Di 8 september ’15 Thomas ten Berge
s2882388
ARW week 1 vragen
1: Positief recht is het recht dat bestaat uit alle geldende rechtsregels, deze zijn te
vinden in de wet, jurisprudentie, internationale verdragen, gewoonte en besluiten van
volkenrechtelijke organisaties(VN/EU)
2: onjuist de grondwet behoort tot het staatsrecht (ook wel grondwettelijk recht)
juist het wetboek van koophandel gaat over het contact tussen twee burgers
juist het Wetboek van Strafvordering benoemd hoe en wanneer iemand een
opgelegde straf moet ondergaan en behoord daarom tot het strafrecht
onjuist de Algemene wet inzake rijksbelasting behoord tot het bestuursrecht
3: onjuist onder het burgerlijk recht van het burgerlijk proces recht
onjuist staatsrecht gaat over de inrichting van de staat en hierbinnen is geen
handhavingsrecht
4: onjuist in deze situatie gedraagt de gemeente Groningen zich als burger
5: onjuist iedere burger heeft dit recht en dit is niet alleen gereserveerd voor de overheid
6: juist de rechter mag vrij beslissen en hoeft zich niet te binden aan deze precedenten in
theorie, maar in de praktijk zien we dit wel vaak gebeuren
7: juist deze worden gerekend tot de juristprudentie(ongeschreven)
8: onjuist hoewel deze vormen van recht wel draagkracht kunnen hebben in bijvoorbeeld
een gemeente behoren deze niet tot het positief recht zoals uitgelegd bij vraag 1
9: De machtsverdeling zoals voorgesteld in de trias politica is wel doorgevoerd zijnde de
wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht.
- De rechter is in Nederland geen machine maar is vrij om zijn eigen interpretatie van
de wet te gebruiken mits hij deze kan onderbouwen en voortkomen uit het positief
recht
- Ook de regering alleen heeft een algemeen regelstellende bevoegdheid en
bestuursbevoegdheid
10: De Koning is onderdeel van de regering en maakt samen met de regering de wetten.
11: juist Dit valt onder de bevoegdheid van de regering (art 131 GW)
onjuist dit valt onder de bevoegdheid van een rechter, een rechter is geen
bestuursorgaan (1: 383-1BW)
juist dit valt onder de bevoegdheid van een rechter
juist Awb(algemeen wet bestuursrecht) uit de naam is af te leiden dat het om
wetten gaat en dus door een wetgever moet worden gedaan.
juist 1:4-4BW
s2882388
ARW week 1 vragen
1: Positief recht is het recht dat bestaat uit alle geldende rechtsregels, deze zijn te
vinden in de wet, jurisprudentie, internationale verdragen, gewoonte en besluiten van
volkenrechtelijke organisaties(VN/EU)
2: onjuist de grondwet behoort tot het staatsrecht (ook wel grondwettelijk recht)
juist het wetboek van koophandel gaat over het contact tussen twee burgers
juist het Wetboek van Strafvordering benoemd hoe en wanneer iemand een
opgelegde straf moet ondergaan en behoord daarom tot het strafrecht
onjuist de Algemene wet inzake rijksbelasting behoord tot het bestuursrecht
3: onjuist onder het burgerlijk recht van het burgerlijk proces recht
onjuist staatsrecht gaat over de inrichting van de staat en hierbinnen is geen
handhavingsrecht
4: onjuist in deze situatie gedraagt de gemeente Groningen zich als burger
5: onjuist iedere burger heeft dit recht en dit is niet alleen gereserveerd voor de overheid
6: juist de rechter mag vrij beslissen en hoeft zich niet te binden aan deze precedenten in
theorie, maar in de praktijk zien we dit wel vaak gebeuren
7: juist deze worden gerekend tot de juristprudentie(ongeschreven)
8: onjuist hoewel deze vormen van recht wel draagkracht kunnen hebben in bijvoorbeeld
een gemeente behoren deze niet tot het positief recht zoals uitgelegd bij vraag 1
9: De machtsverdeling zoals voorgesteld in de trias politica is wel doorgevoerd zijnde de
wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechtsprekende macht.
- De rechter is in Nederland geen machine maar is vrij om zijn eigen interpretatie van
de wet te gebruiken mits hij deze kan onderbouwen en voortkomen uit het positief
recht
- Ook de regering alleen heeft een algemeen regelstellende bevoegdheid en
bestuursbevoegdheid
10: De Koning is onderdeel van de regering en maakt samen met de regering de wetten.
11: juist Dit valt onder de bevoegdheid van de regering (art 131 GW)
onjuist dit valt onder de bevoegdheid van een rechter, een rechter is geen
bestuursorgaan (1: 383-1BW)
juist dit valt onder de bevoegdheid van een rechter
juist Awb(algemeen wet bestuursrecht) uit de naam is af te leiden dat het om
wetten gaat en dus door een wetgever moet worden gedaan.
juist 1:4-4BW