Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 19 pages
Summary

Samenvatting HOOM05 Algemene economie

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 19 pages

Een samenvatting van de hoofdstukken die moeten worden geleerd uit het boek + de powerpoints.

Content preview

HOOM05 – Thema 1
 Behoefte (need): een behoefte aan basiselementen, zoals voedsel, kleding, onderdak,
veiligheid en erkenning. Voorbeeld: ik heb een basisbehoefte aan kleding.

 Wens (want): een wens is een specifieke invulling van een behoefte. Voorbeeld: ik heb een
behoefte aan kleding en wens een jas.

 Vraag (demand): een wens naar gewenste invulling waar men geld (koopkracht) voor over
heeft. Voorbeeld: ik heb een behoefte aan kleding, wens een jas en ik heb geld over voor een
winterjas van Hugo Boss.

Middelen zijn alles waarmee je in je behoeften kunt voorzien. Goederen zijn tastbaar; diensten zijn
handelingen. Bij schaarste moet iemand iets opgeven om aan het middel te komen. In economische
zin is er sprake van schaarste als er productiemiddelen moeten worden opgeofferd om het product
voort te brengen. Wanneer iets vrij is, hoeft niemand er moeite voor te doen.

Schaarste is niet hetzelfde als zeldzaam. Drinkwater in Nederland is niet zeldzaam, maar er zijn wel
productiemiddelen voor nodig en dus is het wel schaars. Regen komt bijvoorbeeld zelden voor in de
woestijn, maar er zijn geen productiemiddelen voor nodig en het is dus niet schaars.

 Schaars: zijn productiemiddelen voor nodig (drinkwater).
 Zeldzaam: zijn geen productiemiddelen voor nodig (regen).

Veronderstellingen van de economische wetenschap:

- Behoeften zijn oneindig
- Middelen zijn beperkt en schaars (= alternatief aanwendbaar)

 Economisch handelen: schaarste dwingt mensen tot keuzes over het gebruik van de
middelen om een zo hoog mogelijke welvaart te bereiken.
 Bedrijfseconomie: bestudeert economisch handelen op het niveau van de individuele
producent of consument; wordt vaak gebruik gemaakt van relatieve getallen.
 Algemene economie: bestudeert economisch handelen op het niveau van groepen
producenten en consumenten.

Micro-economie: onderneming/markt
Meso-economie: bedrijfstak
Macro-economie: nationaal niveau (conjunctuur, wisselkoersen, loonkosten, rente e.d.).
Internationale economie: wereld

 Markt: plaats waar vraag en aanbod van een product elkaar ontmoeten.
 Bedrijfstak: ondernemingen die dezelfde soort producten met gelijksoortige
productieprocessen maken.

Kenmerken bedrijfstak:
- Groepen van markten
- Bedrijfstakgenoten zijn concurrenten
- Strijd om het marktaandeel
- Gelijksoortige behoeften

,  Sector: groep verwante bedrijfstakken
Primaire sector: landbouw en visserij
Secundaire sector: delfstoffenwinning, industrie en bouw
Tertiaire sector: commerciële dienstverlening
Quartaire sector: niet-commerciële dienstverlening

 Bedrijfskolom: de bedrijfstakken die een producent doorloopt van oerproducenten tot
consument. Hierbij is een strijd om de toegevoegde waarde/marge.

De economische orde regelt wat, hoe en voor wie er geproduceerd wordt. De criteria om
economische systemen te onderscheiden zijn:

- Eigendom van de productiefactoren
- Coördinatiemechanisme tussen vraag en aanbod

 Prijseffect: som van het inkomenseffect + substitutie-effect.
 Inkomenseffect: als de prijs van een product A daalt of het inkomen van de klant stijgt, dan
kunnen consumenten meer product kopen. Hun koopkracht stijgt.
 Substitutie-effect: wanneer er sprake is van twee concurrerende (onderling vervangbare)
producten A en B. Als de prijs van product A daalt, zullen kopers geneigd zijn om meer van
het goedkope product A te kopen.
 Prijseffect: de optelsom van het inkomens- en het substitutie-effect.
 (in)elasticiteit: producten waar de vraag naar een product minder of niet gevoelig is voor
prijs- of inkomensveranderingen.
Elastische vraag (<-1): een prijsverhoging of -verlaging heeft direct invloed op de vraag.
Neutrale vraag (-1): een prijsverhoging of -verlaging heeft geen invloed op de vraag.
Inelastische vraag (0 en -1): een prijsverhoging of -verlaging heeft een beetje invloed op de
vraag.

Verschuivingen langs de vraagcurve hebben als oorzaak de prijs. Door de lagere prijs neemt de
gevraagde hoeveelheid toe.

Verschuivingen van de vraagcurve hebben als oorzaken behoeften, inkomen en substituten. Door
andere behoeften bij de klant, door een ander inkomen of door een duurder substituut neemt de
vraag toe. De prijs zal niet veranderen.

Prijselasticiteit van de vraag (Epq)  %vraag/%prijs

-1 < Epq ≤0: inelastische vraag (noodzakelijke goederen)
Epq <-1: elastische vraag (luxegoederen)

Voorbeeld:

De prijs van een product stijgt met 5% en de gevraagde hoeveelheid daalt met 10%. De
prijselasticiteit wordt dan -10/5 = -2 = elastisch. Voor iedere procent die de prijs stijgt, daalt de
gevraagde hoeveelheid met 2%.

Kruislingse prijselasticiteit (Eqs)  (%vraagx / %prijsy) =

>0: substituten
<0: complementaire goederen
0: onafhankelijke goederen

, Inkomenselasticiteit (Eqy)  %vraag (Q) / %inkomen (Y) =

>1: luxe goederen (als ons inkomen stijgt, gaan we er meer van kopen; meer evenredige vraag)
<0: inferieure goederen (we gaan er minder van kopen als ons inkomen stijgt)
0 - 1: noodzakelijke goederen (als ons inkomen stijgt, gaan we er meer van kopen; minder evenredige
vraag).

 Indifferente goederen: ondanks een stijging van het inkomen verandert de vraag niet.
 Kostenverloop (wet van de toe- en afnemende meerproductie): aan een vaste hoeveelheid
kapitaal steeds meer arbeid toevoegen.
Eerst: meerproductie (productiviteit) van werknemers stijgt.
Daarna: meerproductie (productiviteit) van werknemers daalt.

 Marginale opbrengst: toename van de totale opbrengst bij de toename van de afzet met een
eenheid:

MO < MK: winst daalt
MO > MK: winst stijgt
MO = MK: winst maximaal

Bij een bedrijfstak met hoge vaste kosten kunnen de prijzen ver dalen voordat een onderneming
stopt met produceren. Als de prijs weer stijgt, zal de productie ook weer toenemen. Het zal even
duren voordat er weer winst wordt gemaakt. Dit betekent dat de winst van ondernemingen met
hoge vaste kosten erg schommelt.

 Minimum Effiency Schaal: het niveau waar nieuwkomers tegen moeten instappen.
 Evenwichtsprijs: als vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.

Wanneer er sprake is van concurrentie betekent het dat er wedijver is om schaarse middelen. Er zijn
drie soorten concurrentie:

1. Intern: tussen bedrijfstakgenoten (vb. om grondstoffen).
2. Extern: tussen bedrijfskolomgenoten (vb. om klant).
3. Potentieel: nieuwe aanbieders in de bedrijfstak of substituutproducten

 Concurrentiebepalende factoren: factoren die de intensiteit van de concurrentie bepalen,
zoals:

- Groei van de vraag t.o.v. het aanbod
- Productdifferentiatie (homogeen of heterogeen product)
- Concentratiegraad van aanbieders

Concurrentie-intensiteit en concurrentiepositie is de basis voor:

- Sterkte/zwakte analyse
- Kredietwaardigheidsbeoordeling
- Interne en externe risicoanalyse

Connected book
 image
W. Hulleman, A.J. Marijs Algemene economie en bedrijfsomgeving
Publisher: december 2017 ISBN: 9789001889418 Edition: 5

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Unknown
Uploaded on
December 12, 2022
Number of pages
19
Written in
2021/2022
Type
Summary
$7.06

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
jorikevandoorn
4.0
(22)
Sold
239
Followers
50
Items
29
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions