Materieel strafrecht tussentoets
Week 1
- Wetboek van strafrecht tweedeling ; misdrijven en overtredingen.
- Richtingen:
Klassieke Richting (1886) ontwerp wetboek is sober en eenvoudig.
o Ziet vergelding als grondslag straf.
o Geestelijk vader van de richting: Beccaria contrat social = essentieel
uitgangspunt.
o Liberale vrijheid.
Moderne Richting (1911) bijstellen sobere en eenvoudige denkbeelden.
o Opportuniteitsbeginsel OM OM bepaalt zelf wanneer overgaan tot
vervolging.
Nu compromis tussen de 2 verenigingstheorie; vergelding is grondslag strafrecht.
- Strafrecht = ultimum remedium (uiterste redmiddel).
- Delicten:
Rechtsdelicten; klassieke misdrijven.
Wetsdelicten; vooral overtredingen.
- Strafbepaling;
1. Delictsomschrijving ; schending materiele norm.
2. Sanctienorm.
- Internationale Kriminalistische Vereinigung (IKV) modern:
1891 opgericht.
Doel: crimineel-politieke doeleinden nastreven.
Uitgangspunt: speciale preventie (verbeteren gestrafte) kijken naar de dader als
persoon; individualisering strafrecht dader centraal (kijken naar opvoeding etc.).
- NL nu verschil met moderne richting is dat de doelen nooit boven vergelding mogen
komen.
- Willem Pompe :
Samen met Kempe en Baan pleiten voor aandacht voor dader als persoon in
combinatie met vergelding.
Utrechtse School heeft ervoor gezorgd dat de dader centraal komt te staan
(humanisering ; vermildering strafklimaat NL.
- School van M.P. Vrij:
Voegt aan schuld en wederrechtelijkheid iets toe: sub-socialiteit = door de daad is er
een verstoring in de maatschappelijke gesteldheid vereffenen deze verstoring is
derde functie van straffen.
- Bestuur strafrecht tussenvorm strafrecht en bestuursrecht ; bestuurlijke boetes.
- EU recht:
Kan beperkingen stellen aan nationale strafbepalingen.
Harmonisatie: het naar elkaar toegroeien van rechtspraktijk van verschillende
rechtsstelsels op grond van gemeenschappelijke norm:
o Materiële harmonisatie: verplichting om bepaalde Europees niveau gestelde
gedragsnormen strafrechtelijk te handhaven door de betreffende
gedragingen in de wet op te nemen.
o Formele harmonisatie: wederzijdse erkenning ; uitspraken van rechters uit
andere lidstaten respecteren op basis van vertrouwen.
, - Strafbaar feit in dimensies:
1. Historisch strafbare feit: een gedraging in bepaalde context leidend tot een ongewenst
resultaat is een strafbaar feit omdat de wet dit benoemt en zo omschrijft.
2. Wettelijk strafbare feit: delictsomschrijving die men in wettelijke strafbepaling aantreft.
3. Juridisch strafbare feit: het historische feit voldoet aan de nadere eisen die worden
gesteld (bijv. causaliteit/schuld/culpa).
- Voorwaarden strafbaarheid:
1. Gedraging van natuurlijk/rechtspersoon;
2. Die een wettelijke delictsomschrijving vervult;
3. Wederrechtelijk is;
4. Aan schuld te wijten, ofwel verwijtbaar is.
- Bestanddeel staat in de delictsomschrijving
Element staat er niet in ; schuld en wederrechtelijkheid.
- Delicten:
Commissie- en omissiedelicten:
o Commissiedelict: ziet op het handelen/doen.
o Omissie: niet handelen/nalaten.
Materieel en formeel omschreven delicten:
o Formeel: het enkele doen is voldoende.
o Materieel: gevolg van gedraging is van belang (moord).
Krenkingsdelicten en gevaarzettingsdelicten:
o Gevaarzetting: strafrecht treedt in werking voordat er gevaren zijn
gerealiseerd.
o Krenking: er is een daadwerkelijke krenking.
- Strafrecht; menselijke gedraging onder bepaalde omstandigheden:
Persoonlijke omstandigheden:
o Treffen dader als persoon.
o Twee soorten:
Inwendig: behelzen psychische gesteldheid dader waarmee hij
daad onder bepaalde omstandigheden en bepaalde gevolgen
heeft verricht, bijv. opzet & culpa.
Uitwendig: bepaalde hoedanigheid/kwaliteit dader in
kwaliteitsdelicten. Bijv. ambtenaar bij ambtsmisdrijf.
Onpersoonlijke omstandigheden:
o Betreffen gedraging dader kan bestaan uit begeleidende omstandigheden
van gedraging/gevolgen gedraging.
- Gekwalificeerde delicten strafverzwarende gevolgen ; bijv. 300 lid 1 Sr.
- Bijkomende voorwaarde: zonder deze omstandigheid/gevolg was het niet strafbaar bijv.
helpen bij zelfdoding; alleen strafbaar als de dood ook daadwerkelijk lukt.
- Art. 348 Sv 4 formele voorvragen: (niet relevant hier maar handig om te weten)
1. Dagvaarding geldig?
2. Rechter bevoegd?
3. OvJ ontvankelijk?
4. Geen reden tot schorsing vervolging?
Week 1
- Wetboek van strafrecht tweedeling ; misdrijven en overtredingen.
- Richtingen:
Klassieke Richting (1886) ontwerp wetboek is sober en eenvoudig.
o Ziet vergelding als grondslag straf.
o Geestelijk vader van de richting: Beccaria contrat social = essentieel
uitgangspunt.
o Liberale vrijheid.
Moderne Richting (1911) bijstellen sobere en eenvoudige denkbeelden.
o Opportuniteitsbeginsel OM OM bepaalt zelf wanneer overgaan tot
vervolging.
Nu compromis tussen de 2 verenigingstheorie; vergelding is grondslag strafrecht.
- Strafrecht = ultimum remedium (uiterste redmiddel).
- Delicten:
Rechtsdelicten; klassieke misdrijven.
Wetsdelicten; vooral overtredingen.
- Strafbepaling;
1. Delictsomschrijving ; schending materiele norm.
2. Sanctienorm.
- Internationale Kriminalistische Vereinigung (IKV) modern:
1891 opgericht.
Doel: crimineel-politieke doeleinden nastreven.
Uitgangspunt: speciale preventie (verbeteren gestrafte) kijken naar de dader als
persoon; individualisering strafrecht dader centraal (kijken naar opvoeding etc.).
- NL nu verschil met moderne richting is dat de doelen nooit boven vergelding mogen
komen.
- Willem Pompe :
Samen met Kempe en Baan pleiten voor aandacht voor dader als persoon in
combinatie met vergelding.
Utrechtse School heeft ervoor gezorgd dat de dader centraal komt te staan
(humanisering ; vermildering strafklimaat NL.
- School van M.P. Vrij:
Voegt aan schuld en wederrechtelijkheid iets toe: sub-socialiteit = door de daad is er
een verstoring in de maatschappelijke gesteldheid vereffenen deze verstoring is
derde functie van straffen.
- Bestuur strafrecht tussenvorm strafrecht en bestuursrecht ; bestuurlijke boetes.
- EU recht:
Kan beperkingen stellen aan nationale strafbepalingen.
Harmonisatie: het naar elkaar toegroeien van rechtspraktijk van verschillende
rechtsstelsels op grond van gemeenschappelijke norm:
o Materiële harmonisatie: verplichting om bepaalde Europees niveau gestelde
gedragsnormen strafrechtelijk te handhaven door de betreffende
gedragingen in de wet op te nemen.
o Formele harmonisatie: wederzijdse erkenning ; uitspraken van rechters uit
andere lidstaten respecteren op basis van vertrouwen.
, - Strafbaar feit in dimensies:
1. Historisch strafbare feit: een gedraging in bepaalde context leidend tot een ongewenst
resultaat is een strafbaar feit omdat de wet dit benoemt en zo omschrijft.
2. Wettelijk strafbare feit: delictsomschrijving die men in wettelijke strafbepaling aantreft.
3. Juridisch strafbare feit: het historische feit voldoet aan de nadere eisen die worden
gesteld (bijv. causaliteit/schuld/culpa).
- Voorwaarden strafbaarheid:
1. Gedraging van natuurlijk/rechtspersoon;
2. Die een wettelijke delictsomschrijving vervult;
3. Wederrechtelijk is;
4. Aan schuld te wijten, ofwel verwijtbaar is.
- Bestanddeel staat in de delictsomschrijving
Element staat er niet in ; schuld en wederrechtelijkheid.
- Delicten:
Commissie- en omissiedelicten:
o Commissiedelict: ziet op het handelen/doen.
o Omissie: niet handelen/nalaten.
Materieel en formeel omschreven delicten:
o Formeel: het enkele doen is voldoende.
o Materieel: gevolg van gedraging is van belang (moord).
Krenkingsdelicten en gevaarzettingsdelicten:
o Gevaarzetting: strafrecht treedt in werking voordat er gevaren zijn
gerealiseerd.
o Krenking: er is een daadwerkelijke krenking.
- Strafrecht; menselijke gedraging onder bepaalde omstandigheden:
Persoonlijke omstandigheden:
o Treffen dader als persoon.
o Twee soorten:
Inwendig: behelzen psychische gesteldheid dader waarmee hij
daad onder bepaalde omstandigheden en bepaalde gevolgen
heeft verricht, bijv. opzet & culpa.
Uitwendig: bepaalde hoedanigheid/kwaliteit dader in
kwaliteitsdelicten. Bijv. ambtenaar bij ambtsmisdrijf.
Onpersoonlijke omstandigheden:
o Betreffen gedraging dader kan bestaan uit begeleidende omstandigheden
van gedraging/gevolgen gedraging.
- Gekwalificeerde delicten strafverzwarende gevolgen ; bijv. 300 lid 1 Sr.
- Bijkomende voorwaarde: zonder deze omstandigheid/gevolg was het niet strafbaar bijv.
helpen bij zelfdoding; alleen strafbaar als de dood ook daadwerkelijk lukt.
- Art. 348 Sv 4 formele voorvragen: (niet relevant hier maar handig om te weten)
1. Dagvaarding geldig?
2. Rechter bevoegd?
3. OvJ ontvankelijk?
4. Geen reden tot schorsing vervolging?