Ontwikkelingspsychologie II
Hoofstuk 1: lichamelijke en cognitieve ontwikkeling tijdens de vroege
volwassenheid
Lichamelijke rijping voltooid in meeste opzichten. Maar soms blijven de lengte en
hersenen nog een klein beetje groeien. Zintuigen zijn op hun scherpst.
Veroudering: de natuurlijke lichamelijke achteruitgang die wordt veroorzaakt door het
ouder worden.
De cognitieve ontwikkeling
Zodra mensen de volwassenheid bereiken, hechten ze steeds minder gewicht aan de
pure logica van een situatie en krijgen ze steeds meer oog voor op de werkelijkheid
gebaseerde overwegingen die het gedrag van mensen in bepaalde situaties kunnen
beïnvloeden en temperen.
Volgens Piaget gaan mensen niet echt anders denken tijdens deze periode.
Giesela Labouvie-Vief en postformeel denken
Postformeel denken: denken dat rekening houdt met het feit dat de hachelijke situaties
waarin volwassenen terecht kunnen komen soms op relativerende wijze moeten worden
opgelost.
Denken is niet alleen gebaseerd op pure logica, maar op relativeringsvermogen
(praktische ervaring, morele oordelen en waarden): er is niet alleen goed/fout, maar
volwassene moet rekening houden met meerdere factoren en zich baseren op waarden,
normen en eerdere ervaringen.
Dialectisch denken: belangstelling en waardering voor argumenten, tegenargumenten en
debat.
Postformele denkers kunnen heen en weer switchen tussen een abstracte, ideale
oplossing en de beperkingen van de realiteit waardoor die oplossing misschien niet zou
werken. Ook begrijpen ze dat er in bepaalde situaties meerdere oplossingen kunnen zijn.
William Perry en postformeel denken
Volgens Perry is de vroege volwassenheid niet alleen een periode van ontwikkeling en
groei in het verwerven van specifieke soorten kennis, maar ook van manieren om de
wereld te begrijpen.
William Perry ontdekte dat 1e jaars studenten gebruik maken van dualistisch denken;
iets is goed of fout, mensen zijn goed of slecht, anderen zijn ofwel voor hen, of tegen
hen. Maar wanneer de studenten werden geconfronteerd met nieuwe ideeën van andere
studenten en docenten, nam het dualistisch denken af.
In de loop van de studie verandert dat in meervoudig denken (ook wel relativistisch
denken). In plaats van af te gaan op de mening van de expert, steeds meer vertrouwen
op eigen visie. Niet meer zwart-wit, maar meerdere standpunten mogelijk.
Schaie’s stadia van ontwikkeling
Het denken van volwassenen ontwikkelt zich volgens een vast patroon van stadia.
Schaie ging verder waar Piaget was gestopt, maar richtte zijn aandacht op de
manieren waarop informatie tijdens de volwassenheid wordt gebruikt, en niet op de
veranderingen in het verwerven en begrijpen van nieuwe informatie.
1. Verwervend stadium: kindertijd en adolescentie. Bevat de belangrijkste
ontwikkelingstaak, die bestaat uit het verwerven van informatie. Informatie die we in
deze periode verzamelen, wordt opgeslagen voor toekomstig gebruik.
2. Uitvoerend stadium: stadium waarin jongvolwassenen de verworven kennis toepassen
op specifieke situaties die te maken hebben met het bereiken van langetermijndoelen op
het gebied van carrière, gezin en bijdrage aan de maatschappij. Concentratie op het hier
en nu.
3. Verantwoordelijk stadium: einde van vroege volwassenheid en gedurende middelbare
leeftijd. Houden zich vooral bezig met hun persoonlijke situatie en het beschermen en
verzorgen van partner, gezin en carrière.
4. Ondernemend stadium: iets later tijdens middelbare leeftijd. Mensen gaan zaken
Hoofstuk 1: lichamelijke en cognitieve ontwikkeling tijdens de vroege
volwassenheid
Lichamelijke rijping voltooid in meeste opzichten. Maar soms blijven de lengte en
hersenen nog een klein beetje groeien. Zintuigen zijn op hun scherpst.
Veroudering: de natuurlijke lichamelijke achteruitgang die wordt veroorzaakt door het
ouder worden.
De cognitieve ontwikkeling
Zodra mensen de volwassenheid bereiken, hechten ze steeds minder gewicht aan de
pure logica van een situatie en krijgen ze steeds meer oog voor op de werkelijkheid
gebaseerde overwegingen die het gedrag van mensen in bepaalde situaties kunnen
beïnvloeden en temperen.
Volgens Piaget gaan mensen niet echt anders denken tijdens deze periode.
Giesela Labouvie-Vief en postformeel denken
Postformeel denken: denken dat rekening houdt met het feit dat de hachelijke situaties
waarin volwassenen terecht kunnen komen soms op relativerende wijze moeten worden
opgelost.
Denken is niet alleen gebaseerd op pure logica, maar op relativeringsvermogen
(praktische ervaring, morele oordelen en waarden): er is niet alleen goed/fout, maar
volwassene moet rekening houden met meerdere factoren en zich baseren op waarden,
normen en eerdere ervaringen.
Dialectisch denken: belangstelling en waardering voor argumenten, tegenargumenten en
debat.
Postformele denkers kunnen heen en weer switchen tussen een abstracte, ideale
oplossing en de beperkingen van de realiteit waardoor die oplossing misschien niet zou
werken. Ook begrijpen ze dat er in bepaalde situaties meerdere oplossingen kunnen zijn.
William Perry en postformeel denken
Volgens Perry is de vroege volwassenheid niet alleen een periode van ontwikkeling en
groei in het verwerven van specifieke soorten kennis, maar ook van manieren om de
wereld te begrijpen.
William Perry ontdekte dat 1e jaars studenten gebruik maken van dualistisch denken;
iets is goed of fout, mensen zijn goed of slecht, anderen zijn ofwel voor hen, of tegen
hen. Maar wanneer de studenten werden geconfronteerd met nieuwe ideeën van andere
studenten en docenten, nam het dualistisch denken af.
In de loop van de studie verandert dat in meervoudig denken (ook wel relativistisch
denken). In plaats van af te gaan op de mening van de expert, steeds meer vertrouwen
op eigen visie. Niet meer zwart-wit, maar meerdere standpunten mogelijk.
Schaie’s stadia van ontwikkeling
Het denken van volwassenen ontwikkelt zich volgens een vast patroon van stadia.
Schaie ging verder waar Piaget was gestopt, maar richtte zijn aandacht op de
manieren waarop informatie tijdens de volwassenheid wordt gebruikt, en niet op de
veranderingen in het verwerven en begrijpen van nieuwe informatie.
1. Verwervend stadium: kindertijd en adolescentie. Bevat de belangrijkste
ontwikkelingstaak, die bestaat uit het verwerven van informatie. Informatie die we in
deze periode verzamelen, wordt opgeslagen voor toekomstig gebruik.
2. Uitvoerend stadium: stadium waarin jongvolwassenen de verworven kennis toepassen
op specifieke situaties die te maken hebben met het bereiken van langetermijndoelen op
het gebied van carrière, gezin en bijdrage aan de maatschappij. Concentratie op het hier
en nu.
3. Verantwoordelijk stadium: einde van vroege volwassenheid en gedurende middelbare
leeftijd. Houden zich vooral bezig met hun persoonlijke situatie en het beschermen en
verzorgen van partner, gezin en carrière.
4. Ondernemend stadium: iets later tijdens middelbare leeftijd. Mensen gaan zaken