Economie - module 6 - risico en onzekerheden
Hoofdstuk 1 Risico
Paragraaf 1 risico en onzekerheid
Het leven kent veel onzekere situaties: omstandigheden waarbij meerdere mogelijke uitkomsten zijn en de
uitkomst niet vast staat. Deze onzekerheden beïnvloeden de economie en de uitkomst kan financiële gevolgen
hebben. We kijken bij onzekerheid naar het risico --> de verwachte financiële schade van de gebeurtenis.
Risico= kans op schade x schade
Met de uitdrukking ‘het lopen van risico’ wordt alleen de kans op schade bedoeld.
Hoe groot het risico is, wordt dus bepaald door twee onderdelen. Deze staan niet vast, maar moeten worden
ingeschat. Hoe meer informatie, hoe beter het risico kan worden ingeschat. Als het risico verkeerd wordt
ingeschat kan dit nadelig zijn voor het consumenten- en producentensurplus.
Paragraaf 2 vrijwillige- en onvrijwillige risico’s
Er zijn twee soorten risico’:
1. vrijwillige risico’s
-->risico’s die iemand bewust neemt
2. onvrijwillige risico’s
-->risico’s die niet te vermijden zijn, ze worden niet bewust genomen. Je kunt deze risico’s wel
verkleinen, maar niet helemaal vermijden.
Paragraaf 3 Rente en Risico
Risico’s kunnen zich in tijd voordoen en zijn daarom onderdeel van de prijs van tijd --> de rente. Het deel van de rente dat de prijs is van de onzekerheid in
de vorm van risico’s die zich in de rijd kunnen voordoen is de risico-opslag. Een belangrijk deel daarvan is het inflatierisico: het risico van inflatie. Er is
altijd sprake van inflatie: de onzekerheid over de omvang van het inflatierisico wordt alleen bepaald door de omvang van inflatie.
Bij de berekening van de reële rente wordt er rekening gehouden met de inflatie; de reële rente komt overeen met de toegenomen koopkrach van het
spaargeld. Bij nominale rente R en Inflatie (n) is de reële rente r gelijk aan:
RIC = NIC÷PIX x 100% -100
Voor een gelsverstrekker is een belangrijk risico-opslag het risico van wanbetaling: de situatie waarbij een geldlener het geleende geldbedrag niet of
slechts gedeeltelijk terugbetaalt. Het risico van wanbetaling wordt kleiner als een geldlener in ruil voor de lening een onderpand afgeeft aan de
kredietgever.
1
Hoofdstuk 1 Risico
Paragraaf 1 risico en onzekerheid
Het leven kent veel onzekere situaties: omstandigheden waarbij meerdere mogelijke uitkomsten zijn en de
uitkomst niet vast staat. Deze onzekerheden beïnvloeden de economie en de uitkomst kan financiële gevolgen
hebben. We kijken bij onzekerheid naar het risico --> de verwachte financiële schade van de gebeurtenis.
Risico= kans op schade x schade
Met de uitdrukking ‘het lopen van risico’ wordt alleen de kans op schade bedoeld.
Hoe groot het risico is, wordt dus bepaald door twee onderdelen. Deze staan niet vast, maar moeten worden
ingeschat. Hoe meer informatie, hoe beter het risico kan worden ingeschat. Als het risico verkeerd wordt
ingeschat kan dit nadelig zijn voor het consumenten- en producentensurplus.
Paragraaf 2 vrijwillige- en onvrijwillige risico’s
Er zijn twee soorten risico’:
1. vrijwillige risico’s
-->risico’s die iemand bewust neemt
2. onvrijwillige risico’s
-->risico’s die niet te vermijden zijn, ze worden niet bewust genomen. Je kunt deze risico’s wel
verkleinen, maar niet helemaal vermijden.
Paragraaf 3 Rente en Risico
Risico’s kunnen zich in tijd voordoen en zijn daarom onderdeel van de prijs van tijd --> de rente. Het deel van de rente dat de prijs is van de onzekerheid in
de vorm van risico’s die zich in de rijd kunnen voordoen is de risico-opslag. Een belangrijk deel daarvan is het inflatierisico: het risico van inflatie. Er is
altijd sprake van inflatie: de onzekerheid over de omvang van het inflatierisico wordt alleen bepaald door de omvang van inflatie.
Bij de berekening van de reële rente wordt er rekening gehouden met de inflatie; de reële rente komt overeen met de toegenomen koopkrach van het
spaargeld. Bij nominale rente R en Inflatie (n) is de reële rente r gelijk aan:
RIC = NIC÷PIX x 100% -100
Voor een gelsverstrekker is een belangrijk risico-opslag het risico van wanbetaling: de situatie waarbij een geldlener het geleende geldbedrag niet of
slechts gedeeltelijk terugbetaalt. Het risico van wanbetaling wordt kleiner als een geldlener in ruil voor de lening een onderpand afgeeft aan de
kredietgever.
1