Hoofdstuk 2: De bank binnen het financiële landschap
1. De rol van de banken in de economie
Basisactiviteiten
De wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht van de kredietinstellingen geeft een
definitie van het begrip kredietinstelling. We merken hierbij op dat het begrip kredietinstelling zowel
de banken als spaarbanken inhoudt.
Onder kredietinstelling (KI) verstaan we een Belgisch of buitenlandse onderneming, waarvan de
werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito’s
(zichtrekeningen, spaarrekeningen, ..) of van andere terugbetaalbare gelden (kasbons …) en het
verlenen van kredieten voor eigen rekening.
Branchevervaging geïnstitutionaliseerd : bank, spaarkas, Openbare Krediet Instelling (OKI), allemaal
één reglementering.
Traditioneel vervult het bankwezen in een economie drie kernfuncties:
Intermediatiefunctie
= Personen met en zonder geld samenbrengen
Ondernemingen hebben geld nodig, potentiële kredietverstrekkers, alias de beleggers zijn
daarvan heel wat minder goed op de hoogte. De bank vervult hierbij een rol van
kredietbemiddelaar. Zij heeft een comparatief voordeel omdat ze gespecialiseerd is, maar
vooral omdat ze over meer informatie beschikt.
De banken kennen de markt van de vragende partij naar geld en zij kunnen de markt van de
aanbiedende partij lokken met interessante voorwaarden.
Daarbij dragen de banken het debiteurenrisico. Dat is het risico dat de ontlener het geleende
geld niet meer kan terugbetalen.
Banken vervullen ook de rol van geldschepper. Zij weten uit ervaring dat niet alle klanten
hun geld tegelijkertijd komen opvragen. Daardoor kunnen zij een groot deel van de
deposito’s die zij van de klanten ontvangen weer verder uitlenen. Zo komt eer meer geld in
omloop. Daarbij loopt de bank natuurlijk wel het liquiditeitsrisico.
Liqiduiteitsrisico = elke bank moet in staat zijn de ingezamelde deposito’s terug te betalen.
Banken worden hierop gecontroleerd. Zij moeten ervoor zorgen dat zij niet voor plotse
tekorten komt te staan, zodat ze zelf anders geld moeten lenen.
Hoofdstuk 2, De bank binnen het financiële landschap - Victor Bulcke
1. De rol van de banken in de economie
Basisactiviteiten
De wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht van de kredietinstellingen geeft een
definitie van het begrip kredietinstelling. We merken hierbij op dat het begrip kredietinstelling zowel
de banken als spaarbanken inhoudt.
Onder kredietinstelling (KI) verstaan we een Belgisch of buitenlandse onderneming, waarvan de
werkzaamheden bestaan in het van het publiek in ontvangst nemen van gelddeposito’s
(zichtrekeningen, spaarrekeningen, ..) of van andere terugbetaalbare gelden (kasbons …) en het
verlenen van kredieten voor eigen rekening.
Branchevervaging geïnstitutionaliseerd : bank, spaarkas, Openbare Krediet Instelling (OKI), allemaal
één reglementering.
Traditioneel vervult het bankwezen in een economie drie kernfuncties:
Intermediatiefunctie
= Personen met en zonder geld samenbrengen
Ondernemingen hebben geld nodig, potentiële kredietverstrekkers, alias de beleggers zijn
daarvan heel wat minder goed op de hoogte. De bank vervult hierbij een rol van
kredietbemiddelaar. Zij heeft een comparatief voordeel omdat ze gespecialiseerd is, maar
vooral omdat ze over meer informatie beschikt.
De banken kennen de markt van de vragende partij naar geld en zij kunnen de markt van de
aanbiedende partij lokken met interessante voorwaarden.
Daarbij dragen de banken het debiteurenrisico. Dat is het risico dat de ontlener het geleende
geld niet meer kan terugbetalen.
Banken vervullen ook de rol van geldschepper. Zij weten uit ervaring dat niet alle klanten
hun geld tegelijkertijd komen opvragen. Daardoor kunnen zij een groot deel van de
deposito’s die zij van de klanten ontvangen weer verder uitlenen. Zo komt eer meer geld in
omloop. Daarbij loopt de bank natuurlijk wel het liquiditeitsrisico.
Liqiduiteitsrisico = elke bank moet in staat zijn de ingezamelde deposito’s terug te betalen.
Banken worden hierop gecontroleerd. Zij moeten ervoor zorgen dat zij niet voor plotse
tekorten komt te staan, zodat ze zelf anders geld moeten lenen.
Hoofdstuk 2, De bank binnen het financiële landschap - Victor Bulcke