokken bij
regelingen inzake sociale zekerheid. Deze instellingen zijn private rechtspersonen die participeren
aan uitvoering van functionele openbare diensten. Zij hebben een activiteit van algemeen belang.
Dit betekent dat zij onderhevig zijn aan een bijzonder juridisch regime van de beginselen van
openbare diensten: Continuïteit, veranderlijkheid en benuttigingsgelijkheid. Vandaag dat de
rechtsverhouding ook altijd van publiekrechtelijke aard is.
Het gevolg is dat in de rechtsverhouding een heel aantal regels meespelen die in het algemeen
bestuursrecht voorkomen, zoals de wet van 29 juli 1991 betreffende motivering van
bestuurshandelingen en de beginselen van behoorlijk bestuur (ABBB) (Bv. Hoorplicht,
zorgvuldigheidsplicht…)
In de specifieke wetten die voorzien in de regeling van een bepaalde sociale zekerheidsprestatie
zijn altijd regels bepaald met betrekking tot de aanvraag van de prestaties (administratieve en
financiële organisatie van de desbetreffende regeling). Deze voorschriften moeten ook worden
nageleefd.
Dit is een redelijk chaotisch geheel, indien er geen uniformiteit bestaat. Net daarom is de wet 11
april 1995 tot invoering van het „handvest” van de sociaal verzekerde in het leven geroepen. Het
doel hiervan was eenvormigheid in administratieve betrekkingen.
De Koning is evenwel gemachtigd geweest tot het preciseren van toepassingsmodaliteiten. Deze
KB’s zijn opgesteld rekening houdende met de bepaalde omstandigheden van verschillende
sectoren, waardoor het doel van uniformiteit voorbij gestreefd wordt.
Men moet dus rekening houden met zowel de wet tot invoering van het handvest van de sociaal
verzekerde alsook de eventuele reglementaire uitvoeringsbesluiten.
Toepassingsgebied (Welke betrekkingen regelt het Handvest?)
Artikel 1 zegt dat het handvest van toepassing is op iedere persoon en op iedere instelling van
sociale zekerheid.
Onder het begrip „persoon” vallen alle natuurlijke personen, verenigingen en alle instellingen en
openbare besturen. (Art. 2, 3°). Er wordt een specifieke definitie gegeven van de sociaal
verzekerde: Natuurlijke persoon die recht heeft op sociale prestaties, alsook degene die er
aanspraak op kan maken of maakt (Art. 2, 7°).
Het begrip „instellingen van sociale zekerheid” wordt niet gedefinieerd. Het begrip sociale
zekerheid wordt wel gedefinieerd in art. 2, 1°: Alle verzekeringsregelingen voor werknemers,
zelfstandigen en ambtenaren alsook alle regelingen inzake sociale bijstand.
Onder het begrip instellingen van sociale zekerheid verstaan we elke overheid, rechtspersoon van
publiekrecht of een instelling die prestaties van sociale zekerheid toekent. Daarnaast zijn ook alle
Pagina 1 van 6