- Wat is de anatomie van de dunne darm?
- Wat is de histologie van de dunne darm?
- Wat is de fysiologie van de dunne darm?
o Motiliteit van de dunne darm
o Opname van de voedingsstoffen
o Secretie
o Digestie (eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines en mineralen)
- Wat is de anatomie van de colon?
- Wat is de histologie van de colon?
- Wat is de fysiologie van de colon?
o Motiliteit van de colon
o Opname van de voedingsstoffen
o Secretie
o Digestie (eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines en mineralen)
- Verklaar de casus
De meeste vertering en absorptie vindt plaats in de dunne darm. Vertering in de maag is alleen te
voorbereiding. Pancreassap en gal komen in het duodenum. Darmsappen worden gesecreteerd over de gehele
lengte van de darmen door klieren in de wand. Onder fysiologische omstandigheden is de vertering klaar op
het moment dat de maagbrij het colon bereikt. De dunne darm absorbeert ongeveer 95% van het water dat in
het maag-darm kanaal komt. Ongeveer 2/3e van de dunne darm kan verwijderd worden zonder dat dit tot
grote gevolgen heeft.
Intestinale fase van de vertering
Wanneer de maagbrij de dunne darm bereikt vanuit de maag, zorgt dit ervoor dat de hormonen, CCK en
secretine, worden afgegeven aan het bloed vanuit de endocriene cellen in de wand van het duodenum.
Secretine stimuleert de secretie van het alkalische pancreas sap, alkalisch gal en alkalische darmsappen. CCK
stimuleert de secretie van het enzymrijke pancreas sap, contractie van de galblaas en relaxatie van de sfincter
van Oddi. Tegelijk zorgen deze hormonen ervoor dat de maag niet verder geledigd word, zodat de dunne darm
de brij goed kan verwerken voor het volgende portie zich aandient. Ook zorgt deze rem op het ledigen van de
maag ervoor dat de brij in het duodenum niet te zuur van aard word.
De maagbrij stimuleert ook de contractie van gladspierweefsel in de dunne darm, waardoor de brij gemixt
word en voort beweegt richting het ileum.
Anatomie en structuur van de dunne darm
In een volwassene is de dunne darm ongeveer zes meter lang en heeft een diameter van 3,5 centimeter. Het
leidt van de maag naar het colon. Het duodenum vormt ongeveer 25 centimeter en heeft geen mesenterium.
Vervolgens hebben we het jejunum dat ongeveer 40% (=2,5 meter) van de dunne darm vormt. Het
overgebleven distale deel is het ileum. Door de tonus in de darm is het longitudinale gladde spierweefsel altijd
gedeeltelijk gecontracteerd. Wanneer de dood intreedt en de darm volledig ontspant heeft deze een lengte
van ongeveer 7,5 meter.
Duodenum
Het duodenum heeft een essentiële rol in het mixen van verteringssappen met de maagbrij. Het vormt een
boog welke eindigt in een scherpe bocht genaamd de duodeno-jejunal flexure. Het caput van de pancreas ligt
in de bocht van het duodenum, waarmee het ook de bloedvoorziening deelt via de pancreatico-duodenale
arterie. Op ongeveer 2/3e van het descenderende deel van het duodenum vind met twee papillae. De papilla
duodenum major en de papilla duodenum minor.
Het oppervlak van het duodenum is gevouwen. De vouwen heten plicae circularis. De meeste zijn halve maan
vormig en verdwijnen vrijwel niet wanneer de darm uitzet. De mucosa bevat villi.
Er zijn twee typen klieren te onderscheiden in de duodenale mucosa. Aan de basis van de villi bevinden zich
tubuli die tot bijna de muscularis mucosae rijken en heten ook wel darm klieren of, crypten van Lieberkühn. De
submucosa van het duodenum bevat opgerolde (coiled) tubulaire mucus klieren, ook wel klieren van Brunner.
De klieren van Brunner secreteren een alkaline vloeistof die rijk is aan mucus en komen meer voor in het
proximale gedeelte van het duodenum.
Jejunum en ileum
Er zijn geen anatomische verschillen die het jejunum van het ileum onderscheiden. De structuur is vrijwel gelijk
aan dat van het duodenum. Echter, de diameter, de dikte van de wand en het aantal vouwen in de mucosa
- Wat is de histologie van de dunne darm?
- Wat is de fysiologie van de dunne darm?
o Motiliteit van de dunne darm
o Opname van de voedingsstoffen
o Secretie
o Digestie (eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines en mineralen)
- Wat is de anatomie van de colon?
- Wat is de histologie van de colon?
- Wat is de fysiologie van de colon?
o Motiliteit van de colon
o Opname van de voedingsstoffen
o Secretie
o Digestie (eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines en mineralen)
- Verklaar de casus
De meeste vertering en absorptie vindt plaats in de dunne darm. Vertering in de maag is alleen te
voorbereiding. Pancreassap en gal komen in het duodenum. Darmsappen worden gesecreteerd over de gehele
lengte van de darmen door klieren in de wand. Onder fysiologische omstandigheden is de vertering klaar op
het moment dat de maagbrij het colon bereikt. De dunne darm absorbeert ongeveer 95% van het water dat in
het maag-darm kanaal komt. Ongeveer 2/3e van de dunne darm kan verwijderd worden zonder dat dit tot
grote gevolgen heeft.
Intestinale fase van de vertering
Wanneer de maagbrij de dunne darm bereikt vanuit de maag, zorgt dit ervoor dat de hormonen, CCK en
secretine, worden afgegeven aan het bloed vanuit de endocriene cellen in de wand van het duodenum.
Secretine stimuleert de secretie van het alkalische pancreas sap, alkalisch gal en alkalische darmsappen. CCK
stimuleert de secretie van het enzymrijke pancreas sap, contractie van de galblaas en relaxatie van de sfincter
van Oddi. Tegelijk zorgen deze hormonen ervoor dat de maag niet verder geledigd word, zodat de dunne darm
de brij goed kan verwerken voor het volgende portie zich aandient. Ook zorgt deze rem op het ledigen van de
maag ervoor dat de brij in het duodenum niet te zuur van aard word.
De maagbrij stimuleert ook de contractie van gladspierweefsel in de dunne darm, waardoor de brij gemixt
word en voort beweegt richting het ileum.
Anatomie en structuur van de dunne darm
In een volwassene is de dunne darm ongeveer zes meter lang en heeft een diameter van 3,5 centimeter. Het
leidt van de maag naar het colon. Het duodenum vormt ongeveer 25 centimeter en heeft geen mesenterium.
Vervolgens hebben we het jejunum dat ongeveer 40% (=2,5 meter) van de dunne darm vormt. Het
overgebleven distale deel is het ileum. Door de tonus in de darm is het longitudinale gladde spierweefsel altijd
gedeeltelijk gecontracteerd. Wanneer de dood intreedt en de darm volledig ontspant heeft deze een lengte
van ongeveer 7,5 meter.
Duodenum
Het duodenum heeft een essentiële rol in het mixen van verteringssappen met de maagbrij. Het vormt een
boog welke eindigt in een scherpe bocht genaamd de duodeno-jejunal flexure. Het caput van de pancreas ligt
in de bocht van het duodenum, waarmee het ook de bloedvoorziening deelt via de pancreatico-duodenale
arterie. Op ongeveer 2/3e van het descenderende deel van het duodenum vind met twee papillae. De papilla
duodenum major en de papilla duodenum minor.
Het oppervlak van het duodenum is gevouwen. De vouwen heten plicae circularis. De meeste zijn halve maan
vormig en verdwijnen vrijwel niet wanneer de darm uitzet. De mucosa bevat villi.
Er zijn twee typen klieren te onderscheiden in de duodenale mucosa. Aan de basis van de villi bevinden zich
tubuli die tot bijna de muscularis mucosae rijken en heten ook wel darm klieren of, crypten van Lieberkühn. De
submucosa van het duodenum bevat opgerolde (coiled) tubulaire mucus klieren, ook wel klieren van Brunner.
De klieren van Brunner secreteren een alkaline vloeistof die rijk is aan mucus en komen meer voor in het
proximale gedeelte van het duodenum.
Jejunum en ileum
Er zijn geen anatomische verschillen die het jejunum van het ileum onderscheiden. De structuur is vrijwel gelijk
aan dat van het duodenum. Echter, de diameter, de dikte van de wand en het aantal vouwen in de mucosa