• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 61 pages
Summary

samenvatting ziekteleer deel Van Wijngaerden Eric

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 61 pages

samenvatting van de powerpoint en de lessen van Van Wijngaerden Eric tijdens de lessen ziekteleer in de eerste master biomedische wetenschappen minor forensisch onderzoek. Het is het vervolg op de lessen van ontstaansmechanismen van ziekte uit de derde bachelor.

Content preview

Lessen EWV


Infectieziekten

1. Pathofysiologie en algemene aspecten

Infectieziekten: een waarneembare toestand van schade of verandering in de normale
fysiologie van de gastheer die gepaard gaat met een ontstekingsreactie (inflammatie),
veroorzaakt door besmetting met een (micro-) organisme.

• Besmetting gaat infectie vooraf maar leidt niet noodzakelijk tot infectie, kan tot
kolonisatie leiden.
• Kolonisatie of dragerschap: micro-organismen handhaven en vermenigvuldigen zich
op of in de gastheer, echter zonder inflammatie en zonder schade te veroorzaken.

Micro-organismen:
• Virussen
• Bacteriën
• Schimmels
• Eencellige parasieten
• Meercellige parasieten
– Wormen
– Geleedpotigen

Specifiek aan infectieziekten à third agent -> pathogeen met gastheer interactie
Commensaal micro organisme -> in concurentie met pathogeen -> proberen zoveel
mogelijk opp te bezetten. Door te bezetten gaan ze in concurentie. Door antibiotica te
gebruiken kunnen ze weggaan en kan het pathogeen daar gebruik van maken. Therapie
zo weinig mogelijk met de mens intrageren en zo veel mogelijk met het pathogeen

,Microbiële virulentie:
• Adherentie (receptoren): moet zich kunnen vasthechten
• Proliferatie
– Exotoxines
– Invasie door barrière/verspreiding
• Resistentie aan niet-specifieke afweermechanismen -> anders geen sprake van een
infectie
• Inflammatoire reactie wordt uitgelokt door microbiële bestanddelen

Microbiele virulentie -> Lijnen zijn niet heel scherp te trekken:
• Primair pathogene micro-organismen

– Besmetting leidt in vele gevallen tot ziekte, bij een groot deel van een
overigens gezonde populatie.
– Exogene infecties die overdraagbaar zijn en aanleiding kunnen geven tot
epidemies.
– Salmonella typhi, Mycobacterium tuberculosis, HIV, influenzavirus, SARS-CoV-
2, P. falciparum, Ebolavirus… (niet kennen)
– Preventie door vermijden van blootstelling of eradiceren van het reservoir.
Vaccinatie kan een belangrijk middel zijn in de preventie.

Geen voorbeschikkende factoren

• Potentieel pathogene micro-organismen

– Besmetting leidt meestal tot kolonisatie (dragerschap).
– Infectie ontstaat bij de gastheer als er bepaalde bijkomende voorwaarden
voldaan zijn, bv:
• Er een lokale of algemene voorbeschiktheid is.
– Stafylokokken en katheterinfectie, postoperatieve
wondinfecties.
– Candida infecties in de mond na een antibioticumkuur.
– Blaasinfectie bij blaaskatheter
• De micro-organismen toegang krijgen tot steriele
lichaamscompartimenten = bloedbaan
– Deze infecties worden veroorzaakt door eigen (koloniserende) flora:
“endogene infecties”. Deze infecties zijn weinig of niet overdraagbaar.
– Preventie bestaat voornamelijk uit het vermijden van de voorbeschikkende
gastheerfactoren en hygiëne/asepsie in de zorg.

NB Een bijzondere categorie zijn “nosocomiale infecties” met ziekenhuisflora die de
patiënt verwerft tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis. Deze zijn vaak multiresistent.

,• Opportunistisch pathogene micro-organismen

– Besmetting leidt tot (voorbijgaande) kolonisatie bij gezonde personen.
Infectie treedt enkel op bij de gastheer met een ernstige stoornis in de
humorale of cellulaire afweermechanismen.
– Deze infecties zijn exogeen, maar niet overdraagbaar naar gezonden en dus
geen bron van epidemies.
– Voorbeelden zijn: Pneumocystis jirovecii pneumonie bij AIDS, Aspergillus
pneumonie bij de langdurig neutropene patiënt.
– Preventie door beperken gastheerrisico, vermijden blootstelling, preventieve
medicatie

Heel transiente kolonisatie -> opgeruimd door ons afweersysteem
Zijn exogeen, maar niet overdraagbaar van ene naar andere persoon (tenzij u ook
fors immunocomprimiterend bent)




= afweermechansimenn van de
gastheer




Secreties op de huid -> vettig – iets zuurdere ph
Secreties in de maag
Motiliteit -> minder infecties bij hoge motiliteit

, Humorale afweer:
• Lactoferrine en lysosyme in lichaamsvochten
• Complementsysteem:
– Factor C3a en C5a verhoogt de vaatpermeabiliteit
– Factor C5a en b dragen bij in de chemotaxis (=WBC aangetrokken)
– Factor C3b in de opsonisatie van micro-organismen
– Lytisch complement (factor C5-9), “membrane attack complex” -> latere
factoren die zich op elkaar gaan stapelen en een gaatje boren in een cel ->
lekt -> gaat dood
• Antigeen-specifieke afweerfactoren: immuunglobulines IgG en IgM
– Neutralisatie en agglutinatie van antigenen
– Complementactivering en binding
– Interferentie met adherentie ("blocking antibodies")
– Opsonisatie

(niet kennen welke componenten wat veroorzaken)
Maar wel weten wat mogelijke effecten zijn

Cellulaire afweer: fagocyten
• Neutrofiele granulocyten: voornaamste cellulaire verdediging.
• Cellen van het mononucleair-fagocyten systeem (mps)
– fagocytose- en microbicide taak
– belangrijke rol in de antigeen-presentatie en cytokine-respons die het
immunologisch en inflammatoir antwoord sturen.
– Micro-organismen worden direct of na opsonisatie (IgG, C3b) gefagocyteerd.
Intracellulaire doding in een fago-lysosoom door zuurstof-afhankelijke of door
enzymatisch-toxische mechanismen.
• Fagocyten worden geactiveerd oiv. cytokines, geproduceerd door antigeen-specifieke
T-helper lymfocyten. Daarenboven gaan mps-cellen zelf cytokines (oa TNF-alfa) en
extracellulaire enzymes produceren en afscheiden, die het inflammatoir antwoord
versterken.

Cellulaire afweer: T-lymfocyten
• T-helper cellen (CD4-pos) herkennen vreemde antigenen in associatie met HLA klasse
II antigenen van antigeen-presenterende cellen (mps, dendritische cellen in
lymfeknoop, Langerhanscellen in huid, Küpfercellen in lever)
– secretie van IL-2 zorgt voor clonale expansie, secretie van IFN-gamma voor
activatie van de mps-cellen en een cytotoxische respons (T helper 1 respons)
– secretie van IL-4 (T helper 2 respons) voor proliferatie en differentiatie van B-
cellen en antistofproductie.
– T-cytotoxische cellen (CD8-positief) herkennen vreemde antigenen in
associatie met HLA klasse I antigenen. Er treedt cytotoxiciteit op voor virus-
geïnfecteerde cellen (en tumorcellen).

Document information

Study
Uploaded on
January 5, 2023
Number of pages
61
Written in
2022/2023
Type
Summary
$10.34

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
nicoletteheijs
4.3
(8)
Sold
22
Followers
14
Items
10
Last sold
1 year ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions