HC7 IPW
Hechting is als dorst -> is dorst erfelijk?
- Alle mensen hebben vocht nodig, iedereen aanleg voor dorst (ongeacht
omgeving), omgeving bepaald hoeveel drinken er is.
- Alle mensen hebben hechting, iedereen aanleg voor hechtingsgedrag, ongeacht
omgeving, omgeving bepaald hoeveel mogelijkheid tot hechting er is.
Dit HC: Ontstaansgeschiedenis van structuur pedagogische instellingen:
speciaal onderwijs + pedagogische wetenschappen. Oorzaken gedrags- en
leerproblemen: neurasthenie/zenuwzwakte.
Rest van blok: welke werkvelden zijn er binnen de pedagogiek, wat kan je
ermee, hoe heeft het zich ontwikkeld?
Start ontwikkeling speciaal onderwijs vanaf 18e eeuw: verlichting.
Nadruk op rede/ratio
+ Onderwijs voorwaarde volwaardige deelname aan maatschappij: beroep
aanleren.
- 1779 eerste hoogleraar pedagogiek in Duitsland (Von Trapp)
- Vanaf 1790/1808 speciale scholen voor doven en blinden
(kleinschalig/particulier)
- Wilde van Aveyron: wolfskind in 1800 gevangen, Jean M. Itard voedt hem op
1801, doet kleine experimenten die hij uitvoerig beschrijft.
Opvoeding beschaafd mens niet geslaagd.
Leidde tot wetenschappelijke interesse in afwijkende kinderen:
Opvoeding en onderwijs nodig?
Doofstom reden gebrekkige ontwikkeling?
Verstandelijk beperkt of juist normaal begaafd?
Idee van gevoelige perioden.
Kinderen als kleine volwassenen:
- Verstandelijke beperking: gewone school of geen onderwijs.
- Verstandelijke beperking + ernstige gedragsproblemen: geneeskundig gesticht,
samen met volwassenen.
- Particuliere initiatieven geestelijken en onderwijzers -> eigen lesmethodes,
eigen ideeën.
1838: eerste speciale school in NL door Kingsma:
- Aandacht voor individuele verschillen.
- Erkenning ‘het kind’.
- Voor alle kinderen die ‘falen’ in regulier onderwijs.
- Eigen lesmateriaal
1855: Idiotenschool opgericht door Van Koetsveld:
,- Idee van opvoedbaarheid.
- Individueel en groepsonderwijs, werkplaats om beroep te leren.
- Doel: maximale zelfstandigheid
1887: oproep minister: gestichten onderwijs verzorgen voor kinderen (door
particulieren).
Idiotisme (Van Koetsveld): 4 soorten idioten (idios = op zichzelf staand):
1. Cretinisme/dwerggroei:
Gebrek aan jodium -> problemen schildklier: hersenen niet goed
ontwikkelen en klein.
2. Eenvoudige achterlijkheid:
Vertraagde ontwikkeling (nu lvb).
3. Eigenlijke idiotie:
Stoornis in centrale zenuwstelsel, connectie tussen hersenen en lichaam
verminderd.
4. Idiotisme van de overprikkeling:
Leeft compleet in eigen wereld, heftigste groep (zvb).
Vroege vorm van differentiatie.
Verstandelijk gehandicapten (Binet & Simon 1905):
- IQ <20: idioten.
- IQ 20-35: lage imbecielen.
- IQ 35-55: hoge imbecielen.
- IQ 70-90: zwakbegaafden.
2e helft 19e eeuw: ontstaan empirische kinderpsychologie observeren en
registreren.
- Samenhang met grotere gevoeligheid voor kinderen oa verbod kinderarbeid,
leerplicht, kinderwetten etc. Dus meer aandacht voor individuele verschillen.
- Sociale wetenschappen/filosofie aandacht voor:
Irrationaliteit (zwakzinnige kinderen etc).
Leerprocessen (opleidingen, gevolg van industriële revolutie,
complexere maatschappij)
Institutionalisering van zorg:
- 1901: invoering leerplicht problemen zichtbaar, niet iedereen kan
meekomen in regulier onderwijs.
- Na 1900 sterke groei scholen voor zwakzinnigen: nog steeds particuliere
initiatieven.
angst dat achterlijke kinderen worden gediscrimineerd segregatie
naar aparte scholen in NL.
Andere abnormale kinderen nog in regulier onderwijs: kind wordt nog
stompzinniger dan tevoren.
, Ontheffing leerplicht als regulier onderwijs niet gaat.
- 1920: nieuwe onderwijswet: Buitengewoon Lager Onderwijs (BLO):
Aparte inspecteur BLO (institutionalisering zorg).
Erkenning van sommige scholen als BLO-scholen, formalisering.
Niet alle typen scholen erkend niet genoeg subsidie.
Tekort BLO-scholen:
Veel doubleren.
Veel kinderen met leer- en gedragsproblemen zitten thuis.
- 1930: 30.00 10-14-jarigen verlaten school vroegtijdig.
Philip A. Kohnstsamm (natuurkundige en filosoof):
- 1919 hoogleraar pedagogiek aan UvA (Acte MO).
Gelijke kansen, het beste uit elke leerling halen.
Gepersonaliseerd onderwijs.
Begin 20e eeuw:
- Pedagogiek verzuild (normatief, ethisch, filosofisch).
- Pedagogiek raakt gevestigd aan alle universiteiten weinig empirisch.
Differentiatie en segregatie:
- Na WOII: toenemende differentiatie speciaal onderwijs en segregatie.
Differentiatie: 14 schooltypes in 1949, 17 schooltypes in 1967.
Segregatie: 75% zwakzinnigen in speciaal onderwijs (1954).
1935: 1.03% alle leerlingen in speciaal onderwijs, 1964: 4.16%.
- Angst voor degeneratie bevolking en onaangepaste kinderen.
25%-48% niet geschikt voor regulier onderwijs?
Wetenschap (differentiatie & segregatie)
- Na WOII:
1950: eerste hoogleraar speciale pedagogiek (Van Houtte).
Pedagogiek steeds neutraler.
- Vanaf jaren 60: empirische focus steeds sterker.
- Toenemende specialisatie en afnemende samenhang:
Steeds meer afzonderlijke onderzoeksprogramma’s.
Weinig uitwisseling tussen specialisaties.
LOM-scholen:
- 1949: LOM-scholen worden ingesteld door overheid:
LOM = Leer- en OpvoedingsMoeilijkheden.
Hechting is als dorst -> is dorst erfelijk?
- Alle mensen hebben vocht nodig, iedereen aanleg voor dorst (ongeacht
omgeving), omgeving bepaald hoeveel drinken er is.
- Alle mensen hebben hechting, iedereen aanleg voor hechtingsgedrag, ongeacht
omgeving, omgeving bepaald hoeveel mogelijkheid tot hechting er is.
Dit HC: Ontstaansgeschiedenis van structuur pedagogische instellingen:
speciaal onderwijs + pedagogische wetenschappen. Oorzaken gedrags- en
leerproblemen: neurasthenie/zenuwzwakte.
Rest van blok: welke werkvelden zijn er binnen de pedagogiek, wat kan je
ermee, hoe heeft het zich ontwikkeld?
Start ontwikkeling speciaal onderwijs vanaf 18e eeuw: verlichting.
Nadruk op rede/ratio
+ Onderwijs voorwaarde volwaardige deelname aan maatschappij: beroep
aanleren.
- 1779 eerste hoogleraar pedagogiek in Duitsland (Von Trapp)
- Vanaf 1790/1808 speciale scholen voor doven en blinden
(kleinschalig/particulier)
- Wilde van Aveyron: wolfskind in 1800 gevangen, Jean M. Itard voedt hem op
1801, doet kleine experimenten die hij uitvoerig beschrijft.
Opvoeding beschaafd mens niet geslaagd.
Leidde tot wetenschappelijke interesse in afwijkende kinderen:
Opvoeding en onderwijs nodig?
Doofstom reden gebrekkige ontwikkeling?
Verstandelijk beperkt of juist normaal begaafd?
Idee van gevoelige perioden.
Kinderen als kleine volwassenen:
- Verstandelijke beperking: gewone school of geen onderwijs.
- Verstandelijke beperking + ernstige gedragsproblemen: geneeskundig gesticht,
samen met volwassenen.
- Particuliere initiatieven geestelijken en onderwijzers -> eigen lesmethodes,
eigen ideeën.
1838: eerste speciale school in NL door Kingsma:
- Aandacht voor individuele verschillen.
- Erkenning ‘het kind’.
- Voor alle kinderen die ‘falen’ in regulier onderwijs.
- Eigen lesmateriaal
1855: Idiotenschool opgericht door Van Koetsveld:
,- Idee van opvoedbaarheid.
- Individueel en groepsonderwijs, werkplaats om beroep te leren.
- Doel: maximale zelfstandigheid
1887: oproep minister: gestichten onderwijs verzorgen voor kinderen (door
particulieren).
Idiotisme (Van Koetsveld): 4 soorten idioten (idios = op zichzelf staand):
1. Cretinisme/dwerggroei:
Gebrek aan jodium -> problemen schildklier: hersenen niet goed
ontwikkelen en klein.
2. Eenvoudige achterlijkheid:
Vertraagde ontwikkeling (nu lvb).
3. Eigenlijke idiotie:
Stoornis in centrale zenuwstelsel, connectie tussen hersenen en lichaam
verminderd.
4. Idiotisme van de overprikkeling:
Leeft compleet in eigen wereld, heftigste groep (zvb).
Vroege vorm van differentiatie.
Verstandelijk gehandicapten (Binet & Simon 1905):
- IQ <20: idioten.
- IQ 20-35: lage imbecielen.
- IQ 35-55: hoge imbecielen.
- IQ 70-90: zwakbegaafden.
2e helft 19e eeuw: ontstaan empirische kinderpsychologie observeren en
registreren.
- Samenhang met grotere gevoeligheid voor kinderen oa verbod kinderarbeid,
leerplicht, kinderwetten etc. Dus meer aandacht voor individuele verschillen.
- Sociale wetenschappen/filosofie aandacht voor:
Irrationaliteit (zwakzinnige kinderen etc).
Leerprocessen (opleidingen, gevolg van industriële revolutie,
complexere maatschappij)
Institutionalisering van zorg:
- 1901: invoering leerplicht problemen zichtbaar, niet iedereen kan
meekomen in regulier onderwijs.
- Na 1900 sterke groei scholen voor zwakzinnigen: nog steeds particuliere
initiatieven.
angst dat achterlijke kinderen worden gediscrimineerd segregatie
naar aparte scholen in NL.
Andere abnormale kinderen nog in regulier onderwijs: kind wordt nog
stompzinniger dan tevoren.
, Ontheffing leerplicht als regulier onderwijs niet gaat.
- 1920: nieuwe onderwijswet: Buitengewoon Lager Onderwijs (BLO):
Aparte inspecteur BLO (institutionalisering zorg).
Erkenning van sommige scholen als BLO-scholen, formalisering.
Niet alle typen scholen erkend niet genoeg subsidie.
Tekort BLO-scholen:
Veel doubleren.
Veel kinderen met leer- en gedragsproblemen zitten thuis.
- 1930: 30.00 10-14-jarigen verlaten school vroegtijdig.
Philip A. Kohnstsamm (natuurkundige en filosoof):
- 1919 hoogleraar pedagogiek aan UvA (Acte MO).
Gelijke kansen, het beste uit elke leerling halen.
Gepersonaliseerd onderwijs.
Begin 20e eeuw:
- Pedagogiek verzuild (normatief, ethisch, filosofisch).
- Pedagogiek raakt gevestigd aan alle universiteiten weinig empirisch.
Differentiatie en segregatie:
- Na WOII: toenemende differentiatie speciaal onderwijs en segregatie.
Differentiatie: 14 schooltypes in 1949, 17 schooltypes in 1967.
Segregatie: 75% zwakzinnigen in speciaal onderwijs (1954).
1935: 1.03% alle leerlingen in speciaal onderwijs, 1964: 4.16%.
- Angst voor degeneratie bevolking en onaangepaste kinderen.
25%-48% niet geschikt voor regulier onderwijs?
Wetenschap (differentiatie & segregatie)
- Na WOII:
1950: eerste hoogleraar speciale pedagogiek (Van Houtte).
Pedagogiek steeds neutraler.
- Vanaf jaren 60: empirische focus steeds sterker.
- Toenemende specialisatie en afnemende samenhang:
Steeds meer afzonderlijke onderzoeksprogramma’s.
Weinig uitwisseling tussen specialisaties.
LOM-scholen:
- 1949: LOM-scholen worden ingesteld door overheid:
LOM = Leer- en OpvoedingsMoeilijkheden.