WOORDSOORTEN
Lidwoord
Lw
Een woord dat voor een zelfstandig naamwoord staat.
De, het (bepaald lidwoord)
Een (onbepaald lidwoord)
Zelfstandig naamwoord
Zn
Mensen, dieren, dingen, planten, eigennamen
Bijvoeglijk naamwoord
Bn
Zegt iets over het zn
Mooi
Slim
Voorzetsel
Vz
Ten opzichte van een object/periode
In de kast Op vakantie
Naast de tafel Na de toetsweek
Voegwoord
Vw
Een woord dat twee zinnen met elkaar verbindt
Maar Omdat
En Of
Werkwoord
Ww
Hulpwerkwoord (hww)
Bij meerdere ww in de zin is de persoonsvorm altijd een hww
Staat altijd met een ander ww in een zin
Kan meer dan 1x voorkomen
Zelfstandig werkwoord (zww)
Belangrijkste ww in de zin
Kan maar 1x voorkomen
Nooit samen met een kww
Lidwoord
Lw
Een woord dat voor een zelfstandig naamwoord staat.
De, het (bepaald lidwoord)
Een (onbepaald lidwoord)
Zelfstandig naamwoord
Zn
Mensen, dieren, dingen, planten, eigennamen
Bijvoeglijk naamwoord
Bn
Zegt iets over het zn
Mooi
Slim
Voorzetsel
Vz
Ten opzichte van een object/periode
In de kast Op vakantie
Naast de tafel Na de toetsweek
Voegwoord
Vw
Een woord dat twee zinnen met elkaar verbindt
Maar Omdat
En Of
Werkwoord
Ww
Hulpwerkwoord (hww)
Bij meerdere ww in de zin is de persoonsvorm altijd een hww
Staat altijd met een ander ww in een zin
Kan meer dan 1x voorkomen
Zelfstandig werkwoord (zww)
Belangrijkste ww in de zin
Kan maar 1x voorkomen
Nooit samen met een kww