Hoofdstuk 8. De biologische membraan
Inleiding
De membraan is een biologische structuur die de cel beschermt.
Barrière functie tussen intracellulair materiaal (cytoplasma) en het extracellulair
midden.
Gevormd uit een assemblage van lipiden en eiwitten.
Functie van selectieve permeabiliteit.
De membraan bevat receptoren en enzymen.
Bepaalde intracellulaire organellen zoals chloroplasten en mitochondria bevatten ook
een soort membraan die veel gelijkenis vertoont met de cytoplasmische membraan.
Gemeenschappelijke eigenschappen van een membraan
• Membraan = dubbellaag van fosfolipiden en lipiden, dimensie tussen 60 en 100
Angstrom dik.
• Membraan bevatten lipiden en eiwitten, glycolipiden en glycoproteinen.
• Eiwitten = receptoren en enzymen.
• Lipiden: kleine overwegende lipofiele moleculen met een hydrofiel en een
hydrofoob gedeelte.
• Dubbellaag van lipiden. Hydrofobe interacties tussen de lipiden.
• Membranen hebben een asymmetrische structuur: binnenkant en buitenkant.
Sleutelwoord van dit hoofdstuk = dubbellaag
Lipieden zijn fosfolipieden, je hebt in het membraam ook nog eiwitten
Fosfolipieden, een deel is hydrofiel en een deel is hydrofoob.
Uit welke lipiden is een membraan samengesteld?
• Vier verschillende lipiden zijn in de dubbellaag aanwezig: fosfoglyceriden,
sfingomyelinen, glycolipiden en cholesterol.
• De fosfolipiden zijn de belangrijkste lipiden in een membraan. In deze categorie
heeft men de Fosfoglyceriden en Sfingomyelinen.
De fosfolipiden; fosfoglyceriden en sfingomyelinen.
• Structuur van de fosfoglyceriden:
• Basisstructuur bevat glycerol, polyalcohol met 3 alcohol functies. Twee alcohol
functies hebben een ester binding met vetzuren en de derde alcohol vormt een
ester functie met fosforzuur. Het fosforzuur heeft een ester fosfaat - alcohol
verbinding.
1
Inleiding
De membraan is een biologische structuur die de cel beschermt.
Barrière functie tussen intracellulair materiaal (cytoplasma) en het extracellulair
midden.
Gevormd uit een assemblage van lipiden en eiwitten.
Functie van selectieve permeabiliteit.
De membraan bevat receptoren en enzymen.
Bepaalde intracellulaire organellen zoals chloroplasten en mitochondria bevatten ook
een soort membraan die veel gelijkenis vertoont met de cytoplasmische membraan.
Gemeenschappelijke eigenschappen van een membraan
• Membraan = dubbellaag van fosfolipiden en lipiden, dimensie tussen 60 en 100
Angstrom dik.
• Membraan bevatten lipiden en eiwitten, glycolipiden en glycoproteinen.
• Eiwitten = receptoren en enzymen.
• Lipiden: kleine overwegende lipofiele moleculen met een hydrofiel en een
hydrofoob gedeelte.
• Dubbellaag van lipiden. Hydrofobe interacties tussen de lipiden.
• Membranen hebben een asymmetrische structuur: binnenkant en buitenkant.
Sleutelwoord van dit hoofdstuk = dubbellaag
Lipieden zijn fosfolipieden, je hebt in het membraam ook nog eiwitten
Fosfolipieden, een deel is hydrofiel en een deel is hydrofoob.
Uit welke lipiden is een membraan samengesteld?
• Vier verschillende lipiden zijn in de dubbellaag aanwezig: fosfoglyceriden,
sfingomyelinen, glycolipiden en cholesterol.
• De fosfolipiden zijn de belangrijkste lipiden in een membraan. In deze categorie
heeft men de Fosfoglyceriden en Sfingomyelinen.
De fosfolipiden; fosfoglyceriden en sfingomyelinen.
• Structuur van de fosfoglyceriden:
• Basisstructuur bevat glycerol, polyalcohol met 3 alcohol functies. Twee alcohol
functies hebben een ester binding met vetzuren en de derde alcohol vormt een
ester functie met fosforzuur. Het fosforzuur heeft een ester fosfaat - alcohol
verbinding.
1