Samenvatting 2022-2023
Dr. Christiaan Boonen
,Inleiding
1. Wijsbegeerte
= niet primair bezig met empirisch onderzoek, vragen die diepere reflectie eisen
= kritische reflectie over concepten, concepten als bouwstenen van het denken
Spel van vraag en antwoord: stelling → filosofische vraag → antwoord → filosofische vraag → antwoord → …
2. Filosofie gewrongen tussen
Bepaalde houding ⇔ bepaalde bedoeling
Filosofie als verwondering Filosofie als kritische theorievorming
filosofie is een weigering om je neer filosofie wilt inzicht creëren,
te leggen bij de common sense, je bent samenhangende theorieën en
open naar verschillende alternatieven scherpe definities formuleren
3. Overzicht van de wijsbegeerte
Theoretische filosofie houd zich bezig met abstracte vragen, praktische filosofie houd zich bezig met alles wat
menselijk is. Metafysica is de ‘oorspronkelijke’ filosofie.
1
, Metafysica ‘Wat maakt iets een aparte entiteit’
‘Indien we elke korrel zand uit de woestijn halen, wanneer is de woestijn dan geen woestijn meer’
Epistemologie ‘Wat betekent het om kennis te hebben’
‘Is zekere kennis mogelijk’
Ethiek ‘Wat is een goede handeling’
‘Zijn morele waarden universeel of cultureel gebonden’
Politieke en ‘Wat is de democratie, waarom is deze zo belangrijk’
sociale ‘Wat is macht’
filosofie
Wat is de ethiek?
1. Ethiek
= de systematische en kritische studie van de moraliteit (onze opvattingen over goed en kwaad)
→ verschillende vragen leiden tot verschillende perspectieven op de moraliteit
2. Soorten ethiek
a. Meta-ethiek
= vragen van hogere orde
b. Descriptieve/beschrijvende ethiek
= subtak van de ethiek dat niet onder het domein van filosofen valt
→ empirisch onderzoek naar de acceptatie of afwijzing van waarden in samenlevingen/gemeenschappen
→ moreel-psychologisch onderzoek naar bv morele beslissingen of de rol van emoties in de moraliteit
Er ontstaat een relatie tussen beschrijvende en normatieve ethiek. Beschrijvende ethiek geeft inzicht in hoe
moraliteit werkt, maar normatieve ethiek moet kritisch blijven (feiten ⇔ waarden → wees kritisch)
c. Normatieve ethiek
= ‘wat zouden we moeten doen?’, we proberen deze vragen te beantwoorden door kritisch na te denken op basis
van meer dan enkel intuïties, emoties of tradities: bv waarom moeten kinderen luisteren naar ouders?
2
, 3. Waarom ethiek?
4. Ethiek als toetssteen
Geeft geen sluitende antwoorden, helpt wel duidelijkheid scheppen in deze situaties!
Voorbeeldvragen: waarom is autonomie belangrijk? Op welke elementen moeten we letten? Is intentie bv
belangrijker dan gevolgen? Heb ik een plicht om goede doelen te steunen?
Moraliteit
1. Immoraliteit
= dat wat moreel verkeerd of verboden is, bv iemand martelen is immoreel
2. A-moraliteit
= dat wat buiten het gebied van de moraliteit ligt en dus weinig met het moreel goede of slechte te maken heeft, bv
of we rechts of links van de weg rijden is een sociale conventie
⇒ gebied verschuift, bv vroeger waren prijzen moreel vastgelegd, nu niet meer
3. David Hume (1711 - 1776)
We kunnen niet van een ‘is’ naar een ‘ought’ gaan, niet van feiten naar waarden
- verwarren van feiten met morele oordelen is naturalistische drogreden
- feiten kunnen wel moreel relevant zijn voor waardeoordelen, maar we moeten morele aannames achter de
feiten verduidelijken
Voorbeeld: minderjarigheid van consumenten (feit) is moreel relevant omdat minderjarigen niet in staat zijn om
ingewikkelde producten te begrijpen en dus autonoom in te stemmen met een contract (norm)
⇒ bepaald argument nodig om van feiten naar norm te gaan
3