Hoofdstuk 1: Wat is economie en hoe denken economen?
1. De twee betekenissen van het woord economie
De schotse moraalfilosoof ADAM SMITH is grondlegger van de klassieke liberale
economisch denken.
2. De kern van het economisch probleem: schaarste verplicht tot kiezen
,2.1 schaarste
Diensten en goederen worden geproduceerd met inzet van de zogenaamde
productiefactoren
- arbeid
- natuur
- kapitaal (geld)
3. Behoeften (oneindig)
3.1 Soorten behoeften
individuele behoeften Collectieve behoeften
→ individuele goederen → Collectieve goederen
uitleg= wanneer de bevrediging
afhankelijk is van een collectieve
beslissing of inspanning
3.2 Kenmerken van behoeften
=Behoeften: betreft hoofdzakelijk materiële behoeften. ook behoeften aan
diensten zoals doktersconsults, vliegtuigreizen,
4 Belangrijke kenmerken
1) Rangorde
= behoeftenpiramide van maslov
2) herhalend
3) veranderlijk
4) vermenigvuldigbaar (zie curve)
,Curve: Verband economie en geluk
Hieruit kunnen we afleiden dat
geld tot een bepaald hoeveelheid
gelukkig maakt
Let op bij een daling van geld,
goederen,.. daalt het geluk ook
4. Economische goederen (wel eindig)
= Goederen= goederen en diensten
Kiezen is verliezen..
→ meer van het ene is minder van het andere
→ Elke keuze brengt baten en offers met zich mee
dit geldt voor:
- Kiezen als individu, als groep, als gemeenschap, als samenleving … en
kiezen als onderneming
bv als een onderneming beslist om de lonen te verhogen, dan kan datzelfde geld
niet meer uitgegeven worden aan de opleiding van de medewerkers.
- Kiezen in luxe of kiezen in armoede …
bv rijke mensen zijn ook onderhevig aan kiezen is verliezen
- Kiezen vroeger of kiezen nu
, Bij de offers van een keuze bestaan vaak “ Opportuniteitskosten’
= kosten van de baten die je misloopt.
bv opportuniteitskost van een leegstaand gebouw is de huur die je misloopt.
(het gebouw verliest zijn waarde niet dus de eigenaar verliest niets. Maar hij
verliest de huur, het geld die hij kan krijgen van mensen die het gebouw zouden
huren.)
4.1 Kenmerken
Economische goederen bevat:
1) schaarste= er moet een offer voor gebracht worden
2) Nuttig= Kunnen aan behoeften voldoen
4.2 Soorten goederen
- goederen (in enge zin) en diensten
= goederen kun je vastpakken, (bv gsm, laptop)
=diensten niet vastpakken (bv naar de dokter, verzekering sluiten)
(‘Vastpakken versus niet vastpakken’)
- consumptie- en kapitaalgoederen
consumptiegoederen =zijn bestemd voor direct gebruik of verbruik door de
consument en dienen niet voor verdere productie. (bv matras in auto voor te
slapen) → verbruiken we om aan behoeften te voldoen
kapitaalgoederen = zijn door de mens voortgebrachte productiemiddelen om
gebruikt te worden in het productieproces en dragen onrechtstreeks bij tot de
behoeftebevrediging.(busje voor werk gebruiken)
(‘verbruiken of gebruiken als eindconsument versus gebruiken om iets anders
mee te produceren’)
- duurzame en niet-duurzame goederen
duurzame= herbruikbaar (bv koffie uit een tas)
niet-duurzaam= niet herbruikbaar “op is op” ( bv koffie uit een wegwerp beker)
(‘herbruikbaar versus op-is-op’)