1. Wanneer komt een overeenkomst tot stand?
2. Is een overeenkomst die is aangegaan door iemand met een geestelijk stoornis geldig?
3. Is een overeenkomst door een minderjarige geldig?
4. Is een overeenkomst onder curatele geldig?
1. Artikel 6:217 BW stelt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de
aanvaarding daarvan. Art. 6:213 stelt dat een overeenkomst een meerzijdige rechtshandeling is,
waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan. Er zijn
verschillende soorten overeenkomsten, waarvan de obligatoire overeenkomst de meest
voorkomende is. Daarbij gaat het om een of meerdere partijen die een verplichting aangaan. Er
ontstaan dan schuldenaars (de aanbieder) en schuldeisers (de kopers). Verder bestaan ook
familierechtelijke overeenkomsten en bewijsovereenkomsten. Het begrip aanbod kan worden
omschreven als de wilsverklaring waarin een voorstel tot het sluiten van een overeenkomst is
vervat. Er moet bij zo'n aanbod duidelijkheid worden geschept over de belangrijkste
verplichtingen. Gebeurt dat niet, dan spreek je van een uitnodiging tot het doen van een
aanbod. Bijkomstige rechten en plichten bij een overeenkomst vloeien voort uit de wet, de
gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid. Andere vormen van het sluiten van een
overeenkomst kunnen zijn overeenkomsten gesloten door derden bijvoorbeeld. Het aanvaarden
van een overeenkomst komt door een eenzijdige wilsverklaring tot stand, er wordt een
rechtsgevolg in het leven geroepen. In een aantal gevallen verliest het aanbod zijn kracht. Dat
gebeurt bijvoorbeeld als het aanbod wordt verworpen door degene tot wie het is gericht (art.
6:221 lid 2), door tijdsverloop (voor een mondeling aanbod vervalt deze als het aanbod niet
direct wordt aanvaard, voor een schriftelijk aanbod zonder gesteld termijn geldt het aanbod
totdat de wederpartij genoeg tijd heeft gehad om tot een antwoord te komen (art. 6:221 lid 1))
of doordat de aanbieder zijn aanbod herroept (art. 6:219 lid 1). De aanbieder kan zijn aanbod
herroepen voordat de ander het aanbod heeft aanvaard, of een mededeling van aanvaarding
heeft verzonden (art. 6:219 lid 2).
Daarnaast bestaan ook nog twee afwijkende vormen van het aanbod: het vrijblijvend en het
onherroepelijk aanbod. Het onherroepelijk aanbod kan ontstaan doordat partijen via
contractuele weg een onherroepelijk aanbod scheppen, of wanneer uit het aanbod zelf vloeit
dat het gedurende bepaalde tijd niet kan worden herroepen. Het vrijblijvende aanbod kan ook
na het aanvaarden worden herroepen, maar dit moet wel binnen een korte tijd gebeuren,
volgens art. 6:219 lid 2.
Een overeenkomst komt tot stand op het moment dat de verklaring van aanvaarding de
aanbieder heeft bereikt, de ontvangsttheorie.
De obligatoire overeenkomst is een rechtshandeling. Een rechtshandeling bestaat uit de wil en
de verklaring (art. 3:33). De wilsleer brengt mee dat van contractuele gebondenheid alleen
sprake kan zijn indien en voor zover aan de verklaring ten grondslag ligt een daarmee
corresponderend, volwaardig wilsbesluit. De verklaringsleer houdt in dat men gebonden is aan
hetgeen men verklaart. De dubbele grondslag van de rechtshandeling, als bedoeld in art. 3:35,
beschermt het rechtsverkeer tegen onzekerheid. Die dubbele grondslag houdt namelijk in dat
2. Is een overeenkomst die is aangegaan door iemand met een geestelijk stoornis geldig?
3. Is een overeenkomst door een minderjarige geldig?
4. Is een overeenkomst onder curatele geldig?
1. Artikel 6:217 BW stelt dat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de
aanvaarding daarvan. Art. 6:213 stelt dat een overeenkomst een meerzijdige rechtshandeling is,
waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan. Er zijn
verschillende soorten overeenkomsten, waarvan de obligatoire overeenkomst de meest
voorkomende is. Daarbij gaat het om een of meerdere partijen die een verplichting aangaan. Er
ontstaan dan schuldenaars (de aanbieder) en schuldeisers (de kopers). Verder bestaan ook
familierechtelijke overeenkomsten en bewijsovereenkomsten. Het begrip aanbod kan worden
omschreven als de wilsverklaring waarin een voorstel tot het sluiten van een overeenkomst is
vervat. Er moet bij zo'n aanbod duidelijkheid worden geschept over de belangrijkste
verplichtingen. Gebeurt dat niet, dan spreek je van een uitnodiging tot het doen van een
aanbod. Bijkomstige rechten en plichten bij een overeenkomst vloeien voort uit de wet, de
gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid. Andere vormen van het sluiten van een
overeenkomst kunnen zijn overeenkomsten gesloten door derden bijvoorbeeld. Het aanvaarden
van een overeenkomst komt door een eenzijdige wilsverklaring tot stand, er wordt een
rechtsgevolg in het leven geroepen. In een aantal gevallen verliest het aanbod zijn kracht. Dat
gebeurt bijvoorbeeld als het aanbod wordt verworpen door degene tot wie het is gericht (art.
6:221 lid 2), door tijdsverloop (voor een mondeling aanbod vervalt deze als het aanbod niet
direct wordt aanvaard, voor een schriftelijk aanbod zonder gesteld termijn geldt het aanbod
totdat de wederpartij genoeg tijd heeft gehad om tot een antwoord te komen (art. 6:221 lid 1))
of doordat de aanbieder zijn aanbod herroept (art. 6:219 lid 1). De aanbieder kan zijn aanbod
herroepen voordat de ander het aanbod heeft aanvaard, of een mededeling van aanvaarding
heeft verzonden (art. 6:219 lid 2).
Daarnaast bestaan ook nog twee afwijkende vormen van het aanbod: het vrijblijvend en het
onherroepelijk aanbod. Het onherroepelijk aanbod kan ontstaan doordat partijen via
contractuele weg een onherroepelijk aanbod scheppen, of wanneer uit het aanbod zelf vloeit
dat het gedurende bepaalde tijd niet kan worden herroepen. Het vrijblijvende aanbod kan ook
na het aanvaarden worden herroepen, maar dit moet wel binnen een korte tijd gebeuren,
volgens art. 6:219 lid 2.
Een overeenkomst komt tot stand op het moment dat de verklaring van aanvaarding de
aanbieder heeft bereikt, de ontvangsttheorie.
De obligatoire overeenkomst is een rechtshandeling. Een rechtshandeling bestaat uit de wil en
de verklaring (art. 3:33). De wilsleer brengt mee dat van contractuele gebondenheid alleen
sprake kan zijn indien en voor zover aan de verklaring ten grondslag ligt een daarmee
corresponderend, volwaardig wilsbesluit. De verklaringsleer houdt in dat men gebonden is aan
hetgeen men verklaart. De dubbele grondslag van de rechtshandeling, als bedoeld in art. 3:35,
beschermt het rechtsverkeer tegen onzekerheid. Die dubbele grondslag houdt namelijk in dat