Maatschappijwetenschappen
Algemene informatie
Stappenplan antwoord formuleren: ICE
Stap 1: INTRODUCE
⁃ Herhaal de vraag.
⁃ Is er een begrip gegeven in de vraag, leg het begrip dan uit.
⁃ Wordt er om een begrip, kenmerken of functies gevraagd: noem
deze en leg ze uit.
Stap 2: CITE
Wordt er gevraagd naar een citaat of een verwijzing naar de tekst?
Ja, dan:
⁃ Geef een passend citaat bij het gevraagde begrip, de kenmerken
of de functies.
⁃ Doe dit door de eerste en laatste drie woorden van het citaat op
te schrijven en de regelnummers te geven.
Stap 3: EXPLAIN
Wordt er gevraagd je antwoord verder uit te leggen?
Ja, dan:
⁃ Leg je antwoord verder uit door een koppeling te maken tussen
de gevraagde begrippen, kenmerken, functie en de vraag en eventueel
het citaat.
⁃ Je kunt dit doen door zinnen zoals de volgende te gebruiken:- Ik
herken deze functie/dit kernmerken hierin want.- In de tekst lees ik..
dus- Hieruit concludeer ik- Daarom is hier sprake van- Het verband
tussen deze dingen is
, Hoofdconcepten en vraagstukken
Bij maatschappijwetenschappen zijn de 23 kernconcepten verdeeld in
vier categorieën die we hoofdconcepten noemen.
Het vormingsvraagstuk gaat over de vraag hoe mensen aan hun
identiteit en cultuur komen. En hoe identiteit en cultuur medebepalend
hoe je naar de wereld kijkt.
Vorming is een proces dat een mensenleven lang voortduurt. Het
proces waarin mensen worden wie ze zijn, waarin ze een identiteit
ontwikkelen.
Enkele belangrijke vragen die bij het vormingsvraagstuk passen zijn:
⁃ Hoe ontwikkelen mensen een eigen identiteit?
⁃ Wat bepaalt de identiteit van mensen?
⁃ Hoe worden mensen gevormd tot leden van een samenleving?
Het verhoudingsvraagstuk gaat over de verschillen in waardering
tussen mensen in een samenleving.
Enkele belangrijke vragen die passen bij het verhoudingsvraagstuk zijn:
⁃ Hoe worden op alle niveaus schaarse en hooggewaardeerde
zaken verdeeld, door wie en op grond waarvan/?
⁃ Wat zijn de gevolgen van deze verdeling tussen mensen voor de
verhouding op alle niveaus?
⁃ Wat voor rol spelen landen, organisaties en multinationale
bedrijven in de mondiale politiek
Het bindingsvraagstuk gaat over de vraag waarom mensen
verbinding zoeken met elkaar. Mensen hebben elkaar voor alles nodig,
daarom leven mensen bijna altijd in groepen zoals families,
schoolklassen, bedrijven, landen.
Enkele belangrijke vragen die passen bij het bindingsvraagstuk zijn:
⁃ Hoe zijn mensen in een samenleving met elkaar verbonden?
⁃ Wat zorgt voor orde en samenhang in een samenleving?
⁃ Wat zijn mogelijke gevolgen wanneer de sociale cohesie in een
samenleving verandert?
Algemene informatie
Stappenplan antwoord formuleren: ICE
Stap 1: INTRODUCE
⁃ Herhaal de vraag.
⁃ Is er een begrip gegeven in de vraag, leg het begrip dan uit.
⁃ Wordt er om een begrip, kenmerken of functies gevraagd: noem
deze en leg ze uit.
Stap 2: CITE
Wordt er gevraagd naar een citaat of een verwijzing naar de tekst?
Ja, dan:
⁃ Geef een passend citaat bij het gevraagde begrip, de kenmerken
of de functies.
⁃ Doe dit door de eerste en laatste drie woorden van het citaat op
te schrijven en de regelnummers te geven.
Stap 3: EXPLAIN
Wordt er gevraagd je antwoord verder uit te leggen?
Ja, dan:
⁃ Leg je antwoord verder uit door een koppeling te maken tussen
de gevraagde begrippen, kenmerken, functie en de vraag en eventueel
het citaat.
⁃ Je kunt dit doen door zinnen zoals de volgende te gebruiken:- Ik
herken deze functie/dit kernmerken hierin want.- In de tekst lees ik..
dus- Hieruit concludeer ik- Daarom is hier sprake van- Het verband
tussen deze dingen is
, Hoofdconcepten en vraagstukken
Bij maatschappijwetenschappen zijn de 23 kernconcepten verdeeld in
vier categorieën die we hoofdconcepten noemen.
Het vormingsvraagstuk gaat over de vraag hoe mensen aan hun
identiteit en cultuur komen. En hoe identiteit en cultuur medebepalend
hoe je naar de wereld kijkt.
Vorming is een proces dat een mensenleven lang voortduurt. Het
proces waarin mensen worden wie ze zijn, waarin ze een identiteit
ontwikkelen.
Enkele belangrijke vragen die bij het vormingsvraagstuk passen zijn:
⁃ Hoe ontwikkelen mensen een eigen identiteit?
⁃ Wat bepaalt de identiteit van mensen?
⁃ Hoe worden mensen gevormd tot leden van een samenleving?
Het verhoudingsvraagstuk gaat over de verschillen in waardering
tussen mensen in een samenleving.
Enkele belangrijke vragen die passen bij het verhoudingsvraagstuk zijn:
⁃ Hoe worden op alle niveaus schaarse en hooggewaardeerde
zaken verdeeld, door wie en op grond waarvan/?
⁃ Wat zijn de gevolgen van deze verdeling tussen mensen voor de
verhouding op alle niveaus?
⁃ Wat voor rol spelen landen, organisaties en multinationale
bedrijven in de mondiale politiek
Het bindingsvraagstuk gaat over de vraag waarom mensen
verbinding zoeken met elkaar. Mensen hebben elkaar voor alles nodig,
daarom leven mensen bijna altijd in groepen zoals families,
schoolklassen, bedrijven, landen.
Enkele belangrijke vragen die passen bij het bindingsvraagstuk zijn:
⁃ Hoe zijn mensen in een samenleving met elkaar verbonden?
⁃ Wat zorgt voor orde en samenhang in een samenleving?
⁃ Wat zijn mogelijke gevolgen wanneer de sociale cohesie in een
samenleving verandert?