Hoofdstuk 1, pag. 15 t/m 31
Een belangrijk uitgangspunt van sociale zekerheid is collectiviteit en solidariteit: het door
middel van wetgeving gezamenlijk dragen van de individuele risico’s.
De overheid speelt een belangrijke rol bij het opvangen van de verschillende sociale risico’s
= verzorgingsstaat.
Bij het sociale minimum garandeert de sociale zekerheid voor een inkomen op
minimumniveau in de situatie dat het inkomen lager is dan het geldende sociale minimum.
Stijgt het minimumloon, dan stijgen ook de uitkeringen (loonindexering). Dit noemen we de
koppeling.
Het sociale zekerheidsstelsel geeft mensen de zekerheid van een inkomen, mocht men
onverhoopt werkloos worden of arbeidsongeschikt raken.
De inwoners van Nederland betalen op 2 manieren mee aan het sociale stelsel. Namelijk de
financiering van de werknemersverzekeringen (voorbeeld WW) en de volksverzekeringen
(voorbeeld AOW) gebeurt door middel van premieheffing. De werknemersverzekeringen
worden opgebracht door de werknemers en werkgevers, de volksverzekeringen door alle
ingezetenen (het volk), althans voor zover iemand inkomsten heeft en inkomstenbelasting
betaalt. De sociale voorzieningen (bijstand en de Wmo) worden gefinancierd uit de algemene
middelen, de belastingopbrengst.
De re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers is pas laat op gang gekomen. De Wet
verbetering poortwachter heeft als doel zieke werknemers zo spoedig mogelijk te re-
integreren in eigen of ander passend werk.
Het gevolg van marktwerking is dat de ziekenfondsen van voorheen (zonder winstoogmerk)
nu ook verzekeringsmaatschappijen (veelal met winstoogmerk) zijn geworden.
De werkgevers- en werknemersorganisaties (vakbonden) worden ‘sociale partners’
genoemd, omdat zij overlegpartners zijn in met name de Stichting van de Arbeid (STAR) en
de Sociaal-Economische Raad (SER).
Quotumregeling houdt in dat werkgevers met 25 medewerkers of meer de verplichting
krijgen opgelegd om een bepaald percentage mensen met een arbeidsbeperking in dienst te
nemen.
In de WMO 2015 staat letterlijk dat pas recht op een voorziening bestaat als de burger niet
op eigen kracht of met gebruikelijke hulp in de behoefte aan ondersteuning kan voorzien.
Bij de uitvoering van sociale zekerheid is decentralisatie een belangrijk begrip: steeds meer
bevoegdheden en verantwoordelijkheden komen bij de gemeenten te liggen in plaats van bij
de centrale overheid.
De driedeling van werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen
heeft e maken met:
- de kring van de verzekerden: wie is verzekerd en dus rechthebbend
- de financiering: wie betaalt (overheid, inwoners van Nederland, werkgevers?)
- de uitvoering: waar moet men de uitkering aanvragen en wie verstrekt de uitkeringen
- de voorwaarden: wat is de hoogte en de duur van de uitkering en kent de regeling
een (partner)inkomenstoets en/of een vermogenstoets?
Bij werknemers- en volksverzekeringen gaat het om verplichte verzekeringen. Een individu
kan zich hieraan niet onttrekken. De verzekering gaat dus van rechtswege in, automatisch.