Cardiorespiratoire pathologie:
Anatomie en functie van het hart en bloedvaten
Algemene begrippen
- Holle spier met een conische vorm
- Ligt tussen de longen, in het middenste mediastinum, omgeven door het pericard
- Projecteert 1/3 rechts en 2/3 links van de middellijn
- 12 x 9 cm, 280-340 g (mannen) en 230-280 g (vrouwen)
Hart = de motor van ons lichaam
- ligt vrij centraal en een stukje gaat naar links
- Hart in combinatie met de longen zorgt dat er voldoende zuurstof en voeding
gepompt geraakt naar de spieren of naar de andere organen.
→ Dit is noodzakelijk om de spieren maximaal te laten werken + de afvoer van
afvalstoffen (CO2 etc.)
→ heeft bloedvaten nodig om naar hart en longen te kunnen pompen.
Het cardiovasculaire systeem: componenten:
1. hart:
- Pompt bloed
2. Vaten:
- transport van bloed
- regelen arteriële bloeddruk en orgaanperfusie
- uitwisseling met weefsels
- pompen bloed naar het hart
3. lymfevaten:
- pompen en transport van lymfevocht (zitten veel immuuncellen in die voor de
afweer heel erg belangrijk zijn)
130
,→ bloedvaten worden kleiner en kleiner totdat het haarvaten (= capillairen) zijn. Hier is de
uitwisseling van zuurstof, CO2 en andere voedingsstoffen het makkelijkst
Schikking van de organen/vaatneddem
- pulmonale en systeemcirculatie staan in serie (kleine circulatie)
- rechter en linker hart pompen steeds hetzelfde debiet
→ vertrekt van de rechterkant van het hart, door de longen. Hier wordt
zuurstof en CO2 uitgewisseld. Vervolgens komt het uit in de linkerkant van het
hart.
- circulatie naar de meeste orgaansystemen gebeurt in parallel
(uitgezonderd de lever) (grote circulatie)
→ zo krijg je gelijktijdig een circulatie naar de verschillende organen
- Voorkomt dat veranderingen in doorbloeding van één orgaan de
doorbloeding van de andere organen beïnvloed
→ Alle organen krijgen tegelijkertijd hun bloed toegediend.
⇒ Gastro intestinaal systeem is hier wel een beetje een uitzondering in.
- Bloed gaat eerst door gastro intestinaal systeem, en gaat dan naar de lever.
- Dit is omdat uiteindelijk de voedingsstoffen uit het gastro intestinaal systeem
worden gefilterd en worden dan naar de lever afgevoerd.
Bloedstroom doorheen het hart
Hart = een systeem met 4 kamers
- Vanuit vena cava superior en inferior, stroomt er
zuurstofarm bloed door het rechter atrium en
rechter ventrikel.
→ Dit wordt gepompt naar de pulmonale arterie in
de longen. In de longen wordt dat zuurstofarm
bloed aangerijkt met zuurstof.
→ Het bloed komt dan in het linker atrium.
→ Het wordt dan in het linkerventrikel verder
uitgepompt door de aorta (zuurstofrijk bloed). De
aorta gaat alle organen bevloeien met dat
zuurstofrijke bloed.
4 hartkamers
Tussen de kamers zijn kleppen aanwezig.
⇒ Die kleppen zorgen ervoor dat het bloed
maar een kant op stroomt.
131
,Bloedflow
- Veneus bloed uit het lichaam
- Vena cava superior en inferior
- Rechter atrium
- Tricuspidalis klep
- Rechter ventrikel
- Pulmonalisklep
- Arteria pulmonalis
- Linker en rechter A. Pulmonalis
- Oxygenatie in longen
→ Hele kleine haarvaatjes komen tegen de longblaasjes te liggen. Doorheen
het hele dunne vlies, kan er op die manier zuurstof en CO2 uitgewisseld
worden.
- Arterieel bloed
- 4 longaders (Venae pulmonales)
- Linker atrium
- Mitralisklep
- Linker ventrikel
- Aortaklep
- Aorta
Linker ventrikel
- langer en conischer dan RV
- 3x meer gespierd → is dikste spier.
- Moet tegen een hoge druk kunnen pompen, omdat de bloeddruk in het
systeem is ongeveer 120/130/140mmHg. Het linkerhart moet elke keer die
druk kunnen genereren. De druk in het pulmonaal systeem (rechts) is maar
rond de 30-40mmHg. De force die nodig is om die druk te overwinnen is veel
kleiner.
- Pompt tegen hoge weerstand van lichaamsvaten
- Papillairspieren, deel van LV wand en mitralisklep → moeten ervoor zorgen dat de
kleppen kunnen openen maar niet terug kunnen doorslaan. Het zijn draden met een
spiertje eraan.
- Interventriculaire septum
Klinisch belang linker ventrikel
- Belangrijkste deel van het hart voor cardioloog en cardiochirurg (zijn veel
pathologieën die de functie van het linker ventrikel kunnen beïnvloeden)
- Cardiac output
- Afwijkingen:
- Ischemie (te weinig zuurstof door chronisch hartfalen)
- Infarct, aneurysma, ruptuur
- Myocarditis
- Hartfalen
- Gevolgen van klepafwijkingen
132
, Hartkleppen
2 aan de rechterkant en 2 aan de linkerkant.
Rechts:
- Tricuspidalisklep → 3 klepplaatjes. (zorgt dat
vanuit het rechter atrium naar je rechter ventrikel
bloed door kan gaan)
- Pulmonalisklep → rechterventrikel en
pulmonalis boog
Links:
- Mitralisklep → 2 klepplaatjes (bicuspidalis).
(gaat van linker atrium naar linker ventrikel)
- Aortaklep → linkerventrikel en aorta.
Bloedvoorziening van het hart kransslagader/coronair
Kransslagaders = zorgen voor een bevloeiing van gans
het hart.
Je hebt 3 grote kroonslagaders.
→ Aan de aorta ontspringen twee kransslagaders. De
linkerkransslagader (LCA) voedt vooral de linkerhelft
van het hart, de rechter de rechterhelft (RCA) en de
onderzijde van de linkerhelft.
- RCA: gaat naar rechtsonder
RCA = rechter coronaire arterie - LCA = links een hoofdstam die splitst in 2 grote
LCA = linker coronaire arterie takken.
LAD = left anterior descending - De voorste is de LAD (= linker voorste
CX = circumflex dalende)
- De achterste, CX (= circumflex)
⇒ je hebt dus eigenlijk 3 hoofdtakken: RCA, LAD, CX
Coronaire anatomie
133
Anatomie en functie van het hart en bloedvaten
Algemene begrippen
- Holle spier met een conische vorm
- Ligt tussen de longen, in het middenste mediastinum, omgeven door het pericard
- Projecteert 1/3 rechts en 2/3 links van de middellijn
- 12 x 9 cm, 280-340 g (mannen) en 230-280 g (vrouwen)
Hart = de motor van ons lichaam
- ligt vrij centraal en een stukje gaat naar links
- Hart in combinatie met de longen zorgt dat er voldoende zuurstof en voeding
gepompt geraakt naar de spieren of naar de andere organen.
→ Dit is noodzakelijk om de spieren maximaal te laten werken + de afvoer van
afvalstoffen (CO2 etc.)
→ heeft bloedvaten nodig om naar hart en longen te kunnen pompen.
Het cardiovasculaire systeem: componenten:
1. hart:
- Pompt bloed
2. Vaten:
- transport van bloed
- regelen arteriële bloeddruk en orgaanperfusie
- uitwisseling met weefsels
- pompen bloed naar het hart
3. lymfevaten:
- pompen en transport van lymfevocht (zitten veel immuuncellen in die voor de
afweer heel erg belangrijk zijn)
130
,→ bloedvaten worden kleiner en kleiner totdat het haarvaten (= capillairen) zijn. Hier is de
uitwisseling van zuurstof, CO2 en andere voedingsstoffen het makkelijkst
Schikking van de organen/vaatneddem
- pulmonale en systeemcirculatie staan in serie (kleine circulatie)
- rechter en linker hart pompen steeds hetzelfde debiet
→ vertrekt van de rechterkant van het hart, door de longen. Hier wordt
zuurstof en CO2 uitgewisseld. Vervolgens komt het uit in de linkerkant van het
hart.
- circulatie naar de meeste orgaansystemen gebeurt in parallel
(uitgezonderd de lever) (grote circulatie)
→ zo krijg je gelijktijdig een circulatie naar de verschillende organen
- Voorkomt dat veranderingen in doorbloeding van één orgaan de
doorbloeding van de andere organen beïnvloed
→ Alle organen krijgen tegelijkertijd hun bloed toegediend.
⇒ Gastro intestinaal systeem is hier wel een beetje een uitzondering in.
- Bloed gaat eerst door gastro intestinaal systeem, en gaat dan naar de lever.
- Dit is omdat uiteindelijk de voedingsstoffen uit het gastro intestinaal systeem
worden gefilterd en worden dan naar de lever afgevoerd.
Bloedstroom doorheen het hart
Hart = een systeem met 4 kamers
- Vanuit vena cava superior en inferior, stroomt er
zuurstofarm bloed door het rechter atrium en
rechter ventrikel.
→ Dit wordt gepompt naar de pulmonale arterie in
de longen. In de longen wordt dat zuurstofarm
bloed aangerijkt met zuurstof.
→ Het bloed komt dan in het linker atrium.
→ Het wordt dan in het linkerventrikel verder
uitgepompt door de aorta (zuurstofrijk bloed). De
aorta gaat alle organen bevloeien met dat
zuurstofrijke bloed.
4 hartkamers
Tussen de kamers zijn kleppen aanwezig.
⇒ Die kleppen zorgen ervoor dat het bloed
maar een kant op stroomt.
131
,Bloedflow
- Veneus bloed uit het lichaam
- Vena cava superior en inferior
- Rechter atrium
- Tricuspidalis klep
- Rechter ventrikel
- Pulmonalisklep
- Arteria pulmonalis
- Linker en rechter A. Pulmonalis
- Oxygenatie in longen
→ Hele kleine haarvaatjes komen tegen de longblaasjes te liggen. Doorheen
het hele dunne vlies, kan er op die manier zuurstof en CO2 uitgewisseld
worden.
- Arterieel bloed
- 4 longaders (Venae pulmonales)
- Linker atrium
- Mitralisklep
- Linker ventrikel
- Aortaklep
- Aorta
Linker ventrikel
- langer en conischer dan RV
- 3x meer gespierd → is dikste spier.
- Moet tegen een hoge druk kunnen pompen, omdat de bloeddruk in het
systeem is ongeveer 120/130/140mmHg. Het linkerhart moet elke keer die
druk kunnen genereren. De druk in het pulmonaal systeem (rechts) is maar
rond de 30-40mmHg. De force die nodig is om die druk te overwinnen is veel
kleiner.
- Pompt tegen hoge weerstand van lichaamsvaten
- Papillairspieren, deel van LV wand en mitralisklep → moeten ervoor zorgen dat de
kleppen kunnen openen maar niet terug kunnen doorslaan. Het zijn draden met een
spiertje eraan.
- Interventriculaire septum
Klinisch belang linker ventrikel
- Belangrijkste deel van het hart voor cardioloog en cardiochirurg (zijn veel
pathologieën die de functie van het linker ventrikel kunnen beïnvloeden)
- Cardiac output
- Afwijkingen:
- Ischemie (te weinig zuurstof door chronisch hartfalen)
- Infarct, aneurysma, ruptuur
- Myocarditis
- Hartfalen
- Gevolgen van klepafwijkingen
132
, Hartkleppen
2 aan de rechterkant en 2 aan de linkerkant.
Rechts:
- Tricuspidalisklep → 3 klepplaatjes. (zorgt dat
vanuit het rechter atrium naar je rechter ventrikel
bloed door kan gaan)
- Pulmonalisklep → rechterventrikel en
pulmonalis boog
Links:
- Mitralisklep → 2 klepplaatjes (bicuspidalis).
(gaat van linker atrium naar linker ventrikel)
- Aortaklep → linkerventrikel en aorta.
Bloedvoorziening van het hart kransslagader/coronair
Kransslagaders = zorgen voor een bevloeiing van gans
het hart.
Je hebt 3 grote kroonslagaders.
→ Aan de aorta ontspringen twee kransslagaders. De
linkerkransslagader (LCA) voedt vooral de linkerhelft
van het hart, de rechter de rechterhelft (RCA) en de
onderzijde van de linkerhelft.
- RCA: gaat naar rechtsonder
RCA = rechter coronaire arterie - LCA = links een hoofdstam die splitst in 2 grote
LCA = linker coronaire arterie takken.
LAD = left anterior descending - De voorste is de LAD (= linker voorste
CX = circumflex dalende)
- De achterste, CX (= circumflex)
⇒ je hebt dus eigenlijk 3 hoofdtakken: RCA, LAD, CX
Coronaire anatomie
133