1
ZELFSTUDIEOPDRACHT 4: NEURONALE MICRO-OMGEVING: NEUROTRANSMITTERSTOFFEN,
VOCHTEN EN NIET-NEURONALE CELLEN
DEEL 1: Neurotransmissie en Neurotransmittors
DEEL 2: De vloeistoffen in de hersenen
Hoofdstuk 1: Inleiding
Neuronale micro-omgeving: Alles dat rond de individuele neuronen zit kan gezien worden als deel vd
neurale micro-omgeving
Extracellulaire vleistof (ECF)
Capillairen
Gliale cellen
Aangrenzende neuronen
De extracellualaire vloeistof: Voorziet in de hersenen een strikt gereguleerd milieu voor neuronen in het
centrale zenuwstelsel
-> De concentraties van opgeloste stoffen in hersenen ECF (BECF)
schommelt met neurale activiteit
-> MAAR veranderingen in ECF samenstelling kan zenuwcel gedrag
beïnvloeden
-> De hersenen controleert strikt de samenstelling vh BECF op 3 manieren
1. Bloed-hersenbarrière
-> Als bescherming vh BECF tegen schommelingen in bloed
samenstelling
2. Cerebrospinale vloeistof (CSF)
-> Gesynthetiseerd door choroïd plexus epitheel cellen
-> Beïnvloed sterk de samenstelling van het BECF
3. Omliggende gliale cellen
-> Conditioneren de BECF
De hersenen zijn fysiek en metabolisch fragiel
FYSIEK
-> Gemiddelde gewicht vd hersenen bij volwassenen: Man 1400g – Vrouw 1300g
-> Zelfde gewicht als de lever
-> Beschermd tegen mechanische beschadiging door omliggende schedel en CSF
METABOLISCH
o Hoge energie consumptie
-> Hersenen ontvangen in rust
15% vd bloed stroming
20% van de totale O2
50% van totale glucose gebruik
-> De nood vd neuronen om de steile ionengradiënten te behouden, wnt belangrijk voor
excitabliteit
-> Neuronen zetten snel hun actine cytoskelet om
-> Neurogliale cellen behouden de steile transmembranaire ionen gradiënten via de Na-K
pomp
o Te kort aan opgeslagen brandstoffen (glycogeen)
-> Wnnr er onderbreking is van continue bevoorrading van O 2 of glucose zal de energie
opslag snel op geraken en leiden tot verstoring van de ionen gradiënten
ZELFSTUDIEOPDRACHT 4: NEURONALE MICRO-OMGEVING: NEUROTRANSMITTERSTOFFEN,
VOCHTEN EN NIET-NEURONALE CELLEN
DEEL 1: Neurotransmissie en Neurotransmittors
DEEL 2: De vloeistoffen in de hersenen
Hoofdstuk 1: Inleiding
Neuronale micro-omgeving: Alles dat rond de individuele neuronen zit kan gezien worden als deel vd
neurale micro-omgeving
Extracellulaire vleistof (ECF)
Capillairen
Gliale cellen
Aangrenzende neuronen
De extracellualaire vloeistof: Voorziet in de hersenen een strikt gereguleerd milieu voor neuronen in het
centrale zenuwstelsel
-> De concentraties van opgeloste stoffen in hersenen ECF (BECF)
schommelt met neurale activiteit
-> MAAR veranderingen in ECF samenstelling kan zenuwcel gedrag
beïnvloeden
-> De hersenen controleert strikt de samenstelling vh BECF op 3 manieren
1. Bloed-hersenbarrière
-> Als bescherming vh BECF tegen schommelingen in bloed
samenstelling
2. Cerebrospinale vloeistof (CSF)
-> Gesynthetiseerd door choroïd plexus epitheel cellen
-> Beïnvloed sterk de samenstelling van het BECF
3. Omliggende gliale cellen
-> Conditioneren de BECF
De hersenen zijn fysiek en metabolisch fragiel
FYSIEK
-> Gemiddelde gewicht vd hersenen bij volwassenen: Man 1400g – Vrouw 1300g
-> Zelfde gewicht als de lever
-> Beschermd tegen mechanische beschadiging door omliggende schedel en CSF
METABOLISCH
o Hoge energie consumptie
-> Hersenen ontvangen in rust
15% vd bloed stroming
20% van de totale O2
50% van totale glucose gebruik
-> De nood vd neuronen om de steile ionengradiënten te behouden, wnt belangrijk voor
excitabliteit
-> Neuronen zetten snel hun actine cytoskelet om
-> Neurogliale cellen behouden de steile transmembranaire ionen gradiënten via de Na-K
pomp
o Te kort aan opgeslagen brandstoffen (glycogeen)
-> Wnnr er onderbreking is van continue bevoorrading van O 2 of glucose zal de energie
opslag snel op geraken en leiden tot verstoring van de ionen gradiënten