Tentamentraining
Heffingsbeginselen
IBR =belasting heffing in grensoverschrijdende situaties waardoor dubbele belastingheffing of
dubbele non heffing kan ontstaan.
Heffingsbeginselen Persoonlijke heffingsbeginselen Zakelijke heffingsbeginselen
(onbeperkte belastingplicht) (beperkte belastingplichtig)
Nationaliteitsbeginsel Woonplaatsbeginsel Bronlandbeginsel
Al deze heffingsbeginselen zijn terug te vinden in de IB, VPB en Divb
Samenloop Juridische dubbele belasting Economische dubbele belasting
1 object & 1 subject 1 object & 2 subjecten
Oplossing: verdelingsbepalingen art 6 t/m 21 Oplossing: nationale wet
OESO Belastingverdragen Uitzondering: art 9 OESO + 4 lid 1 Moeder-
dochterrichtlijn
(voor kwalificatieverschillen:
Object > bronland volgen
Subject > woonland volgen )
Persoonlijk vs persoonlijk Persoonlijk vs zakelijk Zakelijk vs zakelijk
Art 4 OESO Art 6 t/m 21 OESO Geen oplossing
Wonen/gevesitgd Nederland : Art 4 lid 1 AWR wordt naar de omstandigheden beoordeeld > feitelijke beoordeling.
zijn Van belang hierbij kunnen zijn:
Natuurlijke personen Lichamen
Objectieve omstandigheden Allereerst:
(centrum economische en sociale leven) -plaats van feitelijke leiding = daar waar het
-werk en woning bestuur samenkomt en de belangrijke
-gezin beslissingen worden genomen (niet dagelijkse
-financiën leiding)
-inschrijving GBA
-nationaliteit indien nog steeds onduidelijk:
-plaats van bedrijfsuitoefening
Subjectieve omstandigheid -woonplaats bestuurders
>de uiterlijk waarneembare wil -plaats a.v.a
-plaats administratie
-statutaire zetel etc.
Ficties in de Nederlandse wet:
IB 2.2 IB emigratie en in NL dienstbetrekking + 4.25 IB oprichting naar NL recht
& 7.5 lid 6 IB 5 jaar feitelijke leiding in NL gevestigd
VPB 2 lid 4 VPB oprichting naar NL recht
Divb 1 lid 3 Divb oprichting naar NL recht
Inwoner Art 1 OESO: verdrag is alleen van toepassing op personen die inwoner zijn van 1 of beide staten
Art 4 lid 1 OESO: inwoner =
1. Ingevolge de wetgeving van de staat aan belasting onderworpen
> moet belast zijn voor het wereldinkomen volgt uit de laatste volzin & par 8 en 8.1 van
het commentaar.
>Uit de laatste volzin van paragraaf 8 blijkt ook dat indien men belast is voor het
wereldinkomen door een woonplaats/vestigings fictie men inwoner is.
Heffingsbeginselen
IBR =belasting heffing in grensoverschrijdende situaties waardoor dubbele belastingheffing of
dubbele non heffing kan ontstaan.
Heffingsbeginselen Persoonlijke heffingsbeginselen Zakelijke heffingsbeginselen
(onbeperkte belastingplicht) (beperkte belastingplichtig)
Nationaliteitsbeginsel Woonplaatsbeginsel Bronlandbeginsel
Al deze heffingsbeginselen zijn terug te vinden in de IB, VPB en Divb
Samenloop Juridische dubbele belasting Economische dubbele belasting
1 object & 1 subject 1 object & 2 subjecten
Oplossing: verdelingsbepalingen art 6 t/m 21 Oplossing: nationale wet
OESO Belastingverdragen Uitzondering: art 9 OESO + 4 lid 1 Moeder-
dochterrichtlijn
(voor kwalificatieverschillen:
Object > bronland volgen
Subject > woonland volgen )
Persoonlijk vs persoonlijk Persoonlijk vs zakelijk Zakelijk vs zakelijk
Art 4 OESO Art 6 t/m 21 OESO Geen oplossing
Wonen/gevesitgd Nederland : Art 4 lid 1 AWR wordt naar de omstandigheden beoordeeld > feitelijke beoordeling.
zijn Van belang hierbij kunnen zijn:
Natuurlijke personen Lichamen
Objectieve omstandigheden Allereerst:
(centrum economische en sociale leven) -plaats van feitelijke leiding = daar waar het
-werk en woning bestuur samenkomt en de belangrijke
-gezin beslissingen worden genomen (niet dagelijkse
-financiën leiding)
-inschrijving GBA
-nationaliteit indien nog steeds onduidelijk:
-plaats van bedrijfsuitoefening
Subjectieve omstandigheid -woonplaats bestuurders
>de uiterlijk waarneembare wil -plaats a.v.a
-plaats administratie
-statutaire zetel etc.
Ficties in de Nederlandse wet:
IB 2.2 IB emigratie en in NL dienstbetrekking + 4.25 IB oprichting naar NL recht
& 7.5 lid 6 IB 5 jaar feitelijke leiding in NL gevestigd
VPB 2 lid 4 VPB oprichting naar NL recht
Divb 1 lid 3 Divb oprichting naar NL recht
Inwoner Art 1 OESO: verdrag is alleen van toepassing op personen die inwoner zijn van 1 of beide staten
Art 4 lid 1 OESO: inwoner =
1. Ingevolge de wetgeving van de staat aan belasting onderworpen
> moet belast zijn voor het wereldinkomen volgt uit de laatste volzin & par 8 en 8.1 van
het commentaar.
>Uit de laatste volzin van paragraaf 8 blijkt ook dat indien men belast is voor het
wereldinkomen door een woonplaats/vestigings fictie men inwoner is.