Gypsy Rotsaert
2022-2023
BASIS VAN PSYCHODIAGNOSTIEK
HOOFDSTUK 0: INTRODUCTIE
Psychodiagnostiek:
- De wetenschap die erop gericht is om op een gefundeerde manier
- Informatie van een persoon en zijn omgeving te verzamelen
- Met het oog op het nemen van verantwoorde beslissingen
Soort informatie → beantwoorden van diagnostische vragen
• Wat is er aan de hand? → onderkenning
• Wat is de verklaring? → verklaring
• Hoe kan een probleem verholpen worden? → indicatie
• Wat is de prognose? → voorspelling
• Hoe evalueert het? → evaluatie
‘Op een gefundeerde manier’ → obv psychodiagnostische methoden
1. SOORTEN PSYCHODIAGNOSTISCHE METHODEN
• Adhv nauwkeurig uitgewerkte meetinstrumenten
- Observatieschalen
- Gestructureerde interviews
- Vragenlijsten
- Psychologische tests
• Gericht bevragen
• Gerichte observatie
• Psychometrisch onderbouwd
→ Obv statistische methoden
→ Betrouwbaar, valide…
,HOOFDSTUK 1: WAT IS EEN PSYCHOLOGISCHE TEST?
Een psychologische test:
- Is een beoordelingsprocedure
- Om een psychometrisch onderbouwde maat te verschaffen
- Van één of meerdere psychologische eigenschappen
1. EEN TEST IS EEN BEOORDELINGSPROCEDURE
• In kaart brengen van menselijke eigenschappen
- Wat mensen kunnen → prestaties
- Hoe mensen zijn → gedragswijze
• Op zoek naar verschillen
- Tussen mensen → inter-individueel
Bv.: Wie is de sterkste sollicitant: X of Y?
- Binnen eenzelfde persoon: intra-individueel
Bv.: Hoe evolueert X na het volgen van een training, behandeling…?
2. EEN TEST REGISTREERT PSYCHOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
2.1 WAT ZIJN PSYCHOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN?
Onderscheid tussen:
- Prestaties: wat mensen kunnen
Bv.: intelligentie, capaciteiten, geschiktheid…
- Gedragswijze: hoe mensen zijn
Bv.: persoonlijkheid, motivatie, interesse…
- Toestanden: fluctuerend
Bv.: emoties
- Trekken: stabiel
Bv.: The Big 5
2
, 2.1.1 THE BIG-5-PERSOONLIJKHEIDSTREKKEN
1. Openheid: interesse voor nieuwe ervaringen
→ Intellectuele nieuwsgierigheid, creativiteit en gevatheid
2. Nauwgezetheid: doelgericht en planmatig
→ Ordelijk, gewetensvol en efficiënt
3. Extraversie: gericht op de buitenwereld
→ Spontaan, levendig en energiek
4. Vriendelijkheid: meelevend en coöperatief ingesteld
→ Vertrouwend, inschikkelijk en begripvol
5. Emotionele stabiliteit: evenwichtig en beheerst neuroticisme
→ Rustig, onbewogen en zelfzeker
Het afleiden van hypothetische constructen ih dagelijkse leven VS in de psychodiagnostiek:
- Wetenschappelijke fundering
→ Uit betrouwbare afleidingen
→ Volgens strikte regels
- Operationaliseren (meetbaar maken)
→ Belang van een goede validiteit!
2.2 PSYCHOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN MOETEN GEOPERATIONALISEERD WORDEN
Empirische vaststelling → hypothetisch construct
Bv.: Marie stelt meer vragen in de les dan Jantien (empirische vaststelling)
Verklaring? (hypothetisch construct)
- Marie is meer geïnteresseerd?
- Marie is meer gemotiveerd?
- Marie is meer (of net minder) intelligent?
Is Marie intelligenter dan Jantien?
Intelligentietest: rekenvraagstukken en begrippen uitleggen… → score → IQ
Bv.: Ja, scoreMarie > scoreJantien
Ja, IQMarie > IQJantien
→ Dus Marie is intelligenter dan Jantien?
Als validiteit? (meet de test wat hij beoogt te meten?)
3
, 3. EEN TEST LEVERT EEN PSYCHOMETRISCH ONDERBOUWD MEETRESULTAAT OP
3.1 DE VIJF PSYCHOMETRISCHE KWALITEITEN
1. Betrouwbaarheid
2. Standaardisatie
3. Objectiviteit vd score
4. Validiteit
5. Normering
3.1.1 BETROUWBAARHEID VS VALIDITEIT
Betrouwbaarheid: standvastigheid/herhaalbaarheid vd meting
Validiteit: Meet je wat je beoogt te meten?
• De validiteit wordt begrensd door de betrouwbaarheid
• Een valide maar niet-betrouwbare test bestaat niet
• Een goede betrouwbaarheid is noodzakelijk maar niet voldoende voor een goede validiteit
3.2 DE TESTHANDLEIDING
• Elke degelijke test beschikt over een testhandleiding
• Een goede testhandleiding bevat alle technische informatie die nodig is voor het correct
1. Afnemen
2. Scoren
3. Verwerken
4. Interpreteren
• Zou 8 elementen moeten bevatten
3.2.1 DE 8 ELEMENTEN
1. Wetenschappelijke achtergrond
→ De rationale achterliggende theorie, modellen…
2. Tekstconstructie
→ Statistische procedures
3. Scoringsprocedure
→ Bv.: de SCL-90
o Symptom-Checklist (90 items)
o Algemene klachtenlijst
o 90 klachten (items)
o 8 subschalen
▪ Gevoelens van angst
▪ Depressie
▪ Woede, irritatie
▪ Slaapproblemen
▪ Gevoelig voor kritiek van anderen…
4
2022-2023
BASIS VAN PSYCHODIAGNOSTIEK
HOOFDSTUK 0: INTRODUCTIE
Psychodiagnostiek:
- De wetenschap die erop gericht is om op een gefundeerde manier
- Informatie van een persoon en zijn omgeving te verzamelen
- Met het oog op het nemen van verantwoorde beslissingen
Soort informatie → beantwoorden van diagnostische vragen
• Wat is er aan de hand? → onderkenning
• Wat is de verklaring? → verklaring
• Hoe kan een probleem verholpen worden? → indicatie
• Wat is de prognose? → voorspelling
• Hoe evalueert het? → evaluatie
‘Op een gefundeerde manier’ → obv psychodiagnostische methoden
1. SOORTEN PSYCHODIAGNOSTISCHE METHODEN
• Adhv nauwkeurig uitgewerkte meetinstrumenten
- Observatieschalen
- Gestructureerde interviews
- Vragenlijsten
- Psychologische tests
• Gericht bevragen
• Gerichte observatie
• Psychometrisch onderbouwd
→ Obv statistische methoden
→ Betrouwbaar, valide…
,HOOFDSTUK 1: WAT IS EEN PSYCHOLOGISCHE TEST?
Een psychologische test:
- Is een beoordelingsprocedure
- Om een psychometrisch onderbouwde maat te verschaffen
- Van één of meerdere psychologische eigenschappen
1. EEN TEST IS EEN BEOORDELINGSPROCEDURE
• In kaart brengen van menselijke eigenschappen
- Wat mensen kunnen → prestaties
- Hoe mensen zijn → gedragswijze
• Op zoek naar verschillen
- Tussen mensen → inter-individueel
Bv.: Wie is de sterkste sollicitant: X of Y?
- Binnen eenzelfde persoon: intra-individueel
Bv.: Hoe evolueert X na het volgen van een training, behandeling…?
2. EEN TEST REGISTREERT PSYCHOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN
2.1 WAT ZIJN PSYCHOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN?
Onderscheid tussen:
- Prestaties: wat mensen kunnen
Bv.: intelligentie, capaciteiten, geschiktheid…
- Gedragswijze: hoe mensen zijn
Bv.: persoonlijkheid, motivatie, interesse…
- Toestanden: fluctuerend
Bv.: emoties
- Trekken: stabiel
Bv.: The Big 5
2
, 2.1.1 THE BIG-5-PERSOONLIJKHEIDSTREKKEN
1. Openheid: interesse voor nieuwe ervaringen
→ Intellectuele nieuwsgierigheid, creativiteit en gevatheid
2. Nauwgezetheid: doelgericht en planmatig
→ Ordelijk, gewetensvol en efficiënt
3. Extraversie: gericht op de buitenwereld
→ Spontaan, levendig en energiek
4. Vriendelijkheid: meelevend en coöperatief ingesteld
→ Vertrouwend, inschikkelijk en begripvol
5. Emotionele stabiliteit: evenwichtig en beheerst neuroticisme
→ Rustig, onbewogen en zelfzeker
Het afleiden van hypothetische constructen ih dagelijkse leven VS in de psychodiagnostiek:
- Wetenschappelijke fundering
→ Uit betrouwbare afleidingen
→ Volgens strikte regels
- Operationaliseren (meetbaar maken)
→ Belang van een goede validiteit!
2.2 PSYCHOLOGISCHE EIGENSCHAPPEN MOETEN GEOPERATIONALISEERD WORDEN
Empirische vaststelling → hypothetisch construct
Bv.: Marie stelt meer vragen in de les dan Jantien (empirische vaststelling)
Verklaring? (hypothetisch construct)
- Marie is meer geïnteresseerd?
- Marie is meer gemotiveerd?
- Marie is meer (of net minder) intelligent?
Is Marie intelligenter dan Jantien?
Intelligentietest: rekenvraagstukken en begrippen uitleggen… → score → IQ
Bv.: Ja, scoreMarie > scoreJantien
Ja, IQMarie > IQJantien
→ Dus Marie is intelligenter dan Jantien?
Als validiteit? (meet de test wat hij beoogt te meten?)
3
, 3. EEN TEST LEVERT EEN PSYCHOMETRISCH ONDERBOUWD MEETRESULTAAT OP
3.1 DE VIJF PSYCHOMETRISCHE KWALITEITEN
1. Betrouwbaarheid
2. Standaardisatie
3. Objectiviteit vd score
4. Validiteit
5. Normering
3.1.1 BETROUWBAARHEID VS VALIDITEIT
Betrouwbaarheid: standvastigheid/herhaalbaarheid vd meting
Validiteit: Meet je wat je beoogt te meten?
• De validiteit wordt begrensd door de betrouwbaarheid
• Een valide maar niet-betrouwbare test bestaat niet
• Een goede betrouwbaarheid is noodzakelijk maar niet voldoende voor een goede validiteit
3.2 DE TESTHANDLEIDING
• Elke degelijke test beschikt over een testhandleiding
• Een goede testhandleiding bevat alle technische informatie die nodig is voor het correct
1. Afnemen
2. Scoren
3. Verwerken
4. Interpreteren
• Zou 8 elementen moeten bevatten
3.2.1 DE 8 ELEMENTEN
1. Wetenschappelijke achtergrond
→ De rationale achterliggende theorie, modellen…
2. Tekstconstructie
→ Statistische procedures
3. Scoringsprocedure
→ Bv.: de SCL-90
o Symptom-Checklist (90 items)
o Algemene klachtenlijst
o 90 klachten (items)
o 8 subschalen
▪ Gevoelens van angst
▪ Depressie
▪ Woede, irritatie
▪ Slaapproblemen
▪ Gevoelig voor kritiek van anderen…
4