HOOFDSTUK 6: PERSONEN MET EEN AUDITIEVE BEPERKING
6.1. BEGRIPPEN & BASISINFORMATIE
6.1.1. MEDISCHE ASPECTEN
SCREENING & DIAGNOSTIEK
Screening bij jonge kinderen uitgevoerd door Kind & Gezin
’98 = wijziging in screening
EWING-test:
- Door 2 personen uitgevoerd (1 zit voor de
ouder, & probeert aandacht vh kind te vragen, ALGO-test:
2de staat achter de ouder en biedt een geluid - Geluiden aangeboden aan oor = elektrische
aan dat bekend is bij het kind) activiteit thv hersenstam à w- geregistreerd
- Geluiden w- aangeboden op een afstand van 1m via elektroden op huid
& buiten het gezichtsveld - = objectieve gehoortest
- Zowel links, als rechts als op oorhoogte - Uitgevoerd direct na geboorte tot leeftijd van
- Duurt 5min 6maand, bedoeling afnemen tot na 6weken
- Kind reageert n- à na enige tijd herhaald, 2e & - Hoge waarden op vlak van sensitiviteit &
3e test = negatief à doorverwezen naar specificiteit
gespecialiseerd centrum - Afname kan thuis of op een bureau
- Test afgenomen op leeftijd van 9 maanden - Resultaat w- uitgedrukt in “pass” of “refer”
o Pass: geen afwijkingen
Kritiek: o Refer: aangegeven verder onderzoek
kan gaan om een gehoorstoornis, w-
® Het onderzoek kan n- vroeg genoeg w-
ook een 2de onderzoek afgenomen in
uitgevoerd
aanwezigheid van een
® Er zijn veel vals positieven
consultatiearts, na een 2de refer =
® N- alle kinderen met een gehoorstoornis w-
doorverwijzing gespecialiseerd
ontdekt
centrum & opstarten behandeling
® Het onderzoek vraagt veel training & opleiding
vd afnemers
Onderzoek in specialisatiecentra = gericht op
- Het nagaan of kind effectief gehoorgestoord is
- Zo goed mogelijk vaststellen van de omgang vh gehoorverlies
- Opstarten vh onderzoek naar syndromale kenmerken
ANAMNESE
® Gericht op risicofactoren (verloop zwangerschap, geboorte, algemene ontw kind)
® NKO-arts dmv otoscopie (= bekijken uitwendige gehoorgang & trommelvlies) op zoek naar
afwijkingen vh gehoororgaan
® Verder technisch onderzoek kan w- uitgevoerd in functie van gevonden afwijkingen
® Genetisch onderzoek kan w- aangevraagd door ouders
AUDIOMETRISCH ONDERZOEK
® Bepalen vd omvang vh gehoorverlies
® Door BERA-onderzoek, oto-akoestische emissie, tympanometrie, …
Gespecialiseerde centra rapporteren regelmatig bevindingen aan K&G à inzicht ontstaan in aantal
kinderen met gehoorstoornis
54
ORTHOPEDAGOGISCHE DOELGROEPEN EN WERKVELDEN 1 | 1STE BACHELOR ORTHOPEDAGOGIE
, ALGOà K&G wil dat alle kinderen die w- gescreend met een stoornis VOOR 3maand w-
doorverwezen & voor 6maand moet er diepgaander onderzoek gebeurd zijn & moet de behandeling
w- opgestart
Risico-kinderen à onderzoek kan deel uitmaken van algemeen onderzoek
Audiometrisch onderzoek = 2 kenmerken
- Frequentie
- Intensiteit
Geluid = kleine veranderingen in de luchtdruk die zich voortbewegen in geluidsgolven
Geluid w- weergegeven in:
® Hertz: geluidsgolf toont zich in trillingen per seconde à frequentie (Hz)
o Mens: horen 20-20.000Hz & spreken is meestal tss 500 &2000 Hz
o Hond: 10-35.000Hz -> bredere range maar n- zo verschillend
o Olifant: horen van zeer lage tonen & hoort via voetzolen
o Dolfijn: tot 200.000Hz = zeer hoge tonen
o Vleermuis: tss de 100-100.000Hz
ð Verschil in lage (laag aantal trillingen/sec) & hoge tonen => lage tonen gaan zeer ver!
® Decibel: geluidsgolf oefent druk uit op het oppervlak waarmee het in aanraking komt
à intensiteit/ geluidssterkte (dB)
o Mens: vallend blad 10db
o Witte klokvogel: lokroep dat kan gaan tot 125db
o Hardst mogelijke geluid = 194db en pijngrens van geluid bij mens ligt op 140 db
o Gezonde oren = bredere gehoorspan
ð Vergelijken met een volumeknop
Gehoorstoornis= kleine gehoorspan & moet dus een luider geluid horen om dat te horen maar al pijn
bij bv 90db
Horen:
Luchtgeleiding: gehoorgang & trommelvlies
+ geleiding van het geluid naar de hersenen
Beengeleiding: schedel & binnenoor
à kunnen op de aparte niveaus een probleem hebben
LUCHTGELEIDING
à Geluid via het uitwendig oor naar het middenoor naar het
inwendig oor geleid, verandering van de luchtdruk via het
trommelvlies waarbij de hersenen een interpretatie maken
Uitwendig oor = gehoorschelp & gehoorgang
Middenoor = trommelvlies & gehoorbeentjes (hamer,
aambeeld & stijgbeugel)
Inwendig oor: cochlea (slakkenhuis) = evenwichtsorgaan
uitwendig of middenoor geblokkeerd = vermindering gehoor
voor alle geluidsfrequenties MAAR geen volledig gehoor-
verlies
Uitwendig oor Middenoor Inwendig oor
55
ORTHOPEDAGOGISCHE DOELGROEPEN EN WERKVELDEN 1 | 1STE BACHELOR ORTHOPEDAGOGIE
, Trilharen i/d cochlea:
® Zitten overal, zweven in vocht & die het geluid verder door de cochlea brengen
® Fundamenteel belang!!!
® Verantwoordelijk dat het geluid verder gaat naar de gehoorzenuw
® Te luid geluid: trilharen liggen plat en er komen oorsuizen (tinnitus)
® Oorsuizen: hersenen produceren zelf het geluid omdat ze geen signaal binnen krijgen zodat
je toch maar iets zou waarnemen
MAAR geen volledig gehoorverlies WANT
BEENGELEIDING
= geluidstrillingen w- door de beenderen van de schedel direct doorgegeven aan het binnenoor
(cochlea)
Beethoven: langzaam doof geworden maar in het begin deed hij nog beroep op die beengeleiding &
nadien op de kennis die hij verworven had
AUDIOMETRIE
= het meten van het gehoor
2 soorten metingen:
® Objectieve testen = eigen medewerking n- verlenen/ n- actief meewerken
o Tympanometrie
§ Bestuderen van trommelvlies om te kijken of het reageert op lucht
§ Luchtdruk variëren in de uitwendige gehoorgang
§ Kijken in welke mate de stijgbeugelspier de beweeglijkheid regelt
o Elektro-audiometrie
§ Meten van elektrische spanning die opgewekt w- thv de hersenstam of het
slakkenhuis bij het aanbieden van geluiden
§ Elektronen aan het hoofd & meten wanneer er geluid is in de hersenstam of
in de cortex = algo-test!!!
® Subjectieve testen = samenwerken met aduioloog & zelf input geven, proefpersoon moet
reageren
o Toonaudiometrie/ relfexaudiometrie
§ Gehoor testen door verschillende soorten tonen
§ Zachter maken van verschillende toonhoogten
§ Meten hoveel het gehoorverlies bedraagt
§ Geluid met gem 40dB moet versterkt w- = gehoorverlies van 40dB
§ Meten het functioneren vd luchtgeleiding mbv een koptelefoon
§ Meten het functioneren vd beengeleiding mbv trilplaat op het voorhoofd of
op het rotsbeen (achter het oor)
§ 2 curven = nagaan of het gehoorverlies veroorzaakt w- door stoornis in
middenoor/ binnenoor
§ Enkel onderzoeken of je tonen kan horen of n-
56
ORTHOPEDAGOGISCHE DOELGROEPEN EN WERKVELDEN 1 | 1STE BACHELOR ORTHOPEDAGOGIE
6.1. BEGRIPPEN & BASISINFORMATIE
6.1.1. MEDISCHE ASPECTEN
SCREENING & DIAGNOSTIEK
Screening bij jonge kinderen uitgevoerd door Kind & Gezin
’98 = wijziging in screening
EWING-test:
- Door 2 personen uitgevoerd (1 zit voor de
ouder, & probeert aandacht vh kind te vragen, ALGO-test:
2de staat achter de ouder en biedt een geluid - Geluiden aangeboden aan oor = elektrische
aan dat bekend is bij het kind) activiteit thv hersenstam à w- geregistreerd
- Geluiden w- aangeboden op een afstand van 1m via elektroden op huid
& buiten het gezichtsveld - = objectieve gehoortest
- Zowel links, als rechts als op oorhoogte - Uitgevoerd direct na geboorte tot leeftijd van
- Duurt 5min 6maand, bedoeling afnemen tot na 6weken
- Kind reageert n- à na enige tijd herhaald, 2e & - Hoge waarden op vlak van sensitiviteit &
3e test = negatief à doorverwezen naar specificiteit
gespecialiseerd centrum - Afname kan thuis of op een bureau
- Test afgenomen op leeftijd van 9 maanden - Resultaat w- uitgedrukt in “pass” of “refer”
o Pass: geen afwijkingen
Kritiek: o Refer: aangegeven verder onderzoek
kan gaan om een gehoorstoornis, w-
® Het onderzoek kan n- vroeg genoeg w-
ook een 2de onderzoek afgenomen in
uitgevoerd
aanwezigheid van een
® Er zijn veel vals positieven
consultatiearts, na een 2de refer =
® N- alle kinderen met een gehoorstoornis w-
doorverwijzing gespecialiseerd
ontdekt
centrum & opstarten behandeling
® Het onderzoek vraagt veel training & opleiding
vd afnemers
Onderzoek in specialisatiecentra = gericht op
- Het nagaan of kind effectief gehoorgestoord is
- Zo goed mogelijk vaststellen van de omgang vh gehoorverlies
- Opstarten vh onderzoek naar syndromale kenmerken
ANAMNESE
® Gericht op risicofactoren (verloop zwangerschap, geboorte, algemene ontw kind)
® NKO-arts dmv otoscopie (= bekijken uitwendige gehoorgang & trommelvlies) op zoek naar
afwijkingen vh gehoororgaan
® Verder technisch onderzoek kan w- uitgevoerd in functie van gevonden afwijkingen
® Genetisch onderzoek kan w- aangevraagd door ouders
AUDIOMETRISCH ONDERZOEK
® Bepalen vd omvang vh gehoorverlies
® Door BERA-onderzoek, oto-akoestische emissie, tympanometrie, …
Gespecialiseerde centra rapporteren regelmatig bevindingen aan K&G à inzicht ontstaan in aantal
kinderen met gehoorstoornis
54
ORTHOPEDAGOGISCHE DOELGROEPEN EN WERKVELDEN 1 | 1STE BACHELOR ORTHOPEDAGOGIE
, ALGOà K&G wil dat alle kinderen die w- gescreend met een stoornis VOOR 3maand w-
doorverwezen & voor 6maand moet er diepgaander onderzoek gebeurd zijn & moet de behandeling
w- opgestart
Risico-kinderen à onderzoek kan deel uitmaken van algemeen onderzoek
Audiometrisch onderzoek = 2 kenmerken
- Frequentie
- Intensiteit
Geluid = kleine veranderingen in de luchtdruk die zich voortbewegen in geluidsgolven
Geluid w- weergegeven in:
® Hertz: geluidsgolf toont zich in trillingen per seconde à frequentie (Hz)
o Mens: horen 20-20.000Hz & spreken is meestal tss 500 &2000 Hz
o Hond: 10-35.000Hz -> bredere range maar n- zo verschillend
o Olifant: horen van zeer lage tonen & hoort via voetzolen
o Dolfijn: tot 200.000Hz = zeer hoge tonen
o Vleermuis: tss de 100-100.000Hz
ð Verschil in lage (laag aantal trillingen/sec) & hoge tonen => lage tonen gaan zeer ver!
® Decibel: geluidsgolf oefent druk uit op het oppervlak waarmee het in aanraking komt
à intensiteit/ geluidssterkte (dB)
o Mens: vallend blad 10db
o Witte klokvogel: lokroep dat kan gaan tot 125db
o Hardst mogelijke geluid = 194db en pijngrens van geluid bij mens ligt op 140 db
o Gezonde oren = bredere gehoorspan
ð Vergelijken met een volumeknop
Gehoorstoornis= kleine gehoorspan & moet dus een luider geluid horen om dat te horen maar al pijn
bij bv 90db
Horen:
Luchtgeleiding: gehoorgang & trommelvlies
+ geleiding van het geluid naar de hersenen
Beengeleiding: schedel & binnenoor
à kunnen op de aparte niveaus een probleem hebben
LUCHTGELEIDING
à Geluid via het uitwendig oor naar het middenoor naar het
inwendig oor geleid, verandering van de luchtdruk via het
trommelvlies waarbij de hersenen een interpretatie maken
Uitwendig oor = gehoorschelp & gehoorgang
Middenoor = trommelvlies & gehoorbeentjes (hamer,
aambeeld & stijgbeugel)
Inwendig oor: cochlea (slakkenhuis) = evenwichtsorgaan
uitwendig of middenoor geblokkeerd = vermindering gehoor
voor alle geluidsfrequenties MAAR geen volledig gehoor-
verlies
Uitwendig oor Middenoor Inwendig oor
55
ORTHOPEDAGOGISCHE DOELGROEPEN EN WERKVELDEN 1 | 1STE BACHELOR ORTHOPEDAGOGIE
, Trilharen i/d cochlea:
® Zitten overal, zweven in vocht & die het geluid verder door de cochlea brengen
® Fundamenteel belang!!!
® Verantwoordelijk dat het geluid verder gaat naar de gehoorzenuw
® Te luid geluid: trilharen liggen plat en er komen oorsuizen (tinnitus)
® Oorsuizen: hersenen produceren zelf het geluid omdat ze geen signaal binnen krijgen zodat
je toch maar iets zou waarnemen
MAAR geen volledig gehoorverlies WANT
BEENGELEIDING
= geluidstrillingen w- door de beenderen van de schedel direct doorgegeven aan het binnenoor
(cochlea)
Beethoven: langzaam doof geworden maar in het begin deed hij nog beroep op die beengeleiding &
nadien op de kennis die hij verworven had
AUDIOMETRIE
= het meten van het gehoor
2 soorten metingen:
® Objectieve testen = eigen medewerking n- verlenen/ n- actief meewerken
o Tympanometrie
§ Bestuderen van trommelvlies om te kijken of het reageert op lucht
§ Luchtdruk variëren in de uitwendige gehoorgang
§ Kijken in welke mate de stijgbeugelspier de beweeglijkheid regelt
o Elektro-audiometrie
§ Meten van elektrische spanning die opgewekt w- thv de hersenstam of het
slakkenhuis bij het aanbieden van geluiden
§ Elektronen aan het hoofd & meten wanneer er geluid is in de hersenstam of
in de cortex = algo-test!!!
® Subjectieve testen = samenwerken met aduioloog & zelf input geven, proefpersoon moet
reageren
o Toonaudiometrie/ relfexaudiometrie
§ Gehoor testen door verschillende soorten tonen
§ Zachter maken van verschillende toonhoogten
§ Meten hoveel het gehoorverlies bedraagt
§ Geluid met gem 40dB moet versterkt w- = gehoorverlies van 40dB
§ Meten het functioneren vd luchtgeleiding mbv een koptelefoon
§ Meten het functioneren vd beengeleiding mbv trilplaat op het voorhoofd of
op het rotsbeen (achter het oor)
§ 2 curven = nagaan of het gehoorverlies veroorzaakt w- door stoornis in
middenoor/ binnenoor
§ Enkel onderzoeken of je tonen kan horen of n-
56
ORTHOPEDAGOGISCHE DOELGROEPEN EN WERKVELDEN 1 | 1STE BACHELOR ORTHOPEDAGOGIE