Examenvragen + uitwerkingen theorie 2022
, 1. Geef de registratieprincipes en leg uit.
- Verantwoordingsstukken: alle verrichtingen die worden opgenomen in de
boekhouding moeten voortkomen van een extern of een intern
verantwoordingsstuk zoals een factuur of een rekeninguittreksel. Bij nazicht
en controle van de boekhouding kan steeds beroep worden gedaan op deze
documenten om de juistheid van de boekhouding te verifiëren. In de
moderne ondernemingen wordt echter meer en meer gezondigd tegen dit
principe. Vaak wisselen computersystemen onderling gegevens uit, zonder
dat deze nog worden afgedrukt. Hierdoor verdwijnt meer en meer het
“papieren spoor”. De aanwezigheid van verantwoordingsstukken is ook op
juridisch gebied zeer belangrijk.
- Volledigheid: alle verrichtingen moeten opgenomen worden in de
boekhouding. Dit betekent zowel rechten als plichten en zowel tegoeden als
schudlen.
- Verbod tot compensatie: in geen geval mag er binnen de boekhouding een
compensatie gebeuren van schulden en vorderingen of van kosten en
opbrengsten. Wanneer een klant ook leverancier is van de onderneming,
moeten de vorderingen en de schulden apart genoteerd worden. Bij een
eventuele faling zal immers de schuld moeten betaald worden, maar zal de
vordering bij de andere vorderingen gevoegd worden.
- Realisatieprincipe: verrichtingen mogen enkel in de boekhouding worden
opgenomen wanneer documenten aantonen dat de verrichting heeft
plaatsgevonden of dat ze zeker zal plaatsvinden. Toekomstige en onzekere
elementen mogen niet in de boekhouding worden opgenomen. Door het
realisatieprincipe kan een tijdsverschil ontstaan tussen het moment van
ontvangst van de betaling en het moment van de opbrengst. Zo zal in de
boekhouding de verkoopfactuur geboekt worden op het ogenblik dat zij
wordt opgesteld. Dit betekent dat op dat ogenblik de opbrengst wordt
opgenomen in het resultaat. Toch heeft de onderneming geen enkele
zekerheid wanneer de klant zal betalen en wanneer er dus een ontvangst zal
plaatsvinden. Anderzijds kan het ook gebeuren dat de klant voorschotten
betaalt, waardoor er wel reeds ontvangsten worden geboekt, maar nog
geen opbrengsten.
- Het periode-toerekeningsprincipe (matchingprincipe): omdat in een
jaarrekening ook steeds een resultaat wordt vermeld, is het belangrijk dat
dit resultaat op de juiste wijze werd berekend. Dit betekent dat de kosten
en de opbrengsten die met elkaar samenhangen in dezelfde periode worden
geboekt. Zowel voor kosten als opbrengsten geldt dat de boeking moet