van ICT en internettechnologie binnen de ggz onmisbaar?
Omdat het, volgens prof. Riper, een reële verwachting is dat binnen vijf jaar iedere vorm van
psychologische hulp, voor welke aandoening dan ook, een online component zal hebben.
2. Is het op internet op zoek gaan naar informatie over een cliënt onethisch?
Er zijn nog geen officiële ethische richtlijnen over het op internet opzoeken van informatie over
cliënten. Het standpunt van de APA hierin is dat het googelen van cliënten ontmoedigd wordt. Het
googelen van een cliënt is niet per definitie onethisch.
3. Aan welke 3 voorwaarden moet worden voldaan om informatie over cliënten op internet op te
mogen zoeken?
Juiste motivatie
De informatiespeurtocht op het internet moet gestuurd worden door de motivatie om het
welzijn van de cliënt te promoten en mag niet gestuurd worden door persoonlijke
nieuwsgierigheid.
Bewustzijn van doel
Hulpverleners moeten zich ook op voorhand afvragen wat ze met de informatie gaan doen en
hoe deze de behandeling kan beïnvloeden. Real-life psychopathologie wordt vaak
weerspiegeld in de manier waarop iemand online aanwezig is of in de uitspraken die hij daar
doet.
Bedachtzaamheid over gevolgen en betrouwbaarheid
De hulpverlener moet zich op voorhand afvragen of en hoe hij/zij gaat reageren. Het is
bovendien sterk aanbevolen om de betrouwbaarheid van de bron van de op het internet
gevonden informatie na te gaan.
4. Waarom is het niet verstandig om vriendschapsverzoeken van cliënten via social media te
accepteren?
De relatie tussen cliënt en hulpverlener dient professioneel van aard te zijn en te blijven gedurende
de behandeling. Het is daarom niet verstandig deze cliënt-hulpverlener-relatie te vermengen met
andere relaties zoals online sociale relaties. De grenzen van deze professionele relatie moeten
duidelijk zijn voor beide partijen.
5. In hoeverre is het mogelijk om een vertrouwelijke, persoonlijke therapeutische relatie op te
bouwen in een online context waarbij non-verbale communicatie ontbreekt?
Uit wetenschappelijk onderzoek komt naar voren dat cliënten zich vaak veiliger voelen in een online
therapeutische relatie en daardoor juist opener praten over gevoelens, emoties en ervaringen dan in
face-to-face therapie. Verschillende studies tonen aan dat de sterkte van de online therapeutische
alliantie (die afhankelijk is van de kwaliteit van de relatie tussen therapeut en cliënt, maar ook van de
mate van overeenstemming over doelen en taken) niet hoeft onder te doen voor die van de face-to-
face therapie.
6. Wat wordt verstaan onder E-health?
E-health is het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën (ICT), en met name
internettechnologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren.