De Gouden eeuw in de Noordelijke Nederlanden
1. Inleiding
Politieke context
- Gouden eeuw is voor de Noordelijke Nederlanden in de 17e eeuw
- Noordelijke gewesten
- Verenigd in de unie van Utrecht
- Tekenen de acte van Verlatinghe in 1581
o Verklaren zich onafhankelijk van het gezag van koning Philips II
- Republiek van de zeven Verenigde Nederlanden wordt uitgeroepen in 1581
o = Noordelijke Nederlanden
- Uitvoerende macht in het Habsburgse rijk bij de stadhouder als plaatsvervanger van de koning
o Staten gingen de stadhouder benoemen
o Prins van Oranje werd benoemd
- Tot aan de vrede van Munster in 1648 bevonden de provincies zich in een voortdurende strijd
met de Spaanse heersers
o Zij hadden toen in de zuidelijke provincies de macht hebben
o Dus: het is niet omdat ze zich onafhankelijk verklaarde dat de Zuidelijke Nederlanden
ermee akkoord gingen
§ Voortdurende strijd
- Er kwam een relatieve rust tijdens het twaalfjarig bestand (1609-1621)
o Onder bewind van Albrecht en Isabella
- In de Noordelijke provincies werd het protestantisme de officiële godsdienst.
- De reformatie was al ingezet in de vroege 16e eeuw door Maarten Luther
o Hij verzette zich tegen het machtsmisbruik binnen de Rooms-katholieke kerk
- Johannes Calvijn (volgeling van Maarten Luther) zette een tweede golf in van de reformatie
o Vandaag wordt het Calvinisme gelijkgesteld aan het protestantisme
Economische en culturele voorspoed
- Er is een migratiestroom vanuit de Zuidelijke Nederlanden naar het Noorden
o Sterk impuls voor de economische en culturele bloei in de Noordelijke provincies
o Veel van de migranten waren kapitaal ondernemend
- In de decennia na de val van Antwerpen (1585) groeide de economische macht
o Amsterdam neemt dan een groot deel over van de haven
- Noordelijke Nederlanden gedurende de 17e eeuw
o Grote maritieme mogendheid
- Verenigde Oost-Indische Compagnie wordt opgericht in 1602
o Voor handel met Aziatische regio
o Grootste handelsbedrijf ter wereld (toen)
o Hadden zich echt op de wereldeconomie gericht
Gezicht op het IJ met ’s Lands Zeemagazijn te Amsterdam
- Architect: Stalpaert
- Schilderij van Reinier Nooms (1664)
- We zien in de verte een Hollands Classicistische architectuur
o Monumentaal
o Weinig decoratie
219
, 2. Kerkelijke architectuur in de Noordelijke Nederlanden
Het is een godsdienstige ontwikkeling van protestantisme
Wat gebeurt er met het bestaand kerkelijk patrimonium?
- Want de protestanten hebben andere eisen aan een kerk dan de Rooms-Katholieken
- Alle bestaande kerken werden vanaf de 17e eeuw aangepast/gereformeerd
o Men heeft zoveel mogelijk decoratie uit de kerken gehaald (= kerken worden
uitgekleed)
§ Heilige beelden waren niet toegestaan in de Protestantse kerken
o Men mocht niet afgeleid worden
- Geen eucharistieviering
o Altaar verdwijnt omdat het geen functie meer heeft
o Traditionele tweedeling van een kerk in koor en schip dus ook niet meer nodig
- Verkondiging van het woord centraal
- Langschepige Gotische kerken met hun door zuilen onderbroken zijbeuken voldeden niet
- Preekstoel moest van overal zichtbaar zijn en de priester moest van overal hoorbaar zijn
- Kunstenaars zullen via hun schilderijen ons een beeld geven van de architectuur
o Bv. Rembrandt, Hals en Vermeer brengen de kunst tot ongeëvenaarde bloei
Alkmaar, interieur van de Sint-Laurenskerk, 1665
- Schilderij van Pieter Saenredam
o Heeft veel kerkelijke interieurs van de 17e eeuw geschilderd
- Het enige dat omhoog hangt zijn de wapenborden
o Ruitvormige schilderijen met een wapenschild
§ Wordt vaak aangebracht wanneer iemand
overleden is en in de kerk wordt begraven
• Families kregen een wapenschild in zo een
schilderij = hobbyt
- Protestantse dienst stond in het teken van de verkondiging van het woord
o Geen eucharistie
o Daarom waren altaren niet meer van belang
o Hebben wel een kansel/preekstoel
- Scheiding tussen koor met altaar en het schip van de kerk is niet meer van toepassing
o We willen vooral dat het woord wordt verkondigd en goed hoorbaar is
§ Daarom gaan we houten kansels plaatsen
§ Ook herenbanken
• = houten banken die gereserveerd worden voor de belangrijke
hoogwaardigheidsbekleding in de kerk
220