De determinanten van het technologisch proces
Het level van O&O uitgaven hangt af van:
1. De vruchtbaarheid en rendabiliteit van het onderzoek:
Leiden mijn onderzoek en ontwikkeling echt tot iets nieuw dat wordt
gekocht door
de markt?
O&O leidt tot nieuwe producten die worden gekocht door de markt.
De interactie
tussen verkennend onderzoek (onderzoek naar algemene principes
en resultaten) en
toegepast onderzoek (resultaten toepassen op specifieke situaties).
Elke lidstaat van de EU moet er naar streven om 3% van zijn bbp te
besteden aan
O&O. Dit is een zeer misleidende maatstaf, want het is een
inputmaatstaf. Maar het
is niet omdat ik veel input heb, dat ik een interessante output heb.
We moeten dus
kijken of dit tot een vruchtbaar onderzoek leidt.
Welk bedrijf heeft de afgelopen 25 jaar het meest uitgegeven aan
onderzoek en
ontwikkeling? General motors.
Onderzoek leert zelfs dat bedrijven die minder uitgeven, vaak
innovatiever zijn. Ze
zijn spaarzamer en gerichter. Dit is hetzelfde als zeggen dat de
overheid goed bezig is
als de uitgaven een hoog percentage van het bbp bedragen. Ook
hier moeten de
uitgaven zo laag mogelijk zijn. Je moet input naast output leggen.
2. De toe-eigeningsmogelijkheden van de O&O resultaten:
Kan het bedrijf de voordelen van zijn nieuw product naar zich toe
eigenen/
beschermen? Kan een bedrijf hiervoor een patent of intellectuele
bescherming
aanvragen? In welke mate kan ik gebruik maken van iets dat nieuw
is geworden?
Dit is een sterk discussiepunt voor de overheid. Producten
beschermen zorgt vaak
voor meer innovatie (enkel dan gaan mensen investeren), maar
wanneer deze
minder beschermd worden, kunnen ook anderen er gebruik van
maken. Dit is een
balans: wat is het beste? Er kunnen teveel eigenaars en te weinig
eigenaars zijn.
Overbescherming heeft zijn nadelen.